Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

2.1.5 Taken, strategieën en teksten

Communiceren en leren gaan gepaard met de uitvoering van taken. Dit zijn niet alleen talige taken, al omvatten ze wel taalactiviteiten en doen ze een beroep op de communicatieve competentie van het individu. Voor zover deze taken routinematig noch automatisch worden verricht vereisen zij het gebruik van strategieën in de communicatie en het leren. Voor zover bij de uitvoering van deze taken taalactiviteiten zijn betrokken, vereisen zij de verwerking (door receptie, productie, interactie of bemiddeling) van gesproken of geschreven teksten.

De hierboven geschetste globale benadering is onmiskenbaar actiegericht. Zij draait om de relatie tussen enerzijds de toepassing door taalgebruikers van strategieën die verband houden met hun competenties en hun perceptie of verbeelding van de situatie, en anderzijds de taak of taken die moeten worden verricht onder bepaalde omstandigheden in een bepaalde context.

Zo kan iemand die een kast moet verplaatsen (taak) proberen deze te verschuiven, de kast uit elkaar halen om hem gemakkelijker te kunnen dragen en vervolgens te monteren, hulp van buiten inroepen of de zaak opgeven en zichzelf ervan overtuigen dat de taak kan wachten tot morgen, enzovoort (strategieën). Afhankelijk van de gekozen strategie kunnen bij de uitvoering (of het vermijden/uitstellen/herdefiniëren) van de taak wel of niet taalactiviteiten en de verwerking van tekst (bijvoorbeeld het lezen van demontage-instructies of het voeren van een telefoongesprek) betrokken zijn. Op dezelfde manier kan een leerling op school die een tekst uit een vreemde taal moet vertalen (taak), kijken of er al een vertaling bestaat, een medeleerling vragen te laten zien wat hij of zij ervan heeft gemaakt, een woordenboek gebruiken, enige betekenis proberen te achterhalen op basis van de paar woorden of constructies die hij of zij kent, een goed excuus bedenken om de opdracht niet in te leveren, enzovoort (allemaal mogelijke strategieën). In alle hier voorgestelde gevallen is er noodzakelijkerwijs sprake van taalactiviteit en de verwerking van tekst: vertalen/bemiddelen, verbaal onderhandelen met een klasgenoot, briefje of mondelinge verontschuldiging aan de docent/leerkracht, enzovoort.

De relatie tussen strategieën, taken en teksten is afhankelijk van de aard van de taak. Deze kan primair taalgericht zijn, dat wil zeggen dat er voornamelijk taalactiviteiten vereist zijn en dat de toegepaste strategieën primair verband houden met die taalactiviteiten, bijvoorbeeld het lezen en becommentariëren van een tekst, het invullen van de ontbrekende woorden in een oefening, het geven van college of het maken van aantekeningen tijdens een presentatie. Het kan ook zijn dat de taak een talig element bevat, dus dat taalactiviteiten slechts een deel vormen van wat vereist wordt en de toegepaste strategieën ook of voornamelijk betrekking hebben op andere activiteiten, bijvoorbeeld het koken van een maaltijd volgens een recept. Veel taken kunnen worden uitgevoerd zonder dat daarbij een taalactiviteit nodig is. In zulke gevallen zijn de betrokken activiteiten geenszins noodzakelijkerwijs taalgebonden en hebben de toegepaste strategieën betrekking op andere typen activiteiten. Zo kan een tent bijvoorbeeld heel goed in stilte worden opgezet door meerdere mensen die weten waarmee ze bezig zijn. Misschien wisselen ze een paar woorden over de opzetmethode, misschien voeren ze tegelijkertijd een gesprek dat niets met de taak van doen heeft of misschien is een van hen wel aan het neuriën. Het gebruik van taal is pas noodzakelijk als een van de groepsleden niet weet wat hij moet doen of wanneer de vastgestelde routine niet blijkt te werken.

In dit type analyse zijn communicatie- en leerstrategieën niet meer dan strategieën te midden van andere, zoals communicatie- en leertaken niet meer dan taken te midden van andere zijn. Evenzo geldt dat 'authentieke' teksten of teksten die speciaal voor onderwijsdoeleinden zijn gemaakt, teksten in leerboeken of teksten geproduceerd door leerders slechts teksten te midden van vele andere zijn.

In de volgende hoofdstukken wordt achtereenvolgens een gedetailleerde beschrijving gegeven van elke dimensie en subcategorie, met relevante voorbeelden en schaalverdelingen. In hoofdstuk 4 wordt de dimensie taalgebruik behandeld - wat een taalgebruiker of taalleerder moet doen, terwijl hoofdstuk 5 is gericht op de competenties die een taalgebruiker nodig heeft om te kunnen handelen.