2.2 Gemeenschappelijke referentieniveaus van taalvaardigheid
Het kader dat in de vorige paragraaf is toegelicht, wordt in hoofdstuk 3 aangevuld met een 'verticale dimensie' in de vorm van een oplopende reeks gemeenschappelijke referentieniveaus voor de beschrijving van de taalvaardigheid van leerders. Het geheel van beschrijvende categorieën dat wordt geïntroduceerd in hoofdstuk 4 en 5 vormt een 'horizontale dimensie' bestaande uit parameters van communicatieve activiteit en communicatieve taalcompetentie. Het is vrij gebruikelijk om taalbeheersingsniveaus te presenteren als een reeks parameters die een raster vormen met een horizontale en een verticale dimensie. Vanzelfsprekend is dit een simplificatie omdat bijvoorbeeld alleen al de toevoeging van het begrip 'domein' een derde dimensie zou opleveren, waardoor het raster een kubus van begrippen wordt. Een volledige schematische voorstelling van de mate van multidimensionaliteit is een enorme - waarschijnlijk onmogelijke - opgave.
De toevoeging van een verticale dimensie aan het kader stelt ons desalniettemin in staat om de leerruimte in kaart te brengen of te profileren, zij het op een eenvoudige manier, hetgeen om een aantal redenen nuttig is:
Wie de verticale dimensie van het Referentiekader beschouwt, moet niet vergeten dat het proces van taalverwerving doorlopend en individueel bepaald is. Geen twee gebruikers van een taal, of het nu moedertaalsprekers of leerders van een vreemde taal zijn, hebben exact dezelfde competenties of ontwikkelen deze op dezelfde wijze. Iedere poging om 'vaardigheidsniveaus' te definiëren is tot op zekere hoogte arbitrair, zoals op elk kennis- of competentiegebied. Voor praktische doeleinden is het echter toch nuttig om een schaalverdeling met gedefinieerde niveaus te maken en daarmee het leerproces onder te verdelen ten behoeve van het leerplanontwerp, het opstellen van toelatingsexamens, enzovoort. Het aantal niveaus en de hoogte ervan hangen grotendeels af van de inrichting van het desbetreffende onderwijssysteem en de doeleinden waarvoor de schaal wordt vastgesteld. Het is mogelijk om procedures en criteria vast te stellen voor het maken van schaalverdelingen en voor het formuleren van de descriptoren waarmee opeenvolgende beheersingsniveaus worden gekarakteriseerd. De aspecten en mogelijkheden hiervan worden diepgaand besproken in bijlage A. Gebruikers van dit referentiekader wordt sterk aangeraden die bijlage en de lijst met literatuurverwijzingen te raadplegen alvorens onafhankelijke beleidsbeslissingen te nemen over een schaalverdeling.
Men moet ook voor ogen houden dat niveaus slechts een verticale dimensie weergeven. Zij kunnen slechts in beperkte mate rekening houden met het feit dat leren een kwestie is van zowel horizontale als verticale vooruitgang naarmate de leerders de vaardigheid verwerven om taal te gebruiken in een breder scala aan communicatieve activiteiten. Vooruitgang is niet louter een kwestie van stijgen op een verticale schaal. Er is geen specifieke logische eis dat leerders alle lagere niveaus op een subschaal een voor een moeten doorlopen. Zij kunnen ook horizontale vooruitgang boeken door hun taalvaardigheid te verbreden naar een aangrenzende categorie in plaats van te verhogen binnen dezelfde categorie. Omgekeerd impliceert de uitdrukking 'kennis verdiepen' dat het heel goed mogelijk is dat men de pragmatische vooruitgang wil onderbouwen met 'basiskennis' (de laagste orde van vaardigheden) op het gebied dat men horizontaal heeft betreden.
Ten slotte moeten we vermijden dat een reeks niveaus en schalen van taalvaardigheid wordt opgevat als een lineaire schaal met alle kenmerken van een meetlat. Geen enkele bestaande schaal of reeks niveaus kan in dit verband lineair worden genoemd. Om in termen van de inhoudsspecificaties van de Raad van Europa te spreken, zelfs wanneer het niveau Waystage zich halverwege het niveau Threshold bevindt en Threshold halverwege het niveau Vantage, leert de ervaring met bestaande schalen dat leerders meer dan tweemaal zoveel tijd nodig hebben om Threshold te bereiken vanuit Waystage als zij nodig hadden om Waystage te bereiken. Vervolgens hebben zij waarschijnlijk meer dan tweemaal zoveel tijd nodig om van Threshold naar Vantage te gaan als ze nodig hadden om Threshold vanuit Waystage te bereiken, ook al lijken alle niveaus op gelijke afstanden van elkaar te liggen. Dit komt door de noodzakelijke verbreding van het bereik van activiteiten, vaardigheden en taal die ermee gepaard gaat, een realiteit die vaak wordt weergegeven als een ijshoorntje, een driedimensionale kegel die breder wordt aan de bovenkant. Men dient daarom uiterst terughoudend te zijn wanneer men een niveauschaal wil gebruiken om de 'gemiddelde leertijd' te berekenen waarin bepaalde doelstellingen kunnen worden bereikt.