Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Gemeenschappelijk Europees referentiekader

U bent hier: start » onderwijs » europees referentiekader

3.5 Flexibiliteit in een boomstructuur

Niveau A1 (Breakthrough) is waarschijnlijk het laagste 'niveau' van generatieve taalvaardigheid dat kan worden onderscheiden. Voordat deze fase wordt bereikt zullen er waarschijnlijk al een aantal specifieke taken zijn die leerders doeltreffend kunnen uitvoeren met behulp van een zeer beperkt taalbereik en die relevant zijn voor de behoeften van de betrokken leerders. De studie van de Zwitserse Raad voor Wetenschappelijk Onderzoek uit 1994-5, waarin de toelichtende descriptoren zijn ontwikkeld en geschaald, onderscheidde een niveau van taalgebruik dat beperkt blijft tot de uitvoering van geïsoleerde taken, en dat kan worden voorondersteld bij de definitie van niveau A1. In bepaalde contexten, bijvoorbeeld met jonge leerders, kan het nuttig zijn om zo'n 'mijlpaal' verder uit te werken. De volgende descriptoren hebben betrekking op simpele algemene taken. Ze werden alle ingeschaald onder niveau A1. Ze vormen nuttige doeleinden voor beginners:

De bovenstaande descriptoren betreffen levensechte taken van toeristische aard. Binnen een schoolomgeving kan men zich ook een aparte lijst met 'pedagogische taken' voorstellen, met inbegrip van elementen van taalspelletjes, vooral op basisscholen.

De Zwitserse empirische resultaten wezen op een schaal van negen min of meer even grote, coherente niveaus, zoals te zien in afbeelding 2. Deze schaal kent twee niveaus tussen A2 (Waystage) en B1 (Threshold), tussen B1 (Threshold) en B2 (Vantage), en tussen B2 (Vantage) en C1 (Effective Operational Proficiency). Zulke kleinere niveauverschillen kunnen interessant zijn in leercontexten en nog steeds in verband worden gebracht met de bredere niveaus die gebruikelijk zijn in examencontexten.

Afbeelding 2

In de toelichtende descriptoren wordt een onderscheid gemaakt tussen de 'criteriumniveaus' (zoals A2 of A2.1) en de 'plusniveaus' (zoals A2+ of A2.2). Laatstgenoemde worden van de eerstgenoemde gescheiden door een horizontale streep, zoals in onderstaand voorbeeld over algemene luistervaardigheid.

Tabel 4. Niveaus A2.1 en A2.2 (A2+): luistervaardigheid

A2

Kan genoeg begrijpen om te kunnen voldoen aan behoeften van concrete aard, wanneer er helder en langzaam wordt gearticuleerd.

Kan frasen en uitdrukkingen begrijpen die verband houden met zaken van de meest directe prioriteit (elementaire persoons- en familiegegevens, boodschappen doen, plaatselijke geografie, werk), wanneer er helder en langzaam wordt gearticuleerd.

Cesuren tussen niveaus vaststellen is altijd een subjectieve procedure - sommige instellingen geven de voorkeur aan brede niveaus, andere aan smalle. Het voordeel van een boomstructuur is dat een gemeenschappelijke set van niveaus en/of descriptoren op verschillende punten door verschillende gebruikers kan worden 'gesneden' tot niveaus die aan lokale behoeften voldoen en nog steeds blijven verwijzen naar een gemeenschappelijk stelsel. De nummering maakt een nog verdere onderverdeling mogelijk zonder dat de verwijzing naar het hoofddoel verloren gaat. Met een flexibel schema van vertakkingen zoals hier voorgesteld, kunnen instellingen voor hen relevante onderverdelingen ontwikkelen, voldoende verfijnd om de door hen gehanteerde niveaus uit te drukken in termen van het gemeenschappelijk kader.

Voorbeeld 1:

Een schoolsysteem voor het basisonderwijs en de laagste klassen van het voorgezet onderwijs, of voor avondonderwijs voor volwassenen, waarbij het wenselijk is dat ook op lage niveaus zichtbare vooruitgang wordt geboekt, zou de stam van de Basisgebruiker kunnen splitsen in misschien wel zes meer gedifferentieerde mijlpalen op het niveau A2 (Waystage), een gebied waar grote aantallen leerders zich bevinden.

Afbeelding 3

Voorbeeld 2:

In een omgeving die gericht is op het leren van de taal in het gebied waar die taal wordt gesproken, zou men kunnen overwegen de stam Onafhankelijke Taalgebruiker uit te bouwen met extra takken (subniveaus) in het midden van de schaal:

Afbeelding 4

Voorbeeld 3:

In referentiekaders gericht op hogere taalvaardigheden bij professionele behoeften zou waarschijnlijk de tak van de Vaardige gebruiker verder worden uitgewerkt:

Afbeelding 5

Nederlandse Taalunie