Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Gemeenschappelijk Europees referentiekader

U bent hier: start » onderwijs » europees referentiekader

3.7 Hoe de schalen met toelichtende descriptoren kunnen worden gelezen

De gebruikte niveaus zijn de zes hoofdniveaus die in dit hoofdstuk zijn geïntroduceerd: A1 (Breakthrough), A2 (Waystage), B1 (Threshold), B2 (Vantage), C1 (Effective Operational Proficiency) en C2 (Mastery). Zoals beschreven, kennen de niveaus in het middengedeelte van de schaal – Waystage, Threshold en Vantage – vaak een verdere onderverdeling, aangeduid met een dunne streep. Waar dit het geval is vertegenwoordigen descriptoren onder de dunne streep het betrokken criteriumniveau. Descriptoren boven de streep omschrijven een vaardigheidsniveau dat significant hoger is dan dat van het criteriumniveau maar dat niet voldoet aan de norm van het volgende niveau. De basis voor dit onderscheid wordt gelegd bij het ijken in de praktijk. Waar A2 (Waystage), B1 (Threshold) of B2 (Vantage) niet is onderverdeeld, komt de descriptor overeen met het criteriumniveau. In zo'n geval is geen formulering gevonden die tussen de twee betrokken criteriumniveaus viel.

Sommige mensen lezen een schaal met descriptoren het liefst van het hoogste naar het laagste niveau, anderen prefereren de omgekeerde volgorde. Met het oog op de consistentie worden alle schalen hier gepresenteerd met C2 (Mastery) bovenaan en A1 (Breakthrough) onderaan.

Van elk niveau wordt aangenomen dat het ook de lager gelegen niveaus op de schaal omvat. Dat wil zeggen dat iemand op niveau B1 (Threshold) ook wordt geacht te kunnen wat er is beschreven voor A2 (Waystage), maar dan beter. Dit betekent dat clausules bij een prestatie op A2-niveau (Waystage), bijvoorbeeld 'mits er helder en langzaam wordt gearticuleerd', minder dwingend of zelfs niet van toepassing zijn voor een prestatie op B1-niveau (Threshold).

Niet ieder element of aspect van een descriptor wordt herhaald op het volgende niveau. Dat wil zeggen, op elk niveau wordt selectief beschreven wat op dat niveau als opvallend of nieuw wordt beschouwd. In de descriptoren worden dus niet stelselmatig alle elementen van het onderliggende niveau herhaald met een kleine aanpassing in de formulering om een hogere moeilijkheidsgraad aan te geven.

Niet ieder niveau wordt omschreven op alle schalen. Het is moeilijk om conclusies te trekken uit de afwezigheid van een bepaald gebied op een bepaald niveau, omdat er verschillende redenen of combinaties van redenen voor het ontbreken kunnen zijn:

Als gebruikers van het Referentiekader de databank met descriptoren willen benutten, zullen zij de vraag moeten beantwoorden wat zij willen doen met hiaten in de aangeboden descriptoren. Het is goed mogelijk dat hiaten kunnen worden opgevuld door middel van nadere uitwerking in de betrokken context en/of door materiaal in te voegen vanuit het eigen systeem van de gebruiker. Andere hiaten daarentegen kunnen - terecht - open blijven. Het is mogelijk dat een bepaalde categorie niet relevant is nabij de boven- of onderzijde van de reeks niveaus. Een hiaat in het midden van de schaal kan er daarentegen op wijzen dat een betekenisvol onderscheid niet eenvoudig te formuleren is.

Nederlandse Taalunie