Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

4.1.1 Domeinen

Elk geval van taalgebruik vindt plaats in de context van een bepaalde situatie binnen een van de domeinen (werkingssferen of aandachtsgebieden) waarin het sociale leven is geordend. De keuze van de domeinen waarop leerders worden voorbereid heeft verstrekkende gevolgen voor de keuze van situaties, doelstellingen, taken, thema's en teksten voor onderwijs- en toetsmaterialen en -activiteiten. Gebruikers moeten ook denken aan de motiverende effecten van de keuze voor domeinen die nu relevant zijn in verband met toekomstige bruikbaarheid. Kinderen kunnen bijvoorbeeld goed worden gemotiveerd met aandacht voor hun huidige belangstellingssfeer, waarna vervolgens kan blijken dat ze slecht zijn voorbereid op communicatie in een volwassen omgeving. In het volwassenenonderwijs kunnen belangentegenstellingen ontstaan tussen werkgevers, die cursussen vergoeden en graag zien dat daarin alle aandacht uitgaat naar het werkdomein, en studenten die wellicht vooral geïnteresseerd zijn in het ontwikkelen van persoonlijke relaties.

Het aantal mogelijke domeinen is niet te bepalen omdat elk definieerbaar activiteiten- of interessegebied het belangrijkste domein kan zijn voor een bepaalde gebruiker of opleiding. Over het algemeen is het bij het leren en onderwijzen van talen nuttig om ten minste de volgende domeinen te onderscheiden:

  • het persoonlijke domein, waarin de betrokkene als privépersoon leeft, met aandacht voor het huiselijke leven met familie en vrienden, en zich overgeeft aan individuele activiteiten zoals lezen voor zijn of haar plezier, een dagboek bijhouden, zich wijden aan een speciale belangstelling of hobby, enzovoort;

  • het publieke domein, waarin de betrokkene optreedt als lid van de samenleving in het algemeen, of van een bepaalde organisatie, en zich bezighoudt met uiteenlopende transacties voor uiteenlopende doeleinden;

  • het professionele domein, waarin de betrokkene zijn werk doet of beroep uitoefent;

  • het educatieve domein, waarin de betrokkene zich bezighoudt met een georganiseerde vorm van leren, in het bijzonder (maar niet noodzakelijkerwijs) binnen een onderwijsinstelling.

Opgemerkt moet worden dat bij veel situaties meer dan één domein betrokken kan zijn. Voor een leraar vallen het professionele domein en het educatieve domein grotendeels samen. Het publieke domein, met alles wat te maken heeft met sociale en bestuurlijke interacties en transacties, en contacten met de media, heeft raakvlakken met de drie andere domeinen. In zowel het educatieve als het professionele domein zijn veel interacties en taalactiviteiten te rekenen tot het normale sociale functioneren van een groep zonder dat zij een verband vertonen met beroeps- of leertaken. Evenzo mag het persoonlijke domein geenszins worden beschouwd als een afzonderlijke sfeer (denk aan het binnendringen van de media in het privé- en gezinsleven, de verspreiding van diverse 'publieke' documenten naar 'private' brievenbussen, reclame-uitingen, publieke teksten op de verpakking van producten in het dagelijks privéleven, enzovoort).

Wel heeft het persoonlijke domein een individualiserende of personaliserende uitwerking op acties in de overige domeinen. Zonder dat zij ophouden sociale wezens te zijn, positioneren de betrokkenen zich als individuen. Ook met een technisch rapport, een presentatie in de klas, een aankooptransactie kan men - gelukkig - meer 'persoonlijkheid' uitdrukken dan alleen met betrekking tot het professionele, educatieve of publieke domein waarvan de taalactiviteit op een specifieke plaats en tijd deel uitmaakt.

Gebruikers van het Referentiekader zouden kunnen overwegen en indien van toepassing vermelden:

- in welke domeinen de leerder actief zal moeten zijn.