Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

4.1.2 Situaties

In elk domein kunnen de optredende externe situaties worden beschreven in termen van:

  • de plaatsen en de tijden waarop ze zich voordoen;
  • de instellingen of organisaties waarvan de structuur en de procedures veel bepalen van wat normaal gesproken kan gebeuren;
  • de betrokken personen, in het bijzonder in hun sociale rollen ten opzichte van de gebruiker/leerder;
  • de objecten (levend en niet-levend) in de omgeving;
  • de gebeurtenissen die plaatsvinden;
  • de handelingen die de betrokkenen uitvoeren;
  • de teksten die binnen de situatie worden aangetroffen.

In tabel 5 (pagina 47-48) worden enkele voorbeelden gegeven van bovengenoemde situatiecategorieën, gesorteerd op domein, die waarschijnlijk in de meeste Europese landen zijn aan te treffen. De tabel is zuiver illustratief en bedoeld om ideeën op te roepen. Zij pretendeert niet uitputtend te zijn. Wat niet in een tabel als deze is te vatten, zijn in het bijzonder de dynamische aspecten van interactieve situaties waarvan de deelnemers de relevante kenmerken herkennen naarmate de situatie zich ontwikkelt. Deze aspecten hebben betrekking op veranderingen, niet op een beschrijving van de situatie zelf. De verhoudingen tussen partners in communicatiehandelingen komen uitgebreider aan de orde in de paragrafen 4.1.4 en 4.1.5. Zie voor de interne structuur van communicatieve interactie paragraaf 5.2.3.2 Sociaal-culturele aspecten worden behandeld in 5.1.1.2, gebruikersstrategieën in 4.4.

Gebruikers van het Referentiekader zouden kunnen overwegen en indien van toepassing vermelden:

- met welke situaties de leerder zal moeten kunnen omgaan;

- met welke plaatsen, instellingen/organisaties, personen, dingen, gebeurtenissen en acties de leerder te maken krijgt.