4.1.3 Omstandigheden en beperkingen
De externe omstandigheden waaronder communicatie plaatsvindt, leggen gebruikers/leerders en hun gesprekspartners verschillende beperkingen op. Hier volgen enkele voorbeelden.
Het vermogen van alle sprekers, vooral leerders, om hun taalcompetentie in de praktijk te brengen is sterk afhankelijk van de fysieke omstandigheden waaronder de communicatie plaatsvindt. Spraakherkenning wordt bemoeilijkt door lawaai, interferentie en vervorming, waarvan voorbeelden zijn gegeven. Het vermogen om onder moeilijke omstandigheden doeltreffend en betrouwbaar te functioneren kan van levensbelang zijn, bijvoorbeeld voor gezagvoerders van vliegtuigen die landingsinstructies ontvangen waarbij geen foutenmarge is toegestaan. Zij die leren in het openbaar mededelingen te doen in een vreemde taal, moeten een bijzonder heldere uitspraak hanteren, sleutelwoorden herhalen, enzovoort, om te waarborgen dat zij begrepen worden. Taallaboratoria gebruiken vaak geluidsbanden die kopieën van kopieën zijn en waarop het ruis- en vervormingsniveau zo hoog is dat het nooit zou worden aanvaard in een visueel medium en het taalleren ernstig belemmert.
Er dient zorgvuldig op te worden toegezien dat alle deelnemers aan luistervaardigheidstoetsen gelijke omstandigheden genieten. Soortgelijke eisen mogen mutatis mutandis worden gesteld aan leesvaardigheids- en schrijftoetsen. Docenten/leerkrachten en toetsers moeten zich bovendien bewust zijn van de gevolgen van sociale omstandigheden en tijdsdruk voor leerprocessen en interactie in de les en het effect daarvan op de competentie van een leerder en zijn of haar vermogen om in een bepaald geval adequaat op te treden.
Tabel 5. Externe gebruikscontext: beschrijvende categorieën
| Domein | Plaatsen | Instellingen | Personen |
| Persoonlijk | Thuis: huis, kamers, tuin eigen van familie | De familie | Ouders en grootouders, kinderen, broers en zusters, ooms en tantes, neven en nichten, schoonfamilie, echtgenoten, vertrouwelingen, vrienden en vriendinnen, kennissen |
| Publiek | Openbare ruimte: straat, plein, park | Openbaar gezag | Gewone mensen |
| Professioneel | Kantoren | Bedrijven | Werkgevers en -nemers |
| Educatief | Scholen: aula, lokalen, speelplein, sportvelden, gangen | School | Onderwijzers |
| Dingen | Gebeurtenissen | Activiteiten | Teksten |
| Woninginrichting en meubilair | Gezinsmomenten en familiebijeenkomsten | Dagelijkse routines: | Teletekst en ondertitels |
| Geld, portemonnee, portefeuille | Voorvallen | Inkopen en ontvangen van openbare diensten | Openbare aankondigingen en mededelingen |
| Bedrijfsmachines | Vergaderingen | Bedrijf besturen | Zakenbrief |
| Schrijfgerei | Voor het eerst (terug) naar school | Weekopening | Authentieke teksten (als boven) |
Gebruikers van het Referentiekader zouden kunnen overwegen en indien van toepassing vermelden:
- hoe de fysieke omstandigheden waaronder de leerder zal moeten communiceren van invloed zullen zijn op wat hij of zij moet doen;
- hoe het aantal en de aard van de gesprekspartners van invloed zullen zijn op wat de leerder moet doen;
- onder welke tijdsdruk de leerder zal moeten optreden.