Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

4.2 Communicatieve thema's

Binnen de verschillende domeinen kunnen we onderscheid maken naar thema's, zaken die als onderwerp van betogen, gesprekken, bespiegelingen of verhandelingen in het brandpunt van de belangstelling staan tijdens bepaalde communicatieve handelingen. Thematische categorieën kunnen op veel verschillende manieren worden ingedeeld. Een invloedrijke indeling in thema's, subthema's en 'specifieke noties' wordt gepresenteerd in Threshold Level 1990, hoofdstuk 7:

  1. persoonlijke identificatie
  2. huis, woonplaats, omgeving
  3. dagelijks leven
  4. vrije tijd, ontspanning
  5. reizen
  6. verhoudingen met anderen
  7. gezondheid en lichaamsverzorging
  8. onderwijs
  9. winkelen
  10. eten en drinken
  11. dienstverlening
  12. plaatsen
  13. taal
  14. weer

Voor elk van deze themagebieden zijn subcategorieën gedefinieerd. Zo is thema 4, 'vrije tijd en ontspanning', onderverdeeld in de volgende subcategorieën:

  • 4.1 vrijetijdsbesteding
  • 4.2 hobby's en interessegebieden
  • 4.3 radio en televisie
  • 4.4 bioscoop, theater, concert, enz.
  • 4.5 tentoonstelling, museum, enz.
  • 4.6 intellectuele en kunstzinnige bezigheden
  • 4.7 sport
  • 4.8 pers

Bij elk subthema zijn 'specifieke noties' geïdentificeerd. In dit opzicht zijn de categorieën in tabel 5, die betrekking hebben op de plaatsen, instellingen en dergelijke die moeten worden meegewogen, bijzonder relevant. Onder 4.7, 'sport', worden in Threshold Level 1990 bijvoorbeeld de volgende noties genoemd:

  1. plaatsen: grasveld, sportveld, stadion
  2. instellingen en organisaties: sport, team, club
  3. personen: speler
  4. dingen: kaarten, bal
  5. gebeurtenissen: race, wedstrijd
  6. acties: kijken, (naam sport) spelen, racen, winnen, verliezen, gelijkspelen

Uiteraard is deze selectie en ordening van thema's, subthema's en specifieke noties niet definitief. Zij is de uitkomst van beslissingen van de auteurs in het licht van hun beoordeling van de communicatiebehoeften van de betrokken leerders. Zoals u ziet hebben bovengenoemde thema's voornamelijk betrekking op het persoonlijke en het publieke domein, zoals het past bij tijdelijke bezoekers die waarschijnlijk niet zullen toetreden tot het professionele en educatieve leven van het land. Sommige thema's (bijvoorbeeld gebied 4) spelen zich deels in het persoonlijke, deels in het publieke domein af. Gebruikers van het Referentiekader, zo mogelijk met inbegrip van de betrokken leerders zelf, beslissen natuurlijk zelf op basis van hun beoordeling van de behoeften, motivaties, eigenschappen en bronnen van de leerder in de relevante domeinen. Zo kunnen voor het taalleren in het beroepsonderwijs bijvoorbeeld thema's worden ontwikkeld op het werkterrein dat voor de studenten of leerlingen in kwestie relevant is. Leerlingen in het hoger middelbaar onderwijs zouden wat dieper kunnen ingaan op wetenschappelijke, technologische, economische thema's en dergelijke. Het gebruik van een vreemde taal als onderwijsmiddel maakt een zorgvuldige afweging van de thematische inhoud van het onderwezen vak noodzakelijkerwijs bijzonder belangrijk.

Gebruikers van het Referentiekader zouden kunnen overwegen en indien van toepassing vermelden:

  • met welke thema's leerders zich in de gekozen domeinen zullen moeten bezighouden;
  • met welke subthema's zij zich zullen moeten bezighouden;
  • welke specifieke noties betreffende plaatsen, instellingen/organisaties, personen, dingen, gebeurtenissen en handelingen zij zullen moeten hanteren om met elk (sub)thema te kunnen omgaan.