Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Gemeenschappelijk Europees referentiekader

U bent hier: start » onderwijs » europees referentiekader

4.4.5 Non-verbale communicatie

4.4.5.1 Enkele praktische handelingen waarmee taalactiviteiten (gewoonlijk mondelinge activiteiten in rechtstreeks contact) gepaard gaan, zijn:

Gebruikers van het Referentiekader zouden kunnen overwegen en indien van toepassing vermelden:

  • hoe vaardig leerders moeten kunnen zijn in het afstemmen van handelingen op woorden, en omgekeerd;
  • in welke situaties zij dit moeten doen.

4.4.5.2 Paralinguïstische verschijnselen zijn:

Lichaamstaal. Paralinguïstische lichaamstaal verschilt in die zin van praktische handelingen begeleid door taal, dat zij aan conventies aangepaste betekenissen draagt, die van cultuur tot cultuur sterk kunnen verschillen. In veel Europese landen komen de volgende voorbeelden van lichaamstaal voor:

Gebruik van buitentalige spreekgeluiden. Zulke geluiden (of woorddelen) zijn paralinguïstisch omdat ze weliswaar aan conventies aangepaste betekenissen dragen maar buiten het reguliere fonologische systeem van een taal vallen. Enkele voorbeelden zijn:

Prosodische aspecten. Het gebruik van prosodische kenmerken is paralinguïstisch als zij weliswaar aan conventies aangepaste betekenissen dragen (bijvoorbeeld met betrekking tot houding of geestesgesteldheid) maar buiten het reguliere fonologische systeem vallen waarin prosodische kenmerken als lengte, toon en nadruk een rol spelen. Enkele voorbeelden:

Veel paralinguïstische effecten worden voortgebracht door combinaties van toonhoogte, lengte, volume en stemkwaliteit.

Paralinguïstische communicatie dient zorgvuldig te worden onderscheiden van ontwikkelde gebarentalen, die buiten de huidige reikwijdte van het ERK vallen, hoewel deskundigen op dat gebied zullen zien dat veel concepten en categorieën ook voor hen relevant kunnen zijn.

Gebruikers van het Referentiekader zouden kunnen overwegen en indien van toepassing vermelden:

  • welk gewenst paralinguïstisch gedrag de leerder zal moeten kunnen a) herkennen en begrijpen, en b) toepassen.

4.4.5.3 Paratekstuele kenmerken: een evenzeer 'paralinguïstische' rol is in verband met geschreven teksten weggelegd voor elementen als:

Gebruikers van het Referentiekader zouden kunnen overwegen en indien van toepassing vermelden:

  • welke paratekstuele kenmerken de leerder zal moeten kunnen a) herkennen en interpreteren, en b) toepassen.
Nederlandse Taalunie