Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

5.1.3 'Existentiële' competentie (savoir-être)

De communicatieve activiteiten van gebruikers/leerders van een taal worden niet alleen beïnvloed door hun kennis, inzicht en vaardigheden, maar ook door individuele factoren factoren die te maken hebben met hun persoonlijkheid, gekenmerkt door houdingen, motivaties, waarden, overtuigingen, cognitieve stijlen en persoonlijkheidstypen die bijdragen aan hun persoonlijke identiteit. Hiertoe behoren:

1. houdingen, zoals de mate van:

  • openstaan en belangstelling hebben voor nieuwe ervaringen, andere mensen, ideeën, volkeren, samenlevingen en culturen;
  • bereid zijn het eigen culturele gezichtspunt en waardenstelsel te relativeren;
  • bereid en in staat zijn zich te los te maken van conventionele houdingen tegenover cultuurverschillen.

2. motivaties:

  • innerlijk/extern;
  • instrumenteel/integratief;
  • communicatieve drang, de menselijke behoefte aan communicatie.

3. waarden,bijvoorbeeld ethisch en moreel.

4. overtuigingen,bijvoorbeeld religieus, ideologisch, filosofisch.

5. cognitieve stijlen, bijvoorbeeld:

  • convergerend/divergerend;
  • holistisch/analytisch/synthetisch.

6. persoonlijkheidsfactoren, bijvoorbeeld:

  • praatzucht/zwijgzaamheid;
  • ondernemendheid/bedeesdheid;
  • optimisme/pessimisme;
  • introversie/extraversie;
  • proactiviteit/reactiviteit;
  • intropunitieve/extrapunitieve/impunitieve persoonlijkheid (schuld);
  • (vrijheid van) angst of verlegenheid;
  • rigiditeit/flexibiliteit;
  • ruimdenkendheid/bekrompenheid;
  • spontaniteit/zelfcontrole;
  • intelligentie;
  • nauwgezetheid/achteloosheid;
  • geheugencapaciteit;
  • vlijt/luiheid;
  • (gebrek aan) ambitie;
  • (gebrek aan) zelfbewustzijn;
  • (gebrek aan) zelfredzaamheid;
  • (gebrek aan) zelfvertrouwen;
  • (gebrek aan) eigenwaarde;

Houdingen en persoonlijkheidsfactoren zijn niet alleen van grote invloed op de rollen van taalgebruikers/-leerders in communicatieve handelingen, maar ook op hun leervermogen. De ontwikkeling van een 'interculturele persoonlijkheid' met bijbehorende houding en bewustzijn wordt door velen beschouwd als een belangrijk onderwijsdoel op zich. Daarbij komen belangrijke ethische en pedagogische kwesties aan de orde, zoals:

  • de mate waarin persoonlijkheidsontwikkeling een uitdrukkelijk onderwijsdoel kan zijn;
  • de manier waarop cultuurrelativisme kan samengaan met ethische en morele integriteit;
  • persoonlijkheidsfactoren die het leren en verwerven van een vreemde of tweede taal a) bevorderen of b) hinderen;
  • de manier waarop leerders kunnen worden geholpen hun sterke punten te benutten en hun zwakheden te overwinnen;
  • de manier waarop de diversiteit aan persoonlijkheden kan samengaan met de beperkingen die aan en door onderwijssystemen worden opgelegd.

Gebruikers van het Referentiekader zouden kunnen overwegen en indien van toepassing vermelden:

  • • of er persoonlijkheidskenmerken zijn, en zo ja welke, die leerders zullen moeten ontwikkelen/vertonen;
  • of, en zo ja hoe, rekening wordt gehouden met kenmerken van leerders in voorzieningen voor het leren, onderwijzen en beoordelen van taal.