Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Gemeenschappelijk Europees referentiekader

U bent hier: start » onderwijs » europees referentiekader

5.2.1.4 Fonologische competentie

heeft betrekking op kennis van en vaardigheid in de waarneming en productie van:

FONOLOGISCHE BEHEERSING

C2

Als C1

C1

Kan de intonatie variƫren en de juiste nadruk in zinnen leggen om ook fijnere betekenisnuances uit te drukken.

B2

Heeft een heldere, natuurlijke uitspraak en intonatie verworven.

B1

De uitspraak is duidelijk te verstaan ook al is soms een duidelijk buitenlands accent te horen en worden er incidenteel uitspraakfouten gemaakt.

A2

De uitspraak is over het algemeen voldoende helder om te worden verstaan ondanks een merkbaar buitenlands accent, maar gesprekspartners zullen af en toe om herhaling moeten vragen

A1

De uitspraak van een zeer beperkt repertoire van geleerde woorden en frasen is met enige inspanning verstaanbaar voor moedertaalsprekers die gewend zijn om te gaan met sprekers uit zijn of haar taalgroep.

Gebruikers van het Referentiekader zouden kunnen overwegen en indien van toepassing vermelden:

  • welke nieuwe fonologische vaardigheden de leerder nodig heeft;
  • wat het relatieve belang is van geluiden en prosodie;
  • of fonetische correctheid en vloeiendheid doelstellingen voor de korte termijn zijn dan wel geleidelijk worden ontwikkeld als langetermijndoelen.
Nederlandse Taalunie