Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

6.2.2 Hoe leren leerders?

6.2.2.1 Er is op het ogenblik geen voldoende krachtige, op onderzoek gebaseerde consensus over de manier waarop leerders leren om het Referentiekader te baseren op één leertheorie. Sommige theoretici geloven dat de informatieverwerkende vermogens van de mens zo krachtig zijn dat een mens alleen maar blootgesteld hoeft te worden aan voldoende begrijpelijke taal om die taal te verwerven en te kunnen gebruiken voor begrip en productie. Zij menen dat het proces van 'verwerving' zich onttrekt aan waarneming of intuïtie en dat het niet kan worden bevorderd door bewuste manipulatie, noch met onderwijs noch met studie. Voor hen is het belangrijkste wat een docent/leerkracht kan doen een zo rijk mogelijke taalomgeving aanbieden waarin het leren kan plaatsvinden zonder formeel onderwijzen.

6.2.2.2 Anderen menen dat naast blootstelling aan begrijpelijke input ook actieve deelname aan communicatieve interactie een noodzakelijke en voldoende voorwaarde is voor taalontwikkeling. Ook zij achten het expliciet onderwijzen of bestuderen van de taal irrelevant. Er zijn anderen die het tegenovergestelde geloven: dat leerders die de nodige grammaticale regels en een woordenschat hebben geleerd in staat zullen zijn de taal zonder verdere oefening te begrijpen en te gebruiken in het licht van hun voorafgaande ervaring en gezond verstand. Tussen deze tegengestelde extremen zullen de meeste 'gematigde' leerders, docenten/leerkrachten en hun ondersteunende diensten meer eclectische methoden volgen. Zij erkennen dat leerders niet noodzakelijkerwijs leren wat docenten/leerkrachten onderwijzen en dat zij niet alleen een substantiële hoeveelheid begrijpelijke talige input met context nodig hebben, maar ook mogelijkheden om de taal interactief te gebruiken. Zij zien in dat het leren wordt bevorderd, zeker in de kunstmatige omstandigheden van het klaslokaal, door een combinatie van bewust leren en voldoende oefening om de bewuste aandacht voor fysieke spreek- en schrijfvaardigheden op laag niveau en voor morfologische en syntactische correctheid te verminderen of weg te nemen, waardoor de geest wordt vrijgemaakt voor communicatiestrategieën op hoger niveau. Sommigen (maar minder dan voorheen) menen dat dit doel kan worden bereikt door driloefeningen met het gevaar van te veel leren.

6.2.2.3 Er bestaat natuurlijk een aanzienlijke variatie tussen leerders van verschillende leeftijden, soorten en achtergronden wat betreft de elementen waarop zij het meest vruchtbaar reageren, en tussen docenten/leerkrachten, cursusmakers en dergelijke wat betreft de balans van de elementen die worden aangeboden in lesprogramma's al naar gelang het belang dat zij hechten aan productie versus receptie, correctheid versus vloeiendheid, enzovoort.

Gebruikers van het Referentiekader zouden kunnen overwegen en indien van toepassing vermelden op welke aannames over het leren van talen hun werk is gebaseerd en wat daarvan de methodologische consequenties zijn.