Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

6.4.1 Algemene benaderingen
Hoe wordt over het algemeen van leerders verwacht dat zij een tweede of vreemde taal (T2) leren? Is dat op een of meer van de volgende manieren?

  1. door directe blootstelling aan authentiek taalgebruik in T2 tijdens een of meer van de volgende activiteiten:
    • direct in gesprek met moedertaalspreker(s)
    • een gesprek van anderen horen;
    • luisteren naar de radio, opnamen, enzovoort;
    • kijken en luisteren naar de televisie, video, enzovoort;
    • ongewijzigde, ongeclassificeerde, authentieke geschreven teksten lezen (kranten, tijdschriften, verhalen, romans, openbare (verkeers)borden en waarschuwingen, enzovoort);
    • gebruik maken van computerprogramma's, cd-roms, enzovoort;
    • deelnemen aan online- of offlineconferenties op de computer;
    • deelnemen aan lessen in andere vakken waarvoor T2 als onderwijstaal wordt gebruikt;
  2. door directe blootstelling aan speciaal geselecteerde (bijvoorbeeld geclassificeerde) gesproken uitingen en geschreven teksten in T2 ('begrijpelijke input');
  3. door directe deelname aan authentieke communicatieve interactie in T2, bijvoorbeeld als gesprekspartner met een goede tolk;
  4. door directe deelname aan speciaal ontworpen en geconstrueerde taken in T2 ('begrijpelijke output');
  5. autodidactisch, door (begeleide) zelfstudie, overeengekomen zelf gerichte doelen nastrevend en gebruik makend van beschikbare instructiemedia;
  6. door een combinatie van presentaties, uitleg, (dril)oefeningen en praktijkactiviteiten, maar met T1 als de taal waarin de groep wordt geleid, uitleg wordt gegeven, enzovoort;
  7. door een combinatie van activiteiten als bij f, maar uitsluitend met T2 als taal voor alle doeleinden in de klas;
  8. door een combinatie van bovengenoemde activiteiten, misschien beginnend met f, maar met steeds minder gebruik van T1 en met meer taken en authentieke gesproken en geschreven teksten, en een toenemend aandeel voor zelfstudie;
  9. door een combinatie van het bovenstaande met individuele en groepsplanning, implementatie en evaluatie van activiteiten in de klas met steun van de docent/leerkracht, onderhandelingsinteractie om aan de behoeften van verschillende leerders te voldoen, enzovoort.

Gebruikers van het Referentiekader zouden kunnen overwegen en vermelden welke benadering zij over het algemeen volgen, ongeacht of dat een van de bovenstaande of een andere is.