6.4.2 De rollen van docenten/leerkrachten, leerders en media
6.4.2.1 Welke percentages van de
lestijd mogen worden besteed of mogen worden verwacht te worden besteed:
- door
de docent/leerkracht die iets vertelt, uitlegt, enzovoort aan de hele groep?
- aan
vraag- en antwoordsessies met de hele groep (met een onderscheid tussen
kennisvragen, vaardigheidsopdrachten en toetsvragen)?
- aan
werk in groepjes of paren?
- aan zelfstandig
werken?
6.4.2.2 Docenten/leerkrachten dienen zich te realiseren
dat hun handelingen, die een weerslag zijn van hun attitudes en vaardigheden,
een bijzonder belangrijk onderdeel vormen van de omgeving waarin taal wordt
geleerd/verworven. Zij presenteren rolmodellen die leerders kunnen navolgen in
hun toekomstig taalgebruik en hun toekomstige praktijk als docent/leerkracht.
Welk belang wordt gehecht aan hun:
- onderwijzende
vaardigheden?
- managementvaardigheden
in de klas?
- vermogen
om stil te staan bij het eigen handelen en na te denken over hun ervaringen?
- onderwijsstijl?
- inzicht
in en vaardigheid in het omgaan met toetsen, beoordelen en evalueren?
- kennis
van en vaardigheid in het onderwijzen van sociaal-culturele achtergronden?
- interculturele
attitudes en vaardigheden?
- kennis
van en vaardigheid in het ontwikkelen van de esthetische waardering voor
literatuur bij leerders?
- vermogen om te gaan
met individualisering binnen groepen met verschillende leerdertypes en
capaciteiten?
Hoe kunnen de relevante kwaliteiten en vermogens het beste ontwikkeld
worden? Dient de docent/leerkracht tijdens zelfstandig werken of werken in
paren of groepen:
- eenvoudigweg
toezicht en orde te houden?
- rond
te lopen om het werk te controleren?
- beschikbaar
te zijn voor individuele ondersteuning?
- een toezichthoudende en faciliterende rol op zich te nemen,
waarbij zij ingaan op opmerkingen van leerders in verband met het leren en hun
activiteiten coördineren, naast het bieden van controle en ondersteuning?
6.4.2.3 In hoeverre moeten leerders worden geacht of
verplicht om:
- alle
aanwijzingen, maar ook alleen die aanwijzingen, van de docent/leerkracht op
gedisciplineerde, ordelijke wijze op te volgen en alleen te spreken wanneer hun
wordt gevraagd dat te doen?
- actief deel te nemen aan
het leerproces in samenwerking met de docent/leerkracht en andere leerders om
overeenstemming te bereiken over doelstellingen en methoden, compromissen te
aanvaarden en medeleerders te onderwijzen en te beoordelen om gestaag voortgang
te boeken op weg naar autonomie?
- zelfstandig
te werken met zelfstudiemateriaal, met inbegrip van zelfevaluatie?
- met
elkaar te wedijveren?
6.4.2.4 Welk gebruik kan en moet
worden gemaakt van instructieve
media (audio-
en videocassettes, computers, enzovoort)?
- geen;
- voor
demonstraties, herhalingen, enzovoort met de hele groep;
- in
de setting van een taal/video/computerlokaal;
- bij
individuele zelfstudie;
- als
basis voor groepswerk (discussies, onderhandelingen, samenwerkings- en
competitiespelletjes, enzovoort);
- in internationale
computernetwerken van scholen, klassen en individuele leerders.
Gebruikers van het
Referentiekader zouden kunnen overwegen en indien van toepassing vermelden:
- wat de relatieve taken en verantwoordelijkheden van
docenten/leerkrachten en leerders zijn in de organisatie, het beheer, het
verloop en de evaluatie van het taalleerproces;
- hoe er gebruik wordt gemaakt van instructieve media.