Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

6.4.3 De rol van teksten

6.4.3.1 Hoe kunnen leerders worden geacht of verplicht te leren van gesproken of geschreven teksten (zie paragraaf 4.6 )?

  1. door eenvoudige blootstelling;
  2. door eenvoudige blootstelling, maar met de verzekering dat nieuw materiaal begrijpelijk is dankzij gevolgtrekkingen uit de verbale context, visuele ondersteuning, enzovoort;
  3. door blootstelling, waarbij het begrip wordt gecontroleerd en gewaarborgd met vragen en antwoorden in T2, meerkeuzevragen, het zoeken van bijpassende afbeeldingen, enzovoort;
  4. als c, maar met een of meer van de volgende elementen:
    • begripstoetsen in T1;
    • uitleg in T1;
    • uitleg (met inbegrip van eventuele vertaling ad hoc) in T2;
    • stelselmatige vertaling van tekst in T1 door leerders;
    • voorafgaande (groeps)luisteractiviteiten, voorafgaande leesactiviteiten, enzovoort.

6.4.3.2 In hoeverre moeten de aan leerders aangeboden geschreven of gesproken teksten:

  1. 'authentiek' zijn, dat wil zeggen gemaakt voor communicatieve doeleinden zonder onderwijsbedoelingen, bijvoorbeeld:
    • onbewerkte authentieke teksten die de leerder tegenkomt tijdens zijn of haar alledaagse taalgebruikservaringen (dagbladen, tijdschriften, radio- en tv-uitzendingen, enzovoort);
    • authentieke teksten die zo zijn geselecteerd, geclassificeerd en/of bewerkt dat ze passend worden geacht bij de ervaring, belangstelling en kenmerken van de leerder.
  2. speciaal zijn samengesteld voor gebruik in taalonderwijs, bijvoorbeeld:
    • teksten die zo zijn opgesteld dat ze op authentieke teksten als onder ii lijken (bijvoorbeeld speciaal geschreven luistermateriaal dat is ingesproken door acteurs);
    • teksten die zijn samengesteld om voorbeelden van context te geven voor de linguïstische inhoud die moet worden onderwezen (bijvoorbeeld in een bepaald cursusonderdeel);
    • geïsoleerde zinnen voor oefendoeleinden (fonetisch, grammaticaal, enzovoort);
    • aanwijzingen, uitleg en dergelijke in studieboeken, toets- en examenrubrieken, de taal van de docent/leerkracht tijdens de les (aanwijzingen, uitleg, lesbeheer, enzovoort). Deze kunnen worden beschouwd als speciale teksttypen. Zijn ze 'leerdersvriendelijk'? Welke aandacht wordt besteed aan hun inhoud, formulering en presentatie om te waarborgen dat ze dat zijn?

6.4.3.3 In hoeverre moeten leerders niet alleen teksten verwerken maar ook teksten produceren? Het kan daarbij gaan om:

  1. gesproken teksten:
    • hardop gelezen geschreven teksten;
    • mondelinge antwoorden op vragen in oefeningen;
    • reproductie van uit het hoofd geleerde teksten (toneelstukken, gedichten, enzovoort);
    • oefeningen voor paren en groepen;
    • bijdragen aan formele en informele discussies;
    • ongedwongen gesprekken (in de les of leerders onder elkaar);
    • presentaties.
  2. geschreven teksten:
    • gedicteerde passages;
    • schriftelijke oefeningen;
    • opstellen;
    • vertalingen;
    • schriftelijke verslagen;
    • projectwerk;
    • brieven aan correspondentievrienden;
    • bijdragen aan klascontacten via fax of e-mail.
6.4.3.4 In hoeverre kunnen leerders bij receptieve, productieve en interactieve werkvormen worden geacht en geholpen teksttypen te onderscheiden en gepaste stijlen van luisteren, lezen, spreken en schrijven te ontwikkelen, zowel als individuen als in groepen (bijvoorbeeld door ideeën en interpretaties uit te wisselen tijdens de begrips- en formuleringsprocessen)?

Gebruikers van het Referentiekader zouden kunnen overwegen en indien van toepassing vermelden welke plaats geschreven en gesproken teksten innemen in hun lesprogramma en praktijkactiviteiten, bijvoorbeeld:

  • volgens welke beginselen teksten worden geselecteerd, aangepast of samengesteld, geordend en gepresenteerd;
  • of teksten worden geclassificeerd;
  • of leerders a) worden geacht of b) geholpen teksttypen te onderscheiden en per type gepaste stijlen van luisteren en lezen te ontwikkelen en gedetailleerd of op hoofdlijnen of op specifieke punten te beluisteren of te lezen, enzovoort.