Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

6.4.9 Ontwikkeling van pragmatische competentie
Moet de ontwikkeling van de pragmatische competenties van de leerder (zie paragraaf 5.2.3):

  1. worden verondersteld overdraagbaar te zijn vanuit het onderwijs en de algemene ervaringen in de moedertaal (T1)?

of worden gestimuleerd:

  1. door de complexiteit van de discoursestructuur gestaag te vergroten, evenals het functionele bereik van de aan de leerder aangeboden teksten?
  2. door van de leerder te eisen dat hij of zij teksten van toenemende complexiteit produceert door teksten van toenemende complexiteit te vertalen van T1 in T2?
  3. door taken op te dragen die een breder functioneel bereik en meer verbale uitwisselingspatronen vereisen?
  4. door bewustzijnsverhoging (analyse, uitleg, terminologie, enzovoort) in aanvulling op praktische activiteiten?
  5. door het expliciet onderwijzen en oefenen van functies, verbale uitwisselingspatronen en discoursestructuren?

Gebruikers van het Referentiekader zouden kunnen overwegen en indien van toepassing vermelden:

  • in hoeverre sociolinguïstische en pragmatische competenties kunnen worden voorondersteld of op natuurlijke wijze tot ontwikkeling kunnen komen;
  • welke methoden en technieken moeten worden gebruikt om de ontwikkeling van deze competenties te stimuleren in gevallen waarin dat noodzakelijk of raadzaam wordt geacht.