Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

6.5.2 Te ondernemen acties
Ten aanzien van vergissingen en fouten van leerders zijn de volgende acties mogelijk:

  1. alle fouten en vergissingen moeten onmiddellijk worden verbeterd door de docent/leerkracht;
  2. directe verbetering door medeleerders moet stelselmatig worden aangemoedigd om fouten uit te roeien;
  3. alle fouten moeten worden genoteerd en verbeterd op een tijdstip waarop het de communicatie niet verstoort (bijvoorbeeld door de ontwikkeling van correct taalgebruik te scheiden van de ontwikkeling van vloeiend taalgebruik);
  4. fouten moeten niet simpelweg worden verbeterd, maar ook worden geanalyseerd en op een geschikt tijdstip worden uitgelegd;
  5. vergissingen die slechts een verspreking of verschrijving zijn, moeten worden genegeerd maar stelselmatige fouten moeten worden uitgeroeid;
  6. fouten moeten alleen worden verbeterd wanneer zij de communicatie verstoren;
  7. fouten moeten worden aanvaard als 'voorbijgaande intertaal' en worden genegeerd.