7.1 Wat is een taak?
Taken zijn een aspect van het dagelijks leven in het persoonlijke, publieke, educatieve of professionele domein. Wanneer een individu een taak uitvoert, activeert hij strategisch specifieke competenties om in een bepaald domein een aantal gerichte handelingen uit te voeren die een duidelijk gedefinieerd doel en een specifieke uitkomst hebben" (zie paragraaf 4.1). Taken kunnen uiterst verschillend van aard zijn en in mindere of meerdere mate uit taalactiviteiten bestaan. Taken kunnen bijvoorbeeld creatief zijn (tekenen, verhalen schrijven) maar ook op vaardigheden gebaseerd (iets repareren of monteren), probleemoplossend (legpuzzel, cryptogram) of routinematig. Het kan gaan om het interpreteren van een rol in een toneelstuk, het deelnemen aan een discussie, het geven van een presentatie, het opstellen van een plan van aanpak, het lezen en beantwoorden van een (e-mail)boodschap, enzovoort. Een taak kan heel simpel of uitermate complex zijn (bijvoorbeeld het bestuderen van een aantal gerelateerde diagrammen en instructies en het monteren van een ingewikkeld apparaat waarmee men niet vertrouwd is). Een bepaalde taak kan uit meer of minder stappen of ingebedde substappen bestaan, met als gevolg dat de grenzen van een taak soms moeilijk te trekken zijn.
Communicatie is een integraal onderdeel van taken waarbij de deelnemers zich bezighouden met interactie, productie, receptie of bemiddeling, of een combinatie van twee of meer van deze categorieën. Enkele voorbeelden: interactie aangaan met een ambtenaar en een formulier invullen, een rapport lezen en het bespreken met collega's om een besluit te nemen over een plan van aanpak, geschreven instructies opvolgen terwijl men iets in elkaar zet en een aanwezige waarnemer/assistent om hulp vragen of aan hem/haar het proces beschrijven en van commentaar voorzien, een toespraak (schriftelijk) voorbereiden en in het openbaar uitspreken, informeel tolken voor een bezoeker, enzovoort.
Soortgelijke taken zijn vaak een centraal onderdeel van lesprogramma's, studieboeken, leerervaringen en toetsen in de klas, zij het vaak in een vorm die is aangepast aan de leer- of toetsdoelen. Deze 'reële', 'zo bedoelde' of 'oefentaken' worden gekozen op basis van de behoeften van leerders buiten de onderwijssituatie, of die behoeften nu in het persoonlijke of het publieke domein liggen dan wel verband houden met meer specifieke professionele of educatieve behoeften.
Andere soorten taken in de klas zijn specifiek 'pedagogisch' van aard en gebaseerd op de sociale en interactieve kenmerken en de directheid van de onderwijssituatie. Bij het deelnemen aan de taken zijn leerders bereid deze taken te 'geloven' en aanvaarden ze het gebruik van de doeltaal in plaats van de gemakkelijkere en natuurlijkere moedertaal om betekenisgerichte taken uit te voeren.
Deze pedagogische taken hebben slechts indirect betrekking op taken en behoeften van leerders in het echte leven en zijn gericht op de ontwikkeling van communicatieve competentie op basis van wat bekend of vermoed wordt over leerprocessen in het algemeen en taalverwerving in het bijzonder. Communicatieve pedagogische taken zijn (anders dan oefeningen die specifiek gericht zijn op het oefenen van gedecontextualiseerde vormen) bedoeld om leerders actief te betrekken bij betekenisvolle communicatie, relevant (hier en nu in de formele leercontext), uitdagend maar uitvoerbaar (met manipulatie van de taken indien aangewezen) en hebben herkenbare (en mogelijk niet direct evidente) uitkomsten. Dergelijke taken kunnen ook 'metacommunicatieve' (sub)taken omvatten: communicatie over de taakuitvoering en de taal die daarbij wordt gebruikt. Hiertoe behoren ook bijdragen van leerders aan de selectie, het beheer en de evaluatie van taken, elementen die bij het leren van talen vaak integraal deel uitmaken van de taken zelf.
Taken in de klas zijn, ongeacht of ze 'levensecht' dan wel 'pedagogisch' van aard zijn, communicatief voor zover ze van leerders eisen dat zij een betekenis begrijpen, een betekenis onderhandelen en een betekenis uitdrukken om een communicatiedoel te bereiken. De nadruk ligt bij een communicatieve taak op de succesvolle voltooiing ervan. Wanneer leerders hun communicatieve doelen realiseren is zo een taak dus in de eerste plaats gericht op de betekenis. In het geval van taken die zijn ontworpen voor het leren en onderwijzen van talen, is het resultaat echter niet alleen afhankelijk van de betekenis, maar ook van de manier waarop betekenissen worden begrepen, uitgedrukt en onderhandeld. Er moet een veranderende balans worden gevestigd tussen aandacht voor betekenis en vorm, vloeiendheid en correctheid, in de algemene selectie en ordening van taken, waardoor zowel de resultaten van de taken als de voortgang van het leren van de taal wordt bevorderd en op gepaste wijze kan worden erkend.