Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

7.2.1 Competenties

Voor alle soorten taken moeten leerders een reeks gepaste algemene competenties activeren, zoals kennis van de wereld en levenservaring, socio-culturele kennis (over het leven in de doelgemeenschap en belangrijke verschillen tussen gewoonten, waarden en overtuigingen in die gemeenschap en de eigen samenleving van de leerder), interculturele vaardigheden (bemiddeling tussen de beide culturen), leervaardigheden en alledaagse praktische vaardigheden en knowhow (zie paragraaf 5.1). Bij het uitvoeren van een communicatieve taak, in het echte leven of in een onderwijssituatie, maakt de taalgebruiker of leerder ook gebruik van communicatieve taalcompetenties (linguïstische, sociolinguïstische en pragmatische kennis en vaardigheden; zie paragraaf 5.2). Bovendien wordt de uitvoering van een taak beïnvloed door de individuele persoonlijkheid en de attitude van de taalgebruiker of leerder.

Een succesvolle taakuitvoering kan worden bevorderd door de voorafgaande activering van competenties van de leerder, bijvoorbeeld door in de eerste probleemstellende of doelstellende fase van een taak het bewustzijn over de noodzakelijke linguïstische elementen te verhogen, door bestaande kennis en ervaring te benutten om de relevante schemata te activeren en door het plannen en oefenen van taken aan te moedigen. Op deze wijze wordt de verwerkingslast tijdens de taakuitvoering en taakcontrole verminderd en kan de aandacht van de leerder zich vrijelijker richten op de onverwachte inhoudelijke en/of vormelijke moeilijkheden die zich kunnen voordoen, waardoor de kans op een succesvolle voltooiing van de taak in zowel kwantitatieve als kwalitatieve zin wordt vergroot.