Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

7.3.1 Competenties en kenmerken van leerders

De verschillende competenties van de leerder hangen nauw samen met individuele kenmerken van cognitieve, affectieve en linguïstische aard waarmee rekening moet worden gehouden bij het vaststellen van de potentiële moeilijkheid van een gegeven taak voor een bepaalde leerder.

7.3.1.1 Cognitieve factoren

Vertrouwdheid van de taak: de cognitieve belasting kan worden verminderd en succesvolle voltooiing van een taak kan worden bevorderd naarmate de leerder meer vertrouwd is met:

  • het type taak en het soort handelingen die de taak vereist;
  • het/de thema('s);
  • het type tekst (genre);
  • de betrokken interactieschemata (scripts en frames) omdat de beschikbaarheid van onbewuste of routineuze schemata de leerder de vrijheid kan geven zich bezig te houden met andere aspecten van de taakuitvoering of helpt bij het anticiperen op de inhoud en structuur van de tekst;
  • noodzakelijke achtergrondkennis (als bekend verondersteld door de spreker of schrijver);
  • relevante socio-culturele kennis, bijvoorbeeld kennis van sociale normen en variaties daarop, maatschappelijke conventies en gedragsregels, taalvormen die passen bij de context, verwijzingen die verband houden met de nationale of culturele identiteit en onderscheidende verschillen tussen de cultuur van de leerder en de doelcultuur (zie paragraaf 5.1.1.2), en intercultureel bewustzijn (zie paragraaf 5.1.1.3 ).
Vaardigheden: succesvolle voltooiing van een taak hangt af van de beheersing door de leerder van een aantal vaardigheden, waaronder:
  • de organisatorische en interpersoonlijke vaardigheden die noodzakelijk zijn om de verschillende stappen van een taak uit te voeren;
  • de leervaardigheden en -strategieën die de taakuitvoering bevorderen, bijvoorbeeld het zich kunnen redden wanneer linguïstische middelen tekortschieten, het zelf ontdekken van dingen, het plannen van de taak en het controleren van de uitvoering ervan;
  • interculturele vaardigheden (zie paragraaf 5.1.2.2), waaronder het vermogen adequaat te reageren op impliciete boodschappen in het discourse van moedertaalsprekers.

Vermogen om te voldoen aan de verwerkingseisen: in hoeverre een taak meer of minder veeleisend is, hangt in hoge mate af van het vermogen van de leerder om:

  • het aantal stappen of 'cognitieve handelingen' in de taak te verwerken, en van hun concrete of abstracte aard;
  • te letten op de verwerkingseisen die de taak stelt (de hoeveelheid 'online-denken') en op het onderlinge verband van de verschillende stappen in de taak (of op het combineren van verschillende maar verwante taken).

7.3.1.2 Affectieve factoren

Eigenwaarde: een positief zelfbeeld zonder geremdheid verhoogt de kans op een succesvolle voltooiing van een taak doordat de leerder het nodige zelfvertrouwen heeft om door te zetten bij de taakuitvoering; bijvoorbeeld door indien nodig de controle over de interactie over te nemen (bijvoorbeeld door in te grijpen om opheldering te vragen, te controleren of de boodschap begrepen is, bereid te zijn risico's te nemen of bij begripsproblemen toch door te gaan met lezen of luisteren en gevolgtrekkingen te maken, enzovoort); de mate van geremdheid kan worden beïnvloed door de actuele situatie of taak.

Betrokkenheid en motivatie: de kans op een succesvolle taakuitvoering neemt toe wanneer de leerder volledig betrokken is; een grote intrinsieke motivatie om de taak tot een goed einde te brengen – vanwege het belang dat hij of zij bij de taak heeft of vanwege de vermeende relevantie, bijvoorbeeld voor reële behoeften of voor de voltooiing van een andere taak (onderling afhankelijke taken) – bevordert die betrokkenheid; extrinsieke motivatie kan ook een rol spelen, bijvoorbeeld wanneer er druk van buiten wordt uitgeoefend om de taak met succes te voltooien (bijvoorbeeld om een compliment te verdienen of gezichtsverlies te voorkomen, of om een ander de loef af te steken).

Toestand: de taakuitvoering wordt beïnvloed door de lichamelijke en emotionele toestand van de leerder (een alerte en ontspannen leerder zal eerder iets leren dan een vermoeide, nerveuze leerder).

Houding: de moeilijkheid van een taak die de leerder laat kennismaken met nieuwe socio-culturele kennis en ervaringen wordt onder meer beïnvloed door: de belangstelling en openheid van de leerder voor anders-zijn; de bereidheid het eigen culturele gezichtspunt en waardenstelsel te relativeren; de bereidheid de rol van 'cultureel intermediair' tussen de eigen en de vreemde cultuur op zich te nemen en interculturele misverstanden en conflicten op te lossen.

7.3.1.3 Linguïstische factoren

De mate waarin de leerder beschikt over linguïstische middelen is een primaire factor bij het overwegen of een bepaalde taak geschikt is of bij het manipuleren van taakparameters: het kennis- en beheersingsniveau van de grammatica, woordenschat en fonologie/orthografie dat vereist is om de taak uit te voeren, dat wil zeggen talige aspecten zoals bereik, grammaticale en lexicale correctheid, vloeiendheid, flexibiliteit, samenhang, gepastheid en precisie.

Een taak kan linguïstisch veeleisend maar cognitief eenvoudig zijn, of omgekeerd, waardoor bij de taakselectie de ene factor uit pedagogische overwegingen kan worden gecompenseerd met de andere (al kan de juiste respons op een cognitief veeleisende taak in werkelijkheid een linguïstische uitdaging zijn). Bij het uitvoeren van een taak moeten leerders zowel de inhoud als de vorm kunnen verwerken. Wanneer zij geen onnodige aandacht aan vormaspecten hoeven te besteden, hebben zij meer aandacht beschikbaar voor cognitieve aspecten, en omgekeerd. De beschikbaarheid van routineuze schematische kennis geeft de leerder meer vrijheid om zich te wijden aan de inhoud van de taak en, in het geval van handelingen met interactie en spontane productie, zich te concentreren op het correcte gebruik van minder goed beheerste vormen. Het vermogen van de leerder om 'gaten' in zijn of haar linguïstische competentie op te vullen is een belangrijke factor in de succesvolle uitvoering van taken bij alle activiteiten (zie paragraaf 4.4 over communicatiestrategieën).