Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Gemeenschappelijk Europees referentiekader

U bent hier: start » onderwijs » europees referentiekader

7.3.2 Omstandigheden en beperkingen van taken

Een reeks factoren kan worden gemanipuleerd met betrekking tot de omstandigheden en beperkingen van taken in de klas gericht op:

7.3.2.1 Interactie en productie

Omstandigheden en beperkingen die van invloed zijn op de moeilijkheidsgraad van interactie- en productietaken:

Ondersteuning:

Het aanbieden van toereikende informatie over contextuele kenmerken en de beschikbaarheid van taalondersteuning kunnen de moeilijkheid van een taak helpen verminderen.

Tijd:

Hoe minder tijd er beschikbaar is voor de voorbereiding en uitvoering van een taak, hoe veeleisender de taak zal zijn. De volgende tijdsaspecten moeten hierbij in ogenschouw worden genomen:

Doel:

Hoe meer onderhandeling is vereist om de doelen van een taak te bereiken, hoe veeleisender de taak waarschijnlijk zal zijn. Bovendien wordt het accepteren van diverse maar aanvaardbare taakuitvoeringen bevorderd door de mate waarin de docent/leerkracht en de leerders dezelfde verwachtingen ten aanzien van de uitkomst van de taakuitkomst hebben.

Voorspelbaarheid:

Regelmatige veranderingen in de taakparameters tijdens de taakuitvoering zullen de aan de gesprekspartners gestelde eisen waarschijnlijk verhogen.

Fysieke omstandigheden:

Geluid kan de verwerkingseisen tijdens interactie verzwaren:

Deelnemers:

Naast bovenstaande parameters dient rekening te worden gehouden met uiteenlopende – gewoonlijk niet te manipuleren – factoren bij het vaststellen van omstandigheden die de makkelijkheid of moeilijkheid van interactietaken in het echte leven beïnvloeden.

7.3.2.2 Receptie

Omstandigheden en beperkingen die van invloed zijn op de moeilijkheidsgraad van begripstaken:

Taakondersteuning

Met uiteenlopende vormen van ondersteuning kan de mogelijke moeilijkheid van teksten worden verminderd. Zo kan een voorbereidende fase richtinggevend werken en bestaande kennis activeren, kunnen duidelijke aanwijzingen voor de taak mogelijke verwarring helpen voorkomen en biedt een opzet waarbij in groepjes wordt gewerkt de leerders mogelijkheden tot samenwerking en het elkaar helpen.

Tekstkenmerken

Bij het beoordelen of een tekst geschikt is voor een bepaalde leerder of groep van leerders, moet men een aantal zaken bekijken zoals de linguïstische complexiteit van de tekst, het teksttype, de discoursestructuur, de fysieke presentatie, de tekstlengte en de relevantie van de tekst voor de leerder.

Door leerders aan te moedigen in een begripstaak hun persoonlijke kennis, ideeën en meningen te uiten kan hun motivatie en vertrouwen worden vergroot en wordt hun linguïstische competentie met betrekking tot de tekst geactiveerd. Ook inbedding van een begripstaak in een andere taak kan helpen de taak doelgerichter te maken en de betrokkenheid van de leerder te vergroten.

Vereiste responstype

Wanneer een tekst betrekkelijk moeilijk is kan de aard van de respons dat de opgedragen taak vereist worden gemanipuleerd om zo beter aan te sluiten bij de competenties en kenmerken van de leerder. De opzet van een taak kan ook afhangen van de vraag of de taak bedoeld is om begripsvaardigheden te ontwikkelen of het begrip te toetsen. Het gevraagde responstype kan daardoor sterk variëren, zoals talrijke typologieën van begripstaken illustreren.

Een begripstaak kan algemeen of selectief begrip vereisen, of inzicht in belangrijke details. Sommige taken kunnen van lezers/luisteraars eisen dat zij laten zien de belangrijkste, duidelijk in de tekst vermelde informatie te hebben begrepen, terwijl bij andere taken wordt verwacht dat zij de informatie kunnen afleiden. Een taak kan summatief zijn (uit te voeren op basis van de complete tekst), of zo zijn gestructureerd dat zij betrekking heeft op beheersbare eenheden (bijvoorbeeld paragrafen) van de tekst, waardoor er minder een beroep wordt gedaan op het geheugen.

De vereiste respons kan non-verbaal (geen openlijk antwoord of een simpele handeling, zoals het aankruisen van een afbeelding) of verbaal (mondeling of schriftelijk) zijn. In het laatste geval moet bijvoorbeeld voor een bepaald doel informatie uit een tekst worden herkend en gereproduceerd of moet de leerder bijvoorbeeld de tekst afmaken of een nieuwe tekst produceren door middel van interactie- of productietaken die eraan worden gerelateerd.

De tijd die voor de respons wordt gegeven kan worden gevarieerd om de moeilijkheidsgraad van de taak te verhogen of te verlagen. Hoe meer tijd een luisteraar of lezer krijgt om een tekst opnieuw te beluisteren of te lezen, hoe meer kans er bestaat dat hij of zij de tekst begrijpt en strategieën kan toepassen om begripsmoeilijkheden aan te pakken.

Gebruikers van het Referentiekader zouden kunnen overwegen en indien van toepassing vermelden:

  • welke beginselen zij hanteren voor de selectie en afweging van 'reële' en 'pedagogische' taken voor hun doeleinden, met inbegrip van de geschiktheid van verschillende soorten taken in bepaalde leercontexten;
  • welke criteria zij hanteren voor de selectie van taken die doeltreffend en zinvol zijn voor de leerder en een uitdagende maar realistische en haalbare opgave vormen, de betrokkenheid van de leerder optimaliseren en verschillende interpretaties en uitkomsten mogelijk maken;
  • wat de relatie is tussen taken die voornamelijk betekenisgericht zijn en leerervaringen die specifiek gericht zijn op de vorm, waardoor de aandacht van de leerder regelmatig en zinvol wordt gevestigd op beide aspecten in een evenwichtige benadering van de ontwikkeling van correctheid en vloeiendheid;
  • op welke manier rekening wordt gehouden met de centrale rol van strategieën van de leerder bij het verbinden van competenties en prestaties tijdens de succesvolle uitvoering van uitdagende taken onder wisselende omstandigheden en beperkingen (zie paragraaf 4.4); op welke manieren een succesvolle taakuitvoering en succesvol leren worden bevorderd (met inbegrip van activering van bestaande competenties van de leerder in een voorbereidende fase);
  • welke criteria en opties worden gehanteerd voor de selectie van taken en indien gewenst het manipuleren van taakparameters om de moeilijkheid van de taak aan te passen aan de uiteenlopende en zich ontwikkelende competenties van leerders en de diversiteit van hun kenmerken (vaardigheid, motivatie, behoeften, belangen);
  • hoe het waargenomen moeilijkheidsniveau van een taak zou kunnen worden verdisconteerd in de evaluatie van succesvol afgeronde taken en in de (zelf)beoordeling van de communicatieve competentie van de leerders (zie hoofdstuk 9).
Nederlandse Taalunie