8.2
Mogelijkheden voor leerplanontwikkeling
8.2.1
Verscheidenheid binnen een totaalconcept
De discussie over
curricula in verband met het Referentiekader kan worden gebaseerd op drie
belangrijke principes.
- Ten eerste moeten curricula worden
besproken binnen het kader van het algemene streven naar bevordering van
meertaligheid en linguïstische diversificatie. Dit betekent dat het onderwijzen
en leren van elke afzonderlijke taal ook moet worden beschouwd in samenhang met
het aanbod voor andere talen in het onderwijsstelsel en met de trajecten die
leerders op lange termijn kunnen kiezen om uiteenlopende taalvaardigheden te
ontwikkelen.
- Het tweede beginsel is dat deze
diversificatie alleen mogelijk is, in het bijzonder op scholen, als rekening
wordt gehouden met het rendement ter vermijding van onnodige herhaling en ter
bevordering van schaalvoordelen en de overdracht van vaardigheden die
linguïstische verscheidenheid ondersteunen. Als in het onderwijsstelsel
leerlingen bijvoorbeeld twee vreemde talen moeten gaan leren in een vooraf
bepaalde fase van hun studieloopbaan, met de keuzemogelijkheid een derde
vreemde taal te leren, hoeven de leerdoelen en de gewenste vooruitgang in de
gekozen talen niet noodzakelijkerwijs dezelfde te zijn (het uitgangspunt hoeft
bijvoorbeeld niet altijd de voorbereiding op functionele interactie voor
dezelfde communicatiebehoeften te zijn en ook hoeft niet altijd de nadruk te
blijven liggen op leerstrategieën).
- Het derde beginsel is derhalve dat
overwegingen en maatregelen met betrekking tot curricula zich niet moeten
beperken tot een leerplan voor elke taal afzonderlijk en ook niet tot een
geïntegreerd leerplan voor een aantal talen. Zij moeten worden benaderd vanuit
de rol die zij spelen in het taalonderwijs in het algemeen, waar linguïstische
kennis (savoir) en
vaardigheden (savoir-faire), naast leervaardigheid (savoir-apprendre), niet alleen in een
gegeven taal een specifieke rol spelen, maar ook een transversale of
overdraagbare rol in alle talen.