Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

8.2.2 Van partieel naar transversaal

Vooral - maar niet uitsluitend - tussen 'verwante' talen kunnen kennis en vaardigheden worden overgedragen door een soort osmose. En met betrekking tot curricula moet worden benadrukt dat:

  • alle kennis van een taal deelkennis is, hoe zeer die taal ook onze 'moedertaal' of 'eerste taal' is. Zij is altijd onvolledig en nooit zo goed ontwikkeld of volmaakt bij een gewone sterveling als bij de utopische 'ideale moedertaalspreker'. Bovendien beheerst een individu de verschillende samenstellende delen van een taal (zoals mondelinge en schriftelijke vaardigheden, of begrip en interpretatie in vergelijking met productie) nooit in gelijke mate;
  • alle deelkennis tegelijkertijd méér is dan men zou denken. Om het 'beperkte' doel te bereiken van een beter begrip van gespecialiseerde teksten over zeer vertrouwde onderwerpen in een bepaalde vreemde taal is het bijvoorbeeld noodzakelijk om kennis en vaardigheden te verwerven die ook voor vele andere doeleinden kunnen worden gebruikt. Zulke 'toegevoegde waarde' is echter meer een zaak van de leerder dan een verantwoordelijkheid van de leerplanontwikkelaar;
  • zij die één taal geleerd hebben ook een heleboel weten over veel andere talen zonder dat zij zich dat hoeven te realiseren. Het leren van volgende talen vereenvoudigt over het algemeen de activering van deze kennis en verhoogt het bewustzijn ervan. Dit is een factor die niet over het hoofd moet worden gezien en waarmee rekening moet worden gehouden.

Hoewel deze verschillende principes en overwegingen een ruime keuzevrijheid laten bij het ontwikkelen van leerplannen en voortgangsdoelen, zijn zij ook bedoeld om inspanningen aan te moedigen om een doorzichtige en samenhangende benadering te kiezen bij het aanwijzen van mogelijkheden en het maken van keuzes. Het is vooral tijdens dat proces dat een referentiekader van waarde zal zijn.