9.2 Het Referentiekader als leidraad bij toetsing
9.2.1 De specificatie van de inhoud van toetsen en examens
De beschrijving van 'taalgebruik en de taalgebruiker' in hoofdstuk 4, vooral in paragraaf 4.4 over 'communicatieve taalactiviteiten', kan van pas komen bij het opstellen van een taakspecificatie voor communicatieve beoordeling. Tegenwoordig vindt men dat een valide beoordeling een aantal relevante vormen van taalgebruik moet toetsen. Bij de beoordeling van spreekvaardigheid kan men bijvoorbeeld als volgt te werk gaan. Men begint met een gesimuleerde conversatie die dient als opwarmertje; vervolgens vindt een informele discussie plaats over actuele zaken, waarin de kandidaat interesse heeft. Deze wordt gevolgd door een uitwisselingsfase, in de vorm van een persoonlijk onderhoud of een telefoongesprek om informatie in te winnen. Daarna volgt een productiefase, bestaande uit een schriftelijk verslag waarin de kandidaat een beschrijving geeft van zijn of haar studierichting en toekomstplannen. Het rollenspel wordt afgesloten met doelgerichte samenwerking, waarbij kandidaten de opdracht krijgen consensus te bereiken. Een dergelijk opzet sluit aan bij de volgende illustratieve schalen van het Referentiekader:
Interactie Productie
(Spontane, korte interventies) (Voorbereide, lange interventies)
Mondeling: Conversatie Beschrijving van zijn of haar studierichting Informele discussie
Doelgerichte samenwerking
Schriftelijk: Verslag/Beschrijving van zijn of haar studierichting
Bij het uitwerken van de taakspecificaties kan de gebruiker zich wellicht baseren op paragraaf 4.1 over 'de context van taalgebruik' (domeinen, voorwaarden en beperkingen, mentale context), op paragraaf 4.6 over 'Teksten', en in de oorspronkelijke Engelse tekst van hoofdstuk 7, 'Tasks and their role in language teaching', in het bijzonder paragraaf 7.3, 'Task difficulty'.
Paragraaf 5.2 over 'communicatieve taalcompetenties' biedt ondersteuning bij het opstellen van toetsonderdelen of fasen van een mondelinge toets, om geen relevante linguïstische, sociolinguïstische en pragmatische competenties over het hoofd te zien. Aanvullingen bij de tekst van het Referentiekader kan men vinden in de door de Raad van Europa opgestelde inhoudspecificaties van het Drempelniveau (Threshold Level) (vertaald in ruim 20 Europese talen -zie de lijst van referenties -), Waystage en Vantage (niet beschikbaar in het Nederlands, wel in een aantal andere talen). Die geven een meer gedetailleerde beschrijving van taalvaardigheid om voor de niveaus A1, A2, B1 en B2 toetsen te construeren..