Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

9.2.2 De criteria voor het bereiken van een doelstelling

De schalen dienen als bron om beoordelingsschalen te ontwikkelen waarmee men kan bepalen in hoeverre een bepaalde doelstelling is bereikt. De descriptoren op deze schalen helpen bij het formuleren van die criteria. De doelstelling kan een brede algemene taalvaardigheid zijn, uitgedrukt als een van de gemeenschappelijke referentieniveaus (bijvoorbeeld B1), maar het kan ook een specifieke configuratie van activiteiten, vaardigheden en competenties betreffen, zoals besproken in paragraaf 6.1.4 (Partial Competences and Variation in Objectives in relation to the Framework'). Zo'n modulair doel kan op een raster van categorieën worden weergegeven met niveaus, zoals te zien is in tabel 2 (zie hoofdstuk 3).

Wanneer we spreken over het gebruik van descriptoren, is het van groot belang onderscheid te maken tussen:

1. Descriptoren van communicatieve activiteiten, (zie hoofdstuk 4).

2. Descriptoren van die vaardigheidsaspecten gerelateerd aan bepaalde competenties, (zie hoofdstuk 5).

Eerstgenoemde zijn uitermate geschikt voor beoordeling door docenten/leerkrachten of zelfbeoordeling met betrekking tot taken in de dagelijkse werkelijkheid. Dergelijke beoordeling is gebaseerd op een nauwkeurig beeld van de taalvaardigheid die de leerder gedurende de opleiding heeft ontwikkeld. Die descriptoren zijn nuttig omdat ze zowel leerders als docenten/leerkrachten kunnen helpen een actiegerichte benadering te kiezen. Wanneer men resultaten wil beschrijven in termen van een behaald vaardigheidsniveau is het echter doorgaans niet raadzaam descriptoren van communicatieve activiteiten op te nemen in de criteria voor een beoordelaar wanneer deze een score moet geven aan de prestaties van de leerder bij een bepaalde spreek- of schrijfvaardigheidstoets. Want, om te rapporteren over vaardigheid moet de beoordeling niet in de eerste plaats gericht zijn op één bepaalde prestatie, maar op de generaliseerbare competenties die via die prestatie tot uitdrukking komen. Er kunnen uiteraard gegronde didactische redenen zijn om vooral te kijken of iemand een bepaalde activiteit tot een goed einde weet te brengen, met name bij jongere beginnende leerders (niveaus A1 en A2). Dergelijke resultaten zullen minder generaliseerbaar zijn, maar op generaliseerbaarheid van resultaten ligt doorgaans niet de nadruk in de eerste fasen van taalleren. Dit toont eens te meer aan dat beoordeling veel verschillende functies kan hebben. Wat geschikt is voor het ene beoordelingsdoel hoeft niet per se geschikt te zijn voor het andere.

9.2.2.1 Descriptoren van communicatieve activiteiten

Descriptoren van communicatieve activiteiten (zie hoofdstuk 4) kunnen op drie afzonderlijke manieren worden gebruikt als het gaat om het verwezenlijken van doelstellingen.

1. Constructie: Zoals besproken in paragraaf 9.2.1 zijn schalen voor communicatieve activiteiten nuttig bij het vaststellen van een specificatie van beoordelingstaken.

2. Rapportering: Schalen voor communicatieve activiteiten kunnen tevens erg nuttig zijn voor het rapporteren van resultaten. Gebruikers van de resultaten van het onderwijssysteem, zoals werkgevers, zijn vaak geïnteresseerd in de algemene uitkomsten en niet zozeer in een gedetailleerd competentieprofiel.

3. Beoordeling door docent/leerkracht of zelfbeoordeling: Tot slot kunnen descriptoren voor communicatieve activiteiten op diverse manieren worden gebruikt voor beoordeling door docenten/leerkrachten of zelfbeoordeling:

  • Checklist: Voor permanente evaluatie en/of summatieve beoordeling aan het einde van een module. Men kan een lijst maken van descriptoren op een bepaald niveau. Ook kan de inhoud van descriptoren uitgevouwd worden. Zo kan de descriptor Kan persoonlijke informatie vragen en verschaffen worden uitgevouwd tot de impliciete deeldescriptoren Ik kan mezelf voorstellen; Ik kan zeggen waar ik woon; Ik kan mijn adres in het Frans opgeven; Ik kan zeggen hoe oud ik ben, enzovoort, en Ik kan mensen vragen hoe ze heten; Ik kan mensen vragen waar ze wonen; Ik kan mensen vragen hoe oud ze zijn, enzovoort.
  • Raster: Voor permanente of summatieve beoordeling een profiel opstellen met behulp van een raster van geselecteerde categorieën (bijvoorbeeld Conversatie; Discussie; Informatie-uitwisseling) die zijn gedefinieerd op verschillende niveaus (B1+, B2, B2+).

Dit gebruik van descriptoren is de afgelopen tien jaar toegenomen. De ervaring leert dat de consistentie waarmee docenten/leerkrachten en leerders descriptoren kunnen interpreteren, toeneemt als de descriptoren niet alleen beschrijven WAT de leerder kan, maar ook HOE GOED hij of zij het doet.

9.2.2.2 Descriptoren van vaardigheidsaspecten met betrekking tot bepaalde competenties

Descriptoren van vaardigheidsaspecten kunnen op twee manieren worden gebruikt bij het bereiken van doelstellingen.

1. Beoordeling door docent/leerkracht of zelfbeoordeling: Mits de descriptoren positieve, op zichzelf staande uitspraken zijn, kunnen ze worden opgenomen in checklists voor beoordeling door de docent/leerkracht of zelfbeoordeling. Het zwakke punt van veel andere schalen is echter dat de descriptoren vaak negatief geformuleerd worden op lagere niveaus en normgeoriëerd zijn in het middengedeelte van de schaal. Ook wordt vaak louter verbaal onderscheid tussen aanliggende niveaus gemaakt door in de beschrijvingen één of twee woorden te vervangen. Die beschrijvingen hebben weinig betekenis buiten de context van de schaal. In bijlage A zijn manieren geschetst om deze problemen te vermijden.

2. Beoordeling van prestaties: Het ligt meer voor de hand om de schalen met descriptoren van vaardigheidsaspecten uit hoofdstuk 5 te gebruiken als uitgangspunt bij het opstellen van beoordelingscriteria. Door persoonlijke, niet-systematische indrukken om te zetten in weloverwogen oordelen kan met behulp van dergelijke descriptoren een gemeenschappelijk referentiekader ontwikkeld worden door een groep beoordelaars.

Er zijn in feite drie manieren waarop descriptoren kunnen worden gepresenteerd om dienst te doen als beoordelingscriteria:

  • Ten eerste kunnen descriptoren worden gepresenteerd als een schaal – waarbij descriptoren voor verschillende categorieën vaak worden samengevat tot één holistische paragraaf per niveau. Dit is een gangbare methode.
  • Ten tweede kunnen ze worden gepresenteerd als een checklist, met doorgaans één checklist per niveau, waarbij descriptoren vaak samengevoegd worden onder kopjes, dat wil zeggen in categorieën. Checklists zijn minder gebruikelijk voor levensechte toetsen.
  • Ten derde kunnen ze worden gepresenteerd als een raster van geselecteerde categorieën, in feite als een reeks parallelle schalen voor afzonderlijke categorieën. Deze methode maakt het mogelijk om een diagnostisch profiel op te stellen. Er zijn echter grenzen aan het aantal categorieën waar beoordelaars mee kunnen werken.

Er kan op twee verschillende manieren een raster van subschalen worden opgesteld:

Vaardigheidsschaal: door een profielraster op te stellen met daarin de verschillende niveaus voor bepaalde categorieën, bijvoorbeeld van A2 tot en met B2. De beoordeling heeft dan rechtstreeks betrekking op die niveaus, eventueel met verdere verfijningen zoals een cijfer achter de komma of plussen om desgewenst meer differentiatie aan te brengen. Dus al was de prestatietoets gericht op niveau B1 en al had geen van de leerders niveau B2 gehaald, dan nog zouden sterkere leerders de beoordeling B1+, B1++ of B1,8 kunnen krijgen.

Beoordelaarsschaal: door een descriptor te selecteren of te definiëren voor elke relevante categorie die de slaagnorm beschrijft voor een bepaalde module of examen voor die categorie. Deze descriptor krijgt vervolgens de naam 'Voldoende', 'Geslaagd' of '3' en de schaal verwijst naar een norm rond deze standaard (een zeer slecht resultaat is '1', een uitmuntend resultaat is '10'). De '1' en '5' kunnen tevens verwijzen naar descriptoren die afgeleid zijn van boven- of onderliggende niveaus op de schaal uit de desbetreffende paragraaf van hoofdstuk 5; ook kan de descriptor geformuleerd zijn in samenhang met de formulering van de als '3' gedefinieerde descriptor.