Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

9.2.3 Hoe descriptoren kunnen worden gebruikt om vergelijkingen te maken

De schalen van de Gemeenschappelijke Referentieniveaus zijn bedoeld om de beschrijving van het behaalde vaardigheidsniveau bij bestaande toetsen en examens te vergemakkelijken – en daarmee vergelijkingen tussen systemen mogelijk te maken. De literatuur op dit punt onderscheidt vijf klassieke manieren om afzonderlijke toetsen te vergelijken : (1) equivaleren ; (2) ijken; (3) statistische middeling; (4) benchmarking en (5) sociale consensus.

De eerste drie methoden zijn traditioneel: (1) meerdere versies van dezelfde toets produceren (vergelijken), (2) de resultaten van verschillende toetsen uitzetten op een gemeenschappelijke schaal (ijken), en (3) corrigeren voor de moeilijkheidsgraad van examens of de strengheid van examinatoren (statistische middeling).

Bij de laatste twee methoden gaat het erom tot een gezamenlijk begrip te komen door overleg (sociale consensus) en door een aantal voorbeelden van leerlingenwerk te vergelijken met gestandaardiseerde definities (benchmarking). Een van de doelen van het Referentiekader is nu juist de ondersteuning van het proces van gemeenschappelijke begripsvorming. Daarom ook zijn de schalen van de descriptoren volgens een strikte ontwikkelingsmethodologie gestandaardiseerd. In de onderwijswetenschap wordt deze methode steeds vaker aangeduid als standaardgerichte beoordeling. Algemeen wordt erkend dat de ontwikkeling van een standaardgerichte methode tijd vergt, aangezien partners zich de standaarden eigen moeten maken door middel van voorbeelden en uitwisseling van meningen

Men kan beweren dat deze benadering de sterkste methode voor vergelijking biedt omdat het ook ontwikkeling en validatie van een gemeenschappelijke kijk op het construct inhoudt. Het voornaamste probleem bij het koppelen van taaltoetsen, ondanks statistische hoogstandjes en traditionele technieken, is dat de beoordeling vaak heel verschillende dingen betreft, zelfs wanneer de toetsen dezelfde domeinen beogen te meten. Dit is deels te wijten aan (a) ontoereikende conceptualisering en operationalisering van het construct, en deels aan (b) daarmee samenhangende interferentie van de toetsmethode.

Het Referentiekader is een op principes gebaseerde poging om een oplossing te bieden aan het voornaamste en onderliggende probleem waarvoor het hedendaagse taalleren in Europees verband zich gesteld ziet. De hoofdstukken 4 tot en met 7 bevatten een beschrijvend raamwerk dat taalgebruik, taalcompetenties en het onderwijzen en leren van taal op praktische wijze probeert te conceptualiseren, zodat partners de communicatieve taalvaardigheid die wij willen bevorderen kunnen operationaliseren.

De schalen van descriptoren vormen een conceptueel raster dat kan worden gebruikt om

a) nationale en institutionele raamwerken met elkaar in verband te brengen door middel van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader;

b) de doelstelling van bepaalde examens en opleidingsmodules in kaart te brengen met behulp van de categorieën en niveaus uit de schalen.

Bijlage A geeft een overzicht van methoden om schalen van descriptoren op te stellen en deze te betrekken op de schaal van het Referentiekader.

De door ALTE ontwikkelde Guide for Examiners (Document CC-Lang (96) 10 rev) geeft uitvoerig advies over het operationaliseren van constructen bij toetsen en beschrijft hoe kan worden voorkomen dat de toetsmethode een vertekend beeld veroorzaakt.