Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

9.3.11 Globaal/analytisch

Globale toetsing is het vellen van een algemeen samenvattend oordeel. Verschillende aspecten worden intuïtief gewogen door de beoordelaar.

Bij analytische toetsing worden verschillende aspecten afzonderlijk bekeken.

Er zijn twee manieren waarop dit onderscheid kan worden gemaakt: (a) in termen van waar aandacht aan wordt gegeven; (b) in termen van hoe een niveaugroep, cijfer of score tot stand komt. Systemen combineren een analytische methode op het ene niveau soms met een holistische methode op een ander niveau.

a) Wat te beoordelen: sommige methoden beoordelen een globale categorie zoals 'spreken' of 'interactie', waarbij één score of cijfer wordt toegekend. Bij andere, meer analytische systemen moet de beoordelaar aparte waarderingen toekennen aan een aantal op zichzelf staande aspecten van taalgebruik. Bij weer andere methoden moet de beoordelaar een globale indruk noteren, aan de hand van verschillende categorieën analyseren en vervolgens komen tot een onderbouwd holistisch oordeel. Het voordeel van de afzonderlijke categorieën bij een analytische methode is dat ze de beoordelaar stimuleren om scherp te observeren. Ze bieden een metataal voor onderhandeling tussen beoordelaars, en voor feedback aan leerders. Het nadeel is dat telkens weer blijkt dat beoordelaars er moeite mee hebben om de categorieën gescheiden te houden van een holistisch oordeel. Ook krijgen ze te maken met cognitieve overbelasting wanneer ze meer dan vier of vijf categorieën moeten hanteren.

b) Berekenen van het resultaat: sommige methoden zetten geobserveerde prestaties op globale wijze af tegen descriptoren op een waarderingsschaal, of de schaal nu globaal (één overkoepelende schaal) of analytisch (3–6 categorieën in een raster) is. Aan dergelijke methoden komt geen rekenkunde te pas. Resultaten worden gerapporteerd als één cijfer of een reeks cijfers verdeeld over categorieën.

Bij andere meer analytische methoden wordt een aantal verschillende punten gewaardeerd; deze waarderingen worden opgeteld en leveren een score op, die vervolgens kan worden omgezet in een cijfer. Kenmerkend voor deze methode is dat de categorieën worden gewogen, d.w.z. de categorieën staan niet allemaal voor een gelijk aantal punten.

De tabellen 2 en 3 in hoofdstuk 3 geven voor respectievelijk zelfbeoordeling en examinatorbeoordeling voorbeelden van analytische schalen van criteria (rasters) die worden gebruikt in combinatie met een globale waarderingsmethode (bijv. Passende definities zoeken bij wat je kunt afleiden van het taalgedrag, en daarover een oordeel geven).