Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

9.3.12 Serietoetsing/categorietoetsing

Categorietoetsing bestaat uit een enkele toetsingstaak (die kan bestaan uit meerdere fasen om verschillende vaardigheden aan bod te laten komen, zoals beschreven in paragraaf 9.2.1) waarbij taalgedrag wordt beoordeeld met betrekking tot de categorieën in een toetsingsraster: de analytische benadering zoals beschreven in 9.3.11.

Serietoetsing betreft een reeks op zichzelf staande toetsingstaken (vaak rollenspellen met andere leerders of de docent/leerkracht), die worden gewaardeerd met één holistisch cijfer op een benoemde schaal van bijvoorbeeld 0–3 of 1–4.

Een serietoetsing is een manier om te voorkomen dat resultaten in de ene categorie invloed hebben op resultaten in een andere categorie, zoals het geval is bij categorietoetsing. Op lagere niveaus ligt de nadruk eerder op taakvoltooiing, het doel op een checklist aan te geven wat de leerder kan, uitgaande van de toetsing door de docent/leerkracht/leerder van feitelijke taalgedrag en niet alleen gebaseerd op een indruk. Op hogere niveaus kunnen taken worden ontwikkeld om specifieke vaardigheidsaspecten tot uitdrukking te brengen. Resultaten worden gerapporteerd in de vorm van een profiel.

De schalen voor verschillende categorieën taalcompetentie in de tabellen in hoofdstuk 5 kunnen als voorbeeld dienen voor het opstellen van de criteria voor een categorietoetsing. Omdat beoordelaars maar een klein aantal categorieën kunnen hanteren, moeten compromissen worden gesloten in het proces. Het uitwerken van relevante typen communicatieve activiteiten in paragraaf 4.4 en de lijst met verschillende vormen van functionele competentie in paragraaf 5.2.3.2 kunnen helpen bij het vaststellen van geschikte taken voor een serietoetsing.