Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

9.3.3 Beheersingscriterium/continuümcriterium

Beheersingscriterium is een methode waarbij één 'minimale competentienorm' ('cesuur) wordt gehanteerd waarmee leerders worden ingedeeld in beheersers en niet-beheersers, zonder dat wordt gekeken naar kwaliteitsgradaties bij het bereiken van de doelstelling.

Continuümcriterium is een methode waarbij een individuele vaardigheid wordt gekoppeld aan een schaal van alle relevante vaardigheidsgradaties op het desbetreffende terrein.

Er bestaan vele benaderingen van criteriumgerichte toetsing, maar de meeste zijn overwegend gericht op een 'beheersingscriterium' of een 'continuümcriterium'. Criteriumgerichte toetsing wordt vaak ten onrechte aangezien voor een exclusieve beheersingsmethode, hetgeen voor de nodige verwarring zorgt.

De beheersingsmethode is een voortgangstoetsing die zich richt op de inhoud van de opleiding/module en houdt zich minder bezig met het situeren van deze module op de vaardigheidsschaal.

Het alternatief voor de beheersingsmethode is de resultaten van elke toets uit te zetten op de betrokken vaardigheidsschaal, doorgaans met een reeks gradaties. Bij deze benadering is die schaal het 'criterium', de externe werkelijkheid die betekenis geeft aan de toetsresultaten. Resultaten afzetten tegen dit externe criterium kan via een schaalanalyse (bijvoorbeeld het Rasch-model) die resultaten uit alle toetsen met elkaar in verband brengt en daarmee direct overdraagbaar maakt naar een gemeenschappelijke schaal.

Het Referentiekader kan worden gebruikt met zowel een beheersings- als een schaalmethode. De niveaus die worden gebruikt bij een schaalmethode kunnen worden afgezet tegen de Gemeenschappelijke Referentieniveaus; het streefdoel bij een beheersingsmethode kan worden uitgezet op het conceptuele raster van taalvaardigheidscategorieën en -niveaus in het Referentiekader.