Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader

9.3.5 Formatieve toetsing/summatieve toetsing

Formatieve toetsing is een doorlopend proces van informatie verzamelen over de leerresultaten, over sterke en zwakke punten, die de docenten/leerkrachten kunnen gebruiken voor feedback (feedback) bij hun lesvoorbereiding en naar hun leerders toe . Formatieve toetsing wordt vaak zeer breed toegepast en omvat dan niet-kwantificeerbare informatie uit vragenlijsten en overleg.

Bij een summatieve toetsing wordt aan het einde van de opleiding een cijfer toegekend voor het bereiken van de doelstellingen. Dat hoeft niet hetzelfde te zijn als een vaardigheidstoetsing. Sterker nog: een summatieve toets is vaak aan een norm gebonden, een momentopname of een voortgangstoetsing.

De kracht van formatieve toetsing is dat het streeft naar beter leren. De zwakte van formatieve toetsing is inherent aan alle feedback. Terugkoppelen werkt alleen als de ontvanger in een positie verkeert

  1. om op te merken, d.w.z. attent, gemotiveerd en vertrouwd is met de vorm waarin de informatie wordt aangeboden,
  2. om te ontvangen, d.w.z. niet overvoerd is met informatie, een manier heeft om deze vast te leggen, te ordenen en te personaliseren;
  3. om te interpreteren, d.w.z. over voldoende voorkennis en inzicht beschikt om het punt in kwestie te begrijpen, en geen actie te ondernemen die averechts werkt, en
  4. om de informatie te integreren, d.w.z. beschikt over de tijd, oriëntatie en hulpmiddelen om de nieuwe informatie te overdenken, te integreren en daarmee te onthouden.
Dit veronderstelt zelfsturing, hetgeen vereist dat leerders zichzelf leren sturen, toezien op het eigen leren en manieren ontwikkelen om iets te doen met feedback.

Dergelijke training en bewustzijnsvorming wordt ook wel évaluation formatrice genoemd. Er zijn meerdere technieken beschikbaar voor dergelijke training. Een basisprincipe is om indrukken (bijvoorbeeld wat je zegt te kunnen in een checklist) te vergelijken met de werkelijkheid (bijvoorbeeld feitelijk luisteren naar materiaal van het in de checklist genoemde type en kijken of je het begrijpt). DIALANG koppelt op deze wijze zelftoetsing aan toetsprestaties. Een andere belangrijke methode is het bespreken van een selectie van werkstukken, zowel neutrale voorbeelden als werkstukken van de leerders zelf – en het aanmoedigen van leerders om een gepersonaliseerde metataal te ontwikkelen voor kwaliteitsaspecten. Ze kunnen deze metataal vervolgens gebruiken om hun werk te beoordelen op sterke en zwakke punten en een zelfgestuurd leerplan op te stellen.

De meeste formatieve of diagnostische toetsen zijn op een zeer gedetailleerd niveau gericht op de taalonderwerpen of -vaardigheden die in het recente verleden zijn onderwezen of binnenkort aan de orde komen. Voor diagnostische toetsen is de lijst met exponenten in paragraaf 5.2 nog altijd te algemeen om van praktisch nut te zijn; men moet terugvallen op de specificatie die relevant was (Waystage, Threshold, etc.). Rasters met descriptoren die verschillende vaardigheidsaspecten op verschillende niveaus definiëren (hoofdstuk 4) kunnen echter van pas komen om formatieve feedback te geven naar aanleiding van een spreekvaardigheidstoets.

De Gemeenschappelijke Referentieniveaus lijken buitengewoon relevant voor de summatieve beoordeling. Maar zoals het DIALANG-project heeft aangetoond, kan zelfs feedback naar aanleiding van een summatieve toets diagnostische en derhalve ook formatieve waarde hebben.