Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

9.3.8 Subjectieve toetsing/objectieve toetsing

Subjectieve toetsing is een oordeel door een beoordelaar, dat normaliter betrekking heeft op de kwaliteit van taalgedrag.

Objectieve toetsing is een toetsing die ontdaan is van subjectiviteit. Hieronder wordt normaliter verstaan een indirecte toets waarbij de items slechts één juist antwoord hebben, zoals meerkeuzevragen.

De kwestie van subjectiviteit/objectiviteit is echter veel complexer. Een indirecte test wordt vaak beschreven als een 'objectieve test' wanneer de corrector een vaste sleutel hanteert om te bepalen of een antwoord goed of fout is en vervolgens de goede antwoorden optelt om tot een resultaat te komen. Sommige toetsvormen gaan hierin een stap verder door slechts één mogelijk antwoord op elke vraag toe te staan (bijvoorbeeld meerkeuzetesten en c-testen, waarvan de laatste omwille van de objectieve scoring ontwikkeld zijn uit de cloze-testen). Vaak wordt tot automatisch corrigeren besloten om fouten door de corrector uit te sluiten. In feite is 'objectief' hier nogal sterk uitgedrukt, aangezien iemand heeft besloten de toetsing te beperken tot methoden die meer controle bieden over de toetssituatie (hetgeen als zodanig een subjectieve beslissing is waar anderen het wellicht niet mee eens zijn). Iemand heeft vervolgens de toetsspecificatie geschreven en weer iemand anders heeft misschien het onderdeel gemaakt waarmee een bepaald punt in de specificatie wordt geoperationaliseerd.

Tenslotte heeft iemand het item uit alle andere mogelijke items voor deze toets geselecteerd. Omdat al deze beslissingen enige mate van subjectiviteit in zich dragen, is het wellicht beter dergelijke toetsen te beschrijven als objectief gescoorde toetsen.

Bij directe taalgedragtoetsing worden cijfers doorgaans toegekend op basis van een oordeel. Dit betekent dat de beslissing over hoe goed de leerder presteert subjectief wordt genomen, rekening houdende met relevante factoren en onder verwijzing naar eventuele richtlijnen of criteria en ervaring. Wat pleit voor een subjectieve benadering is dat taal en communicatie uiterst complex zijn, niet in hapklare brokken kunnen worden ontleed en groter zijn dan de som van hun samenstellende delen. Het is vaak buitengewoon lastig om te bepalen wat een bepaald item nu precies toetst. Daarom is het afstemmen van toetsitems op specifieke aspecten van competentie of taalgedrag lang niet zo vanzelfsprekend als het klinkt.

Om eerlijk te zijn moeten alle toetsen zo objectief mogelijk zijn. De invloed van de persoonlijke waardeoordelen die een rol spelen bij subjectieve beslissingen over de keuze van inhoud en kwaliteit van taalgedrag moet zo veel mogelijk worden beperkt, vooral als het gaat om summatieve toetsing. Dit omdat toetsresultaten heel vaak worden gebruikt door derden om beslissingen te nemen over de toekomst van diegenen die zijn beoordeeld.

Subjectiviteit bij toetsing kan worden beperkt, hetgeen de validiteit en betrouwbaarheid ten goede komt, door de volgende stappen te nemen:

  • ontwikkelen van een inhoudelijke specificatie van de toetsing, bijvoorbeeld op basis van een gemeenschappelijk referentiekader voor de betrokken context;
  • gebruik maken van oordelen van verschillende personen om inhoud te selecteren en/of om taalgedrag te waarderen;
  • hanteren van standaardprocedures die voorschrijven hoe de toetsing moet worden uitgevoerd;
  • beschikbaar stellen van vaste correctiesleutels voor indirecte toetsen en baseren op vastomlijnde criteria van oordelen bij directe toetsen;
  • eisen van meerdere oordelen en/of weging van verschillende factoren;
  • vertrouwd maken van beoordelaars met toetsingsrichtlijnen;
  • Beoordelen van de kwaliteit van de toetsing (validiteit, betrouwbaarheid) door toetsresultaten te analyseren.

Zoals is gesteld aan het begin van dit hoofdstuk, is de eerste stap om subjectiviteit bij alle stadia in het beoordelingsproces te verminderen een gezamenlijk begrip van het construct tot stand brengen en een gemeenschappelijk referentiekader hanteren. Het Referentiekader wil een dergelijke basis bieden voor de specificatie van de inhoud en voor het ontwikkelen van vastomlijnde criteria voor directe toetsen.