Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader - online versie

9.4 Werkbare toetsing en een metasysteem

De schalen die her en der in hoofdstuk 4 en 5 voorkomen presenteren een reeks categorieën die verband houden met - maar ook vereenvoudigd zijn ten opzichte van - het uitgebreidere schema van de tekst van de hoofdstukken 4 en 5. Het is niet de bedoeling dat iedereen bij een praktische toetsingsmethode alle schalen op alle niveaus gebruikt. Beoordelaars hebben moeite met het hanteren van een groot aantal categorieën en bovendien zijn alle gepresenteerde niveaus wellicht niet van toepassing in de desbetreffende context. De reeks schalen is veeleer bedoeld als referentie.

Welke benadering ook wordt gekozen, een praktisch toetsingssysteem moet het aantal mogelijke categorieën terugbrengen tot een uitvoerbaar aantal. De ervaring leert dat vanaf vier of vijf categorieën een cognitieve overbelasting ontstaat en dat zeven categorieën psychologisch gezien een bovengrens is. Er moeten dus keuzen worden gemaakt. Voor zover interactiestrategieën worden beschouwd als een kwalitatief communicatieaspect dat relevant is bij spreekvaardigheidstoetsen, bevatten de toelichtende schalen twaalf kwalitatieve categorieën die relevant zijn voor het beoordelen van de spreekvaardigheid:

  • Beurtstrategieën
  • Samenwerkingsstrategieën
  • Vragen om toelichting
  • Vloeiendheid
  • Flexibiliteit
  • Coherentie
  • Thematische ontwikkeling
  • Nauwkeurigheid
  • Sociolinguïstische competentie
  • Algemeen repertoire
  • Omvang van woordenschat
  • Grammaticale correctheid
  • Beheersing van woordenschat
  • Fonologische beheersing

Het zal duidelijk zijn dat twaalf categorieën veel te veel is om welke taalgedrag dan ook te beoordelen, zelfs wanneer descriptoren van talloze vaardigheidsaspecten zouden kunnen worden opgenomen in een algemene checklist. Bij een pragmatische methode moet een dergelijke lijst met categorieën selectief worden gehanteerd. Vaardigheidsaspecten moeten worden gecombineerd, herbenoemd en ingedikt tot een kleiner aantal toetsingscriteria die aansluiten bij de behoeften van de betrokken leerders, bij de vereisten van de toetsingstaak en bij de stijl van de desbetreffende pedagogische cultuur. De daaruit voortvloeiende criteria kunnen gelijkwaardig worden gewogen, maar ook kan men bepaalde factoren die belangrijker worden geacht voor de betrokken taak zwaarder laten wegen.

De onderstaande vier voorbeelden illustreren hoe dit er in de praktijk kan uitzien. De eerste drie voorbeelden beschrijven kort hoe categorieën worden gebruikt als toetscriteria bij bestaande toetsingsmethoden. Het vierde voorbeeld laat zien hoe descriptoren bij schalen in het Referentiekader werden samengevoegd en geherformuleerd om te komen tot een toetsingsraster voor een bepaald doel en een bepaalde situatie.

Voorbeeld 1:

Cambridge Certificate in Advanced English (CAE), Paper 5: Toetsingscriteria (1991)

Toetsingscriteria

Toelichtende schalen

Overige categorieën

Vloeiendheid

Vloeiendheid

Correctheid en repertoire

Algemeen repertoire
Omvang woordenschat

Grammaticale correctheid

Beheersing woordenschat

Uitspraak

Fonologische beheersing

Taakvoltooiing

Coherentie

Sociolinguïstische gepastheid

Taaksucces

Behoefte aan ondersteuning door gesprekspartner

Interactieve communicatie

Beurtstrategieën

Samenwerkingsstrategieën

Thematische ontwikkeling

Mate en gemak van de gespreksbijdrage

Opmerking betreffende overige categorieën: In de toelichtende schalen zijn uitspraken te vinden over taaksucces in samenhang met de soort activiteit die in hoofdstuk 5 onder Communicatieve activiteiten staan. Mate en gemak van de gespreksbijdrage is in deze schalen opgenomen onder Vloeiendheid. Het is niet gelukt om descriptoren te formuleren en te ijken voor Behoefte aan ondersteuning door de gesprekspartner en deze op te nemen in de reeks toelichtende schalen.

Voorbeeld 2:

International Certificate Conference (ICC): Certificaat Engels voor zakelijke doeleinden,

Toets 2: Zakelijke conversatie (1987)

Toetsingscriteria

Toelichtende schalen

Overige categorieën

Schaal 1 (niet benoemd)

Sociolinguïstische gepastheid Grammaticale correctheid

Beheersing woordenschat

Taaksucces

Schaal 2 (gebruik van discourstechnieken om gesprek op gang te helpen en te houden)

Beurtstrategieën

Samenwerkingsstrategieën

Sociolinguïstische gepastheid

Voorbeeld 3:

Eurocentres – Small Group Interaction Assessment: Toetsing van interactie in kleine groepen (RADIO) (1987)

Toetsingscriteria

Toelichtende schalen

Overige categorieën

Repertoire

Algemeen repertoire

Omvang woordenschat

Correctheid

Grammaticale correctheid

Beheersing woordenschat

Sociolinguïstische gepastheid

Uitdrukkingsvaardigheid

Vloeiendheid

Fonologische beheersing

Interactie

Beurtstrategieën

Samenwerkingsstrategieën

Voorbeeld 4:

Zwitserse Raad voor Wetenschappelijk Onderzoek: Toetsing van op video opgenomen taalgedrag

Context: De toelichtende descriptoren zijn geschaald bij een onderzoeksproject in Zwitserland zoals toegelicht in bijlage A. Na afloop van het onderzoeksproject werden docenten/leerkrachten die hadden deelgenomen, uitgenodigd voor een conferentie om de resultaten te presenteren en een experimentele versie van de Europese Taalportfolio in Zwitserland te lanceren. Twee gespreksonderwerpen op de conferentie waren: (a) de noodzaak om checklisten voor permanente toetsing en zelfbeoordeling in verband te brengen met een overkoepelend raamwerk, en (b) de verschillende manieren waarop de in het kader van het project geschaalde descriptoren konden worden ingezet bij toetsingen. In het kader van deze discussies werden videobeelden van sommige leerders in het onderzoek gewaardeerd op het toetsingsraster uit tabel 3 in hoofdstuk 3. Het is een selectie uit de illustratieve descriptoren in samengevoegde, bewerkte vorm.

Toetsingscriteria

Toelichtende schalen

Overige categorieën

Repertoire

Algemeen repertoire

Omvang woordenschat

Correctheid

Grammaticale correctheid

Beheersing woordenschat

Vloeiendheid

Vloeiendheid

Interactie

Globale interactie

Beurtstrategieën

Samenwerking

Coherentie

Coherentie

Verschillende systemen met verschillende leerders in verschillende contexten vereenvoudigen, selecteren en combineren vaardigheidsaspecten op verschillende manieren voor verschillende soorten toetsing. De lijst met twaalf categorieën is waarschijnlijk niet lang genoeg om plaats te bieden aan alle varianten die mensen kiezen, en zou moeten worden uitgebreid om daadwerkelijk omvattend te zijn.

Gebruikers van het Referentiekader zouden kunnen overwegen en indien van toepassing vermelden:

  • hoe theoretische categorieën in hun systeem vereenvoudigd worden tot operationele methoden;

  • in hoeverre de voornaamste factoren die binnen hun systeem worden gebruikt als toetsingscriteria passen binnen de categorieën van hoofdstuk 5, waarvan voorbeeldschalen zijn opgenomen in de bijlage, met het oog op de lokale uitwerking voor specifieke toepassingsgebieden.