Bijlage D. De 'can do'-uitspraken van ALTE
Deze bijlage geeft een beschrijving van de zogenaamde 'can do'-uitspraken van ALTE, die onderdeel uitmaken van een langlopend onderzoeksproject van de Association of Language Testers in Europe (ALTE). Eerst worden de bedoelingen en de aard van de 'can do'-uitspraken beschreven. Vervolgens wordt uitgelegd hoe de uitspraken zijn ontwikkeld, afgestemd op de ALTE-examens en verankerd in het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader. De descriptoren in dit project zijn geschaald en vergeleken met de niveaus in het Referentiekader met behulp van de in bijlage A geschetste methode 12c (het Rasch-model).
Het ALTE-referentiekader en het 'can do'-project
Het ALTE-referentiekader
De 'can do'-uitspraken vormen een centraal onderdeel van een langlopend onderzoeksprogramma waarmee ALTE is gestart, dat tot doel heeft een referentiekader vast te stellen voor 'sleutelniveaus' van taalvaardigheid, waarbinnen examens objectief kunnen worden beschreven.
Er is al veel werk verzet om de examenstelsels van ALTE-leden in dit kader onder te brengen op basis van een analyse van de exameninhoud en de soorten opdrachten, en op basis van kandidaatprofielen. Een alomvattende inleiding op deze examenstelsels is te vinden in het ALTE Handbook of European Language Examinations and Examination Systems (zie pagina's 27, 167).
De 'can do-uitspraken zijn gebruikersgerichte schalen
Het doel van het 'can do-project is een reeks schalen gericht op prestaties te ontwikkelen en te valideren, waarin wordt beschreven wat leerders eigenlijk kunnen in de vreemde taal.
Als we het onderscheid van Alderson (1991) tussen constructeurs-, beoordelaars- en gebruikersgerichte schalen aanhouden, is de oorspronkelijke opzet van de 'can do'-uitspraken van ALTE gebruikersgericht. Zij ondersteunen de communicatie tussen alle betrokkenen in het toetsproces, in het bijzonder bij de interpretatie van toetsresultaten voor niet-specialisten. In die zin vormen de uitspraken:
Ze zijn bruikbaar voor opleidings- en personeelsmanagers omdat ze begrijpelijke beschrijvingen van taalgebruik geven, die kunnen worden gebruikt om eisen te specificeren die aan taaltrainers worden gesteld, functieomschrijvingen op te stellen en de taaleisen te formuleren die aan nieuwe functies worden gesteld.
De 'can do'-uitspraken zijn meertalig
Een belangrijk aspect van de 'can do'-uitspraken is dat ze meertalig zijn. Tot nu toe zijn ze vertaald in twaalf van de in ALTE vertegenwoordigde talen. Die talen zijn Catalaans, Deens, Duits, Engels, Fins, Frans, Italiaans, Nederlands, Noors, Portugees, Spaans en Zweeds. Als taalneutrale beschrijvingen van taalvaardigheidsniveaus vormen ze een referentiekader voor verschillende taalexamens op verschillende niveaus. Ze bieden de gelegenheid gelijkwaardigheden aan te tonen tussen de examenstelsels van de ALTE-leden, in betekenisvolle termen die betrekking hebben op reële taalvaardigheden die meestal aanwezig zullen zijn bij hen die voor deze examens slagen.
Ordening van de 'can do'-uitspraken
De 'can do'-schalen omvatten momenteel circa 400 uitspraken, geordend in drie hoofdgebieden: Sociaal en Toeristisch, Werk en Studie. Dit zijn de drie grootste belangstellingsgebieden van de meeste taalleerders. Elk omvat een aantal meer toegespitste terreinen, bijvoorbeeld delen over Winkelen, Uit eten, Accommodatie en dergelijke in Sociaal en Toeristisch. Op elk van de deelterreinen zijn er maximaal drie schalen, voor luisteren/spreken, lezen en schrijven. Luisteren/spreken bundelt de schalen die betrekking hebben op interactie.
Elke schaal bevat uitspraken die een reeks van niveaus bestrijken. Sommige schalen bestrijken maar een deel van het vaardigheidsbereik omdat er veel situaties zijn waarin slechts een basisvaardigheid is vereist om succesvol te kunnen communiceren.
Het ontwikkelingsproces
Het oorspronkelijke ontwikkelingsproces verliep in de volgende fasen:
Empirische validatie van de 'can do'-uitspraken
De op bovenstaande wijze ontwikkelde schalen zijn onderworpen aan een uitgebreid empirisch validatieproces. De validatie is erop gericht de 'can do'-uitspraken om te vormen van een in wezen subjectieve reeks beschrijvingen tot een geijkt meetinstrument. De validatie is een langdurig proces, dat zal worden voortgezet naarmate er meer gegevens beschikbaar komen voor alle talen die door ALTE worden vertegenwoordigd.
Tot nu toe zijn de gegevens vooral verzameld op basis van zelfevaluaties waarbij de 'can do-schalen aan respondenten worden aangeboden in de vorm van samenhangende vragenlijsten. Bijna tienduizend mensen hebben de vragenlijsten ingevuld. Van veel van deze respondenten zijn aanvullende gegevens beschikbaar in de vorm van examenresultaten. Het gaat waarschijnlijk om de grootste gegevensverzameling die ooit is aangelegd voor de validatie van een beschrijvende taalvaardigheidsschaal.
Het empirische werk begon met de bestudering van de interne samenhang van de 'can do'-uitspraken, met als doel:
De vragenlijsten zijn verspreid in de eerste taal van de respondenten, behalve op zeer gevorderde niveaus, en voornamelijk in Europese landen. Respondenten kregen de voor hen toepasselijke vragenlijsten. De schalen die betrekking hadden op werk werden aan mensen gegeven die beroepsmatig een vreemde taal gebruiken, de studieschalen aan respondenten die met een studieprogramma bezig waren dat in de vreemde taal werd gegeven, of die zich daarop voorbereidden. De sociale en toeristische schalen werden aan de overige respondenten gegeven, terwijl bepaalde schalen op dit gebied ook zijn gebruikt in de vragenlijsten op het gebied van werk en studie, als 'ankers'.
Ankeritems worden bij het verzamelen van gegevens voor een Rasch-analyse gebruikt om verschillende toetsen of vragenlijsten aan elkaar te koppelen. Zoals in bijlage A wordt uitgelegd, wordt met een Rasch-analyse één meetkader gevormd dankzij een matrixontwerp voor de gegevensverzameling, oftewel een reeks overlappende toetsformulieren die met elkaar verbonden zijn via items die de verwante formulieren gemeen hebben en die ankeritems worden genoemd. Zulk stelselmatig gebruik van ankeruitspraken hier is noodzakelijk om de relatieve moeilijkheid van de verschillende taalgebruiksgebieden, en meer bepaald van de schalen, te kunnen vaststellen. Het gebruik van de sociale en toeristische schalen als anker was gebaseerd op de veronderstelling dat op deze gebieden een algemene kern van taalvaardigheid is vereist en dat zij daarom geacht mogen worden het beste referentiepunt op te leveren voor een vergelijking met de werk- en studieschalen.
Tekstrevisie
Naar aanleiding van de eerste fase zijn de teksten van de schalen gereviseerd. In het bijzonder zijn uitspraken met een negatieve gerichtheid verwijderd, omdat deze uit statistisch oogpunt problematisch bleken en niet helemaal geschikt leken voor beschrijvingen van taalvaardigheidsniveaus. Hier zijn twee voorbeelden van het soort wijzigingen dat is aangebracht:
Verband tussen de 'can do'-uitspraken en de ALTE-examens
Na de eerste kalibratie van de 'can do'-uitspraken en de hiervoor beschreven tekstrevisie is aandacht besteed aan de afstemming van de schalen op andere indicatoren van het taalniveau. We hebben vooral gekeken naar de resultaten van ALTE-examens en de relatie tussen de 'can do'-schalen en de Referentieniveaus van de Raad van Europa.
Vanaf december 1998 zijn gegevens verzameld om de 'can do'-zelfbeoordelingen op verschillende niveaus te koppelen aan scores in examens van het UCLES (University of Cambridge Local Examinations Syndicate) op basis van het Referentiekader. Daarbij werd een heel duidelijk verband vastgesteld, waardoor het mogelijk werd een examencijfer te interpreteren en te beschrijven in termen van typische profielen van 'can do'-vermogens.
Wanneer de 'can do'-scores echter zijn gebaseerd op zelfevaluatie en afkomstig zijn van heel uiteenlopende landen en groepen respondenten, constateren we enige variatie in de perceptie van hun eigen vaardigheden bij respondenten. Dat wil zeggen, mensen begrijpen de uitspraken niet allemaal hetzelfde, om redenen die deels te maken kunnen hebben met factoren als leeftijd en culturele achtergrond. Bij sommige groepen respondenten verzwakt dit de correlatie met hun examencijfers. Met analytische methoden is getracht een zo helder mogelijk verband aan te tonen tussen de zelfbeoordelingen en de criteria voor vaardigheidsniveaus zoals aangeduid met examencijfers. Er zal waarschijnlijk aanvullend onderzoek op basis van 'can do'-scores door ervaren beoordelaars nodig zijn om de relatie tussen examencijfers en typische 'can do'-profielen volledig te karakteriseren.
Een conceptueel probleem dat in dit verband moet worden besproken betreft de notie 'beheersing':
wat bedoelen we precies met 'kunnen'? Er is een definitie vereist die aangeeft in hoeverre we verwachten dat iemand op een bepaald niveau bepaalde taken kan uitvoeren. Moet het zeker zijn dat deze persoon de taak altijd perfect zal uitvoeren? Dat zou een te strenge eis zijn. Aan de andere kant zou 50 procent kans op succes weer te laag zijn om te gelden als 'beheersing' van de taak.
Er is gekozen voor 80 procent, omdat dat percentage vaak bij domein- of criteriumgebonden toetsen wordt gehanteerd als indicatie van beheersing op een bepaald gebied. Dus kandidaten die slagen voor een ALTE-examen op een bepaald niveau zouden 80 procent kans moeten hebben om de taken te kunnen uitvoeren die op dat niveau worden beschreven. De tot nu toe onder Cambridge-examenkandidaten verzamelde gegevens wijzen uit dat dit getal goed overeenkomt met de gemiddelde waarschijnlijkheid dat zij 'can do'-uitspraken op het relevante niveau onderschrijven. Deze verhouding blijkt tamelijk constant te zijn voor alle examenniveaus.
Door 'kunnen' op deze wijze expliciet te definiëren hebben we een basis gelegd voor de interpretatie van bepaalde ALTE-niveaus in termen van 'can do'-vaardigheden.
Hoewel het verband met examenresultaten tot nu toe gebaseerd is geweest Cambridge-examens, worden ook nog altijd gegevens verzameld om de 'can do'-uitspraken te koppelen aan prestaties in andere ALTE-examens. Zo kunnen we verifiëren of deze andere examenstelsels in beginsel op dezelfde wijze verband houden met de vijf niveaus van het ALTE-referentiekader.
Verankeren in het Referentiekader van de Raad van Europa
In 1999 werden antwoorden verzameld waarin ankers waren aangebracht met uitspraken uit het Referentiekader van de Raad van Europa uit 1996. De ankers bestonden uit:
Tabel 2 is gekozen omdat deze in de praktijk veel wordt gebruikt als samenvattende beschrijving van de verschillende niveaus. Doordat ALTE responsgegevens kon vertalen in een groot aantal talen en landen was er gelegenheid om bij te dragen aan de validatie van de schalen in tabel 2.
De uitspraken over vloeiendheid werden aanbevolen omdat deze in verschillende contexten tijdens het Zwitserse project de meest stabiele moeilijkheidsschattingen bleken op te leveren (North 1996/2000). Daarom werd verwacht dat ze een goede vergelijking van de 'can do'-uitspraken met het Referentiekader van de Raad van Europa mogelijk zouden maken. De geschatte moeilijkheid van de uitspraken over vloeiendheid bleek zeer nauw overeen te stemmen met de opgegeven moeilijkheid (North 1996/2000), met een correlatie van r = 0,97. Dit vormt een uitstekend anker tussen de 'can do'-uitspraken en de schalen die worden gebruikt om het Referentiekader te illustreren.
Het gebruik van Rasch-analyse voor het op elkaar afstemmen van een reeks uitspraken (schalen) is echter geen direct proces. Gegevens passen nooit exact in het model: er zijn kwesties als dimensionaliteit, discriminatiegraad en differential item function (systematische variatie in de interpretatie door verschillende groepen) die moeten worden onderkend en verwerkt om een zo waarheidsgetrouw mogelijke relatie tussen de schalen naar voren te laten komen.
Dimensionaliteit slaat op het feit dat de vaardigheden luisteren/spreken, lezen en schrijven weliswaar in hoge mate gecorreleerd zijn, maar toch verschillend: analyses waarin ze worden gescheiden leveren meer coherente, onderscheidende niveauverschillen op.
De variabele discriminatiegraad wordt duidelijk wanneer we tabel 2 vergelijken met de 'can do'-uitspraken. Tabel 2 blijkt een langere schaal op te leveren (fijnere onderscheiden tussen niveaus te maken) dan de 'can do'-uitspraken. De oorzaak is waarschijnlijk dat tabel 2 het eindresultaat vertegenwoordigt van een lang proces van selectie, analyse en verfijning. Het gevolg is dat elke niveaubeschrijving een samenstel is van zorgvuldig geselecteerde typische elementen, waarmee respondenten op een bepaald niveau gemakkelijker het niveau kunnen herkennen dat hen het beste beschrijft. Dit levert een meer coherent responspatroon op, dat op zijn beurt weer leidt tot een langere schaal. Dit is in tegenstelling tot de huidige vorm van de 'can do'-uitspraken, die nog steeds kort en kernachtig zijn en niet zijn gegroepeerd tot zulke afgeronde, holistische niveaubeschrijvingen.
Groepseffecten (differential item function) zijn zichtbaar in het feit dat bepaalde groepen respondenten (respondenten op de sociale en toeristische, werk- of studievarianten van de vragenlijst) aanzienlijk fijnere niveauverschillen onderscheiden op bepaalde ankerschalen, om redenen die moeilijk te identificeren zijn.
Geen van deze effecten is onverwacht wanneer men een Rasch-methode hanteert om schalen te vergelijken. Ze geven aan dat een stelselmatige kwaliteitscontrole van de tekst van de afzonderlijke uitspraken nodig blijft en een belangrijke fase is om te komen tot een 'definitieve' waardering van de schalen.
Vaardigheidsniveaus in het referentiekader van ALTE
Op het moment van schrijven is het ALTE-kader een stelsel met vijf niveaus. De hiervoor beschreven validatie bevestigt dat deze ongeveer overeenkomen met de niveaus A2 tot en met C2 van het Referentiekader van de Raad van Europa. Er wordt nog gewerkt aan een beginnersniveau (Breakthrough oftewel 'Doorbraak') en het 'can do'-project draagt bij tot de karakterisering van dat niveau. Het verband tussen de beide kaders kan als volgt worden weergegeven:
Ref.-niveaus RvE |
A1 |
A2 |
B1 |
B2 |
C1 |
C2 |
ALTE-niveaus |
ALTE Doorbraak- niveau |
ALTE Niveau 1 |
ALTE Niveau 2 |
ALTE Niveau 3 |
ALTE Niveau 4 |
ALTE Niveau 5 |
De kenmerkende eigenschappen op elk van de ALTE-niveaus zijn als volgt:
ALTE Niveau 5 (goede taalgebruiker): het vermogen om materiaal te verwerken dat academisch van aard is of cognitief hoge eisen stelt, en om taal doeltreffend te gebruiken op een niveau dat in zekere opzichten hoger kan zijn dan dat van een gemiddelde moedertaalspreker.
Voorbeeld: KAN vlug een tekst doorzoeken op relevante informatie, het hoofdthema van de tekst vatten en daarbij bijna net zo snel lezen als een moedertaalspreker.
ALTE Niveau 4 (competente taalgebruiker): het vermogen om te communiceren met de nadruk op een goede uitvoering in termen van gepastheid, gevoeligheid en het vermogen om onbekende onderwerpen te hanteren.
Voorbeeld: KAN vol vertrouwen overweg met vijandig gestelde vragen. KAN zijn/haar spreekkans benutten en vasthouden.
ALTE Niveau 3 (zelfstandige taalgebruiker): het vermogen de meeste doelen te bereiken en zich uit te drukken over een scala van onderwerpen.
Voorbeeld: KAN bezoekers rondleiden en een plaats gedetailleerd beschrijven.
ALTE Niveau 2 (taalgebruiker op de drempel): het vermogen om zich op beperkte wijze uit te drukken in vertrouwde situaties en globaal om te gaan met niet-alledaagse informatie.
Voorbeeld: KAN bij een bank een nieuwe rekening openen, mits de procedure helder is.
ALTE Niveau 1 (taalgebruiker op weg): het vermogen om eenvoudige, directe informatie te verwerken en te beginnen zich uit te drukken in bekende contexten.
Voorbeeld: KAN deelnemen aan een routinematig gesprek over eenvoudige, voorspelbare onderwerpen.
ALTE Doorbraakniveau: een basisvermogen om te communiceren en op eenvoudige wijze informatie uit te wisselen.
Voorbeeld: KAN eenvoudige vragen stellen over een menu en begrijpt eenvoudige antwoorden.
Literatuur
Alderson, J. C. 1991: Bands and scores. In: Alderson, J.C. en North, B. (red.): Language testing in the 1990s. Londen: British Council / Macmillan, Developments in ELT, 71–86.
North, B. 1996/2000: The development of a common framework scale of language proficiency. Dissertatie, Thames Valley University. Herdruk 2000, New York, Peter Lang.
Voor nadere informatie over het ALTE-project kunt u contact opnemen met Marianne Hirtzel op hirtzel.m@ucles.org.uk
Neil Jones, Marianne Hirtzel, University of Cambridge Local Examinations Syndicate, maart 2000
Document D1. ALTE-vaardigheidsniveaus samengevat
ALTE-niveau |
Luisteren/Spreken |
Lezen |
Schrijven |
Niveau 5 |
KAN adviseren of praten over complexe of gevoelige zaken en begrijpt daarbij spreektaaluitdrukkingen en gaat vol vertrouwen om met vijandige vragen. |
KAN documenten, correspondentie en verslagen begrijpen, met inbegrip van de fijnere nuances van complexe teksten. |
KAN brieven schrijven over elk onderwerp en volledige verslagen maken van vergaderingen of seminars en zich daarbij goed en nauwkeurig uitdrukken. |
Niveau 4 |
KAN doeltreffend bijdragen aan vergaderingen en seminars binnen het eigen vakgebied of een informeel gesprek voeren met een hoge mate van vloeiendheid, en daarbij abstracte uitdrukkingen hanteren. |
KAN snel genoeg lezen om een academisch studieprogramma te volgen, informatie te lezen in de media of niet-alledaagse correspondentie te begrijpen. |
KAN beroepsmatige correspondentie voorbereiden/concipiëren, redelijk nauwgezet aantekeningen maken tijdens vergaderingen of een essay schrijven waaruit communicatievermogen spreekt. |
Niveau 3 |
KAN een inleiding volgen of houden over een vertrouwd onderwerp of een gesprek voeren over een tamelijk breed scala van onderwerpen. |
KAN teksten vlug doorzoeken op relevante informatie en gedetailleerde instructies of adviezen begrijpen. |
KAN aantekeningen maken terwijl iemand praat of een brief schrijven met niet-alledaagse verzoeken. |
Niveau 2 |
KAN op beperkte wijze meningen uiten over abstracte of culturele zaken, advies geven op bekend terrein en instructies en openbare mededelingen begrijpen. |
KAN routinematige informatie en artikelen begrijpen, alsmede de globale betekenis van niet-routinematige informatie op vertrouwd terrein. |
KAN brieven schrijven of aantekeningen maken over vertrouwde of voorspelbare zaken. |
Niveau 1 |
KAN eenvoudige meningen of vereisten onder woorden brengen in een vertrouwde context. |
KAN directe informatie op bekend terrein begrijpen, bijvoorbeeld over producten, alsmede aanwijzingen en eenvoudige lesboeken of verslagen over vertrouwde zaken. |
KAN formulieren invullen en korte eenvoudige brieven of briefkaarten schrijven met betrekking tot persoonlijke informatie. |
Doorbraak-niveau |
KAN basisinstructies begrijpen of deelnemen aan een elementair zakelijk gesprek over een voorspelbaar onderwerp. |
KAN elementaire aantekeningen, instructies of informatie begrijpen. |
KAN basisformulieren invullen en aantekeningen schrijven met tijden, data en plaatsen. |
Document D2. Sociale en toeristische ALTE-uitspraken samengevat
ALTE-niveau |
Luisteren/Spreken |
Lezen |
Schrijven |
Niveau 5 |
KAN praten over complexe of gevoelige zaken zonder in pijnlijke situaties te verzeilen. |
KAN (indien woningzoekend) een huurovereenkomst in detail begrijpen, bijvoorbeeld wat betreft technische zaken en de belangrijkste juridische implicaties. |
KAN brieven schrijven over elk onderwerp en zich daarbij goed en nauwgezet uitdrukken. |
Niveau 4 |
KAN gedurende langere tijd gesprekken voeren van informele aard en abstracte of culturele onderwerpen bespreken met een hoge mate van vloeiendheid en een groot uitdrukkingsbereik. |
KAN complexe meningen of argumenten begrijpen zoals verwoord in serieuze dagbladen. |
KAN brieven schrijven over de meeste onderwerpen. Eventuele moeilijkheden die de lezer ondervindt, bevinden zich waarschijnlijk op woordenschatniveau. |
Niveau 3 |
KAN een gesprek voeren over een tamelijk breed scala van onderwerpen, zoals persoonlijke en beroepsmatige ervaringen en actualiteiten. |
KAN gedetailleerde informatie begrijpen, bijvoorbeeld uiteenlopende culinaire termen op een menu in een restaurant, en termen en afkortingen in woningadvertenties. |
KAN aan een hotel schrijven om te informeren naar de beschikbare service, bijvoorbeeld voorzieningen voor gehandicapten of speciale diëten. |
Niveau 2 |
KAN op beperkte wijze meningen uiten over abstracte of culturele zaken en nuances van betekenissen of meningen herkennen. |
KAN zakelijke artikelen in kranten, routinematige brieven van hotels en brieven met persoonlijke meningen begrijpen. |
KAN brieven schrijven over een beperkt scala van voorspelbare onderwerpen met betrekking tot persoonlijke ervaringen en meningen uiten in voorspelbare taal. |
Niveau 1 |
KAN voorkeuren en afkeren uitdrukken in vertrouwde contexten met eenvoudige taal zoals 'Ik hou (niet) van'. . .' |
KAN directe informatie begrijpen, bijvoorbeeld etiketten op voedingswaren, standaardmenu's, verkeerstekens en aanwijzingen op geldautomaten. |
KAN de meeste formulieren met betrekking tot persoonlijke informatie invullen. |
Doorbraak-niveau |
KAN eenvoudige feitelijke vragen stellen en antwoorden begrijpen die worden uitgedrukt in eenvoudige taal. |
KAN eenvoudige mededelingen en informatie begrijpen, bijvoorbeeld op luchthavens, in winkels en op menu's. KAN eenvoudige instructies voor medicijngebruik en eenvoudige routeaanwijzingen begrijpen. |
KAN een heel eenvoudige boodschap achterlaten voor een gastgezin of korte eenvoudige bedankbriefjes schrijven. |
Document D3. Sociale en toeristische ALTE-uitspraken
Overzicht van behandelde aspecten en activiteiten
ASPECT |
ACTIVITEIT |
OMGEVING |
VEREISTE TAALVAARDIGHEID |
Dagelijks leven |
1. Winkelen 2. Uit eten 3. Accommodatie 4. Huisvesting huren (flat, kamer, huis) 5. Woninginrichting 6. Financiële en postale diensten gebruiken |
Winkels met zelfbediening Winkels met bediening Markten Restaurants Zelfbediening (fastfood) Hotels, Bed & Breakfast, enz. Makelaar, particuliere huisbaas Gastgezinnen Banken, wisselbureaus, postkantoren |
Luisteren/Spreken Lezen Luisteren/Spreken Lezen Luisteren/Spreken Lezen, Schrijven (formulier invullen) Luisteren/Spreken Lezen, Schrijven (formulier invullen) Luisteren/Spreken Lezen, Schrijven (brieven) Luisteren/Spreken Lezen, Schrijven |
Gezondheid |
Gezond worden/blijven |
Apotheek Dokter Ziekenhuis Tandarts |
Luisteren/Spreken Lezen |
Reizen |
Aankomen in een land Rondreizen Aanwijzingen krijgen/geven Huren |
Luchthaven/haven Trein-/busstation Straat, garage, enz. Reisbureau, verhuurbedrijven (auto, boot, enz.) |
Luisteren/Spreken Lezen, Schrijven (formulier invullen) |
Noodgevallen |
Omgaan met noodsituaties (ongeval, ziekte, criminaliteit, autopech, enz.) |
Openbare plaatsen Particuliere plaatsen, bijv. hotelkamer Ziekenhuis Politiebureau |
Luisteren/Spreken Lezen |
Bezienswaardigheden bezoeken |
Inlichtingen verkrijgen Op excursie gaan Mensen rondleiden |
Toeristenbureau Reisbureau Toeristische attracties (monumenten, enz.) Plaatsen/steden Scholen/universiteiten |
Luisteren/Spreken Lezen |
Sociale activiteiten |
Informele ontmoetingen met mensen Gasten ontvangen |
Disco's, feesten, scholen, hotels, campings, restaurants, enz. Thuis, uit |
Luisteren/Spreken |
Media/Culturele evenementen |
Televisie, films, toneelstukken, enz. bekijken Naar de radio luisteren Kranten en tijdschriften lezen |
Thuis, auto, bioscoop, theater, klank- en lichtspel, enz. |
Luisteren/Lezen |
Persoonlijke contacten (op afstand) |
Brieven, briefkaarten enz. schrijven |
Thuis, elders |
Luisteren/Spreken (telefoon) Lezen, Schrijven |
Document D4. ALTE-uitspraken op werkgebied samengevat
ALTE-niveau |
Luisteren/Spreken |
Lezen |
Schrijven |
Niveau 5 |
KAN adviseren over/ omgaan met complexe delicate of omstreden kwesties, zoals juridische of financiële zaken, voor zover hij/zij over de noodzakelijke specialistische kennis beschikt. |
KAN verslagen en artikelen begrijpen die men tijdens zijn/haar werk waarschijnlijk zal tegenkomen, met inbegrip van complexe ideeën die worden uitgedrukt in complexe taal. |
KAN volledige en correcte aantekeningen maken van en blijven bijdragen aan een vergadering of seminar. |
Niveau 4 |
KAN doeltreffend bijdragen aan vergaderingen en seminars binnen het eigen vakgebied en een pleidooi houden voor of tegen een zaak. |
KAN correspondentie in niet-standaardtaal begrijpen. |
KAN een breed scala van routinematige en niet-routinematige situaties hanteren waarin professionele diensten worden gevraagd van collega's of externe contacten. |
Niveau 3 |
KAN de meeste berichten aannemen en doorgeven die tijdens een normale werkdag de aandacht kunnen opeisen. |
KAN de meeste correspondentie, verslagen en zakelijke productinformatie begrijpen die hij/zij kan tegenkomen. |
KAN alle routinematige verzoeken om goederen of diensten hanteren. |
Niveau 2 |
KAN binnen het eigen functiegebied klanten adviseren over eenvoudige zaken. |
KAN de algemene betekenis van niet-routinematige brieven en theoretische artikelen binnen het eigen functiegebied begrijpen. |
KAN redelijk nauwgezet aantekeningen maken tijdens een vergadering of seminar over een vertrouwd en voorspelbaar onderwerp. |
Niveau 1 |
KAN eenvoudige vereisten binnen het eigen functiegebied formuleren, zoals 'Ik wil 25 xx bestellen.' |
KAN de meeste korte verslagen of handleidingen van voorspelbare aard begrijpen binnen het eigen vakgebied, mits daarvoor voldoende tijd wordt gegeven. |
KAN een korte, begrijpelijke notitie of vraag schrijven aan een collega of een bekende contactpersoon bij een ander bedrijf. |
Doorbraak-niveau |
KAN eenvoudige berichten van routinematige aard aannemen en doorgeven, zoals 'Vrijdag 10 uur vergaderen'. |
KAN korte verslagen of productbeschrijvingen over vertrouwde zaken begrijpen, als deze worden uitgedrukt in eenvoudige taal en de inhoud voorspelbaar is. |
KAN een eenvoudig routinematig verzoek schrijven aan een collega, zoals 'Mag ik 20 xx a.u.b.?' |
Document D5. ALTE-uitspraken op werkgebied
Overzicht van behandelde aspecten en activiteiten
ASPECT |
ACTIVITEIT |
OMGEVING |
VEREISTE TAALVAARDIGHEID |
Werkspecifieke diensten |
1. Verzoeken om werkspecifieke diensten 2. Verlenen van werkspecifieke diensten |
Werkplek (kantoor, fabriek, enz.) Werkplek (kantoor, fabriek, enz.), huis van klant |
Luisteren/Spreken Schrijven Luisteren/Spreken Schrijven |
Vergaderingen en seminars |
Deelnemen aan vergaderingen en seminars |
Werkplek (kantoor, fabriek, enz.), congrescentrum |
Luisteren/Spreken Schrijven (aantekeningen) |
Formele presentaties en demonstraties |
Een presentatie of demonstratie verzorgen en geven |
Congrescentrum, tentoonstellingscentrum, fabriek, laboratorium, enz. |
Luisteren/Spreken Schrijven (aantekeningen) |
Correspondentie |
Faxen, brieven, memo's, e-mail, enz. begrijpen en schrijven |
Werkplek (kantoor, fabriek, enz.) |
Lezen Schrijven Lezen |
Verslagen |
Verslagen (van aanzienlijke lengte en formaliteit) begrijpen en schrijven |
Werkplek (kantoor, fabriek, enz.) |
Lezen Schrijven |
Openbare informatie |
Relevante informatie verkrijgen (uit bijv. productliteratuur, vaktijdschriften, advertenties, van websites, enz.) |
Werkplek (kantoor, fabriek, enz.), thuis |
Lezen |
Instructies en richtlijnen |
Waarschuwingen begrijpen (bijv. over veiligheid) Instructies begrijpen en schrijven (bijv. in installatie-, bedienings- en onderhoudshandleidingen) |
Werkplek (kantoor, fabriek, enz.) |
Lezen Schrijven |
Telefoon |
Uitgaande gesprekken voeren Inkomende gesprekken voeren (incl. het aannemen van boodschappen en het maken van aantekeningen) |
Kantoor, thuis, hotelkamer, enz. |
Luisteren/ Spreken/ Schrijven (aantekeningen) |
Document D6. ALTE-uitspraken op studiegebied samengevat
ALTE-niveau |
Luisteren/Spreken |
Lezen |
Schrijven |
Niveau 5 |
KAN grappen, terzijdes in spreektaal en culturele connotaties begrijpen. |
KAN alle informatiebronnen snel en betrouwbaar ontsluiten. |
KAN nauwkeurige en volledige aantekeningen maken tijdens een college, seminar of werkgroep. |
Niveau 4 |
KAN abstracte argumentatie volgen, bijvoorbeeld het afwegen van alternatieven en het trekken van een conclusie. |
KAN snel genoeg lezen om aan de eisen van een academische studie te voldoen. |
KAN een essay schrijven waaruit communicatievermogen spreekt en dat de lezer weinig moeilijkheden oplevert. |
Niveau 3 |
KAN een heldere presentatie over een vertrouwd onderwerp geven en voorspelbare of feitelijke vragen beantwoorden. |
KAN snel toetsen doorzoeken op relevante informatie en de hoofdpunten van de tekst bevatten. |
KAN eenvoudige aantekeningen maken die redelijk bruikbaar zijn voor schrijf- of revisiedoeleinden. |
Niveau 2 |
KAN instructies over lessen en opdrachten begrijpen die worden gegeven door een docent of leerkracht. |
KAN met enige hulp basisinstructies en ‑berichten begrijpen, bijvoorbeeld bibliotheekcatalogi op de computer. |
KAN enige informatie noteren tijdens een college indien deze min of meer gedicteerd wordt. |
Niveau 1 |
KAN eenvoudige meningen verwoorden met uitdrukkingen zoals 'Ik ben het er niet mee eens'. |
KAN heel langzaam lezend de algemene strekking van een vereenvoudigd lesboek of artikel begrijpen. |
KAN een heel korte eenvoudige vertelling of beschrijving produceren, zoals 'Mijn laatste vakantie'. |
Doorbraak-niveau |
KAN basisinstructies begrijpen over lestijden, data en lokaalnummers, en over opdrachten die moeten worden uitgevoerd. |
KAN basismededelingen en ‑instructies lezen. |
KAN tijden, data en plaatsen overschrijven van mededelingenborden of een schoolbord. |
Document D7. ALTE-uitspraken op studiegebied
Overzicht van aspecten en activiteiten
ASPECT |
ACTIVITEIT |
OMGEVING |
VEREISTE TAALVAARDIGHEID |
Colleges, besprekingen, presentaties en demonstraties |
1. Volgen van een college, bespreking, presentatie of demonstratie 2. Verzorgen van een college, bespreking, presentatie of demonstratie |
Collegezaal, klaslokaal, laboratorium, enz. |
Luisteren/Spreken Schrijven (aantekeningen) |
Seminars en werkgroepen |
Deelnemen aan seminars en werkgroepen |
Lokaal, studeerkamer |
Luisteren/Spreken Schrijven (aantekeningen) |
Studieboeken, artikelen, enz. |
Informatie verzamelen |
Studeerkamer, bibliotheek, enz. |
Lezen Schrijven (aantekeningen) |
Essays |
Essays schrijven |
Studeerkamer, bibliotheek, examenzaal, enz. |
Schrijven |
Verslagen |
Verslagen schrijven (bijv. van een experiment) |
Studeerkamer, laboratorium |
Schrijven |
Opzoekvaardigheden |
Informatie ontsluiten (bijv. uit een computer, bibliotheek, woordenboek, enz.) |
Bibliotheek, mediatheek, enz. |
Lezen Schrijven (aantekeningen) |
Studieplanning |
Afspraken maken, bijv. met docenten over deadlines voor het inleveren van opdrachten |
Collegezaal, klaslokaal, studeerkamer, enz. |
Luisteren/Spreken Lezen Schrijven |