De gesprekken met de deelnemers van de conferentie Nieuwe Vormen van Leren hebben geleid tot een overzicht van de kansen en bedreigingen voor het vak Nederlands bij het implementeren van (een vorm van) het Nieuwe Leren/Begeleid Zelfstandig Leren.
Bekijk een schematische voorstelling van de belangrijkste inzichten »
Op basis van de gesprekken in de ochtend- en middagsessie, is het mogelijk om een kader op te stellen, waarbij vijf aandachtspunten heel prominent naar voren komen:
- het concept van het Nieuwe Leren/Begeleid Zelfstandig leren en de rol van het Nederlands daarbinnen
- de implementatiestrategie
- de condities om het Nieuwe Leren/Begeleid Zelfstandig Leren te implementeren en om het Nederlands er een duidelijke plaats binnen te geven
- aandacht voor advisering en begeleiding
- reflectie over hoe het verder moet
Het concept van het Nieuwe Leren/Begeleid Zelfstandig leren en de rol van het Nederlands daarbinnen
Het concept, evenals de rol van het Nederlands binnen het concept, moet helden en transparant zijn en gedragen worden door zowel leerkrachten als door leerlingen
De implementatiestrategie
De strategie is een kwestie van kiezen tussen enerzijds "het roer in één klap omslaan" en anderzijds "het roer in kleine stapjes omslaan".
De condities om het Nieuwe Leren/Begeleid Zelfstandig Leren te implementeren
Tijdens de werkconferentie werd een poging gedaan om de condities om het Nieuwe Leren/Begeleid Zelfstandig Leren (succesvol) te implementeren. Vanuit het perspectief van de leerlingen werden er duidelijke uitspraken gedaan: de organisatie moet op orde zijn en de leerkrachten moeten weten wat ze doen en waar ze heen willen.
In het traditionele onderwijs ligt de organisatie van het onderwijs vast in een jaarplanning of is het gebonden aan lessenroosters of aan schoolboeken. Binnen het principe van het Nieuwe Leren/Begeleid Zelfstandig Leren is die sturing aanwezig, maar niet voldoende zichtbaar. Daar dient men nog een slag te maken.
De tweede door leerlingen genoemde conditie is de professionaliteit van de leerkracht. We dienen ons immers steeds de vraag te stellen of leerkrachten wel klaar zijn voor een volledig nieuwe vorm van lesgeven/taal aanleren. Hebben ze de essentie hiervan wel in de vingers? Beschikken ze over voldoende repertoire om hun leerlingen op het juiste moment iets aan te bieden? En maken ze wel voldoende gebruik van elkaars talenten?
Aandacht voor advisering en begeleiding
De advisering/begeleiding dient idealiter gericht te worden op het ontwerpen van een goede leeromgeving voor leerkrachten. Over het wat en waarom van Nieuwe Vormen van Leren is veel bekend. Daarvoor kunnen leerkrachten terecht bij experts, via lezingen, boeken, studiedagen, etc. Over het hoe is echter weinig bekend. Afkijken bij collega's of zelf dingen uitproberen en nadenken over wat men realiseert zijn dan ook twee uiterst rendabele technieken.
En hoe kan de leraar Nederlands geplaatst worden binnen het plaatje van het leren van leerkrachten? Een mogelijkheid is dat de leerkracht Nederlands zijn collega's laat zien wat goed taalgericht onderwijs is. Zo kan hij hen leren hoe bepaalde vaardigheden (bv. presenteren) geoefend en gebruikt kunnen worden. Problematisch hierbij is het risico dat de leerkracht Nederlands zich hierdoor nog uitsluitend op dit type functionele vaardigheden kan richten en bijgevolg zaken als creatief schrijven en/of het bevorderen van lezen ziet 'verdwijnen'. Een balans kan gevonden worden door functionele taalvaardigheden uit het vak Nederlands weg te halen en bij de collega's van andere vakken onder te brengen. Daarvoor zijn echter twee acties vanuit advisering/begeleiding noodzakelijk:
- deskundigheidsbevordering van collega's van andere vakken
- instrumentatie en standaarden
Een dergelijke insteek betekent dat de begeleider ook een taalexpert moet zijn.
Reflectie over hoe het verder moet
Samenvattend komen we tot vier overkoepelende conclusies:
- Op alle scholen waar sporen waren van Nieuwe Vormen van Taal Leren werd te laat onderkend dat taal een fundamentele rol speelt in het leren. Dit geldt zowel voor de functionele taalvaardigheden die in het Nieuwe Leren/Begeleid Zelfstandig Leren onmisbaar zijn als voor de conceptontwikkeling in alle vakgebieden
- Vanuit het concept van het Nieuwe Leren/Begeleid Zelfstandig Leren wordt gestreefd naar meer autonomie voor de leerling. Dat wil zeggen dat leerlingen hun eigen taalcompetenties in verband kunnen brengen met de gewenste/vereiste taalcompetenties. Ze kunnen dus met andere woorden (met behulp van de leerkracht) een eigen leerweg uitstippelen. Dit impliceert dat zowel de leerlingen als de leerkrachten een helder beeld hebben van de leerstof Nederlands.
- Einddoelen, tussendoelen, standaarden en leerlijnen dienen goed en duidelijk omschreven te zijn. Bovendien moeten alle leerkrachten gebruik kunnen maken van instrumenten (i.e. opdrachten, lesmateriaal, toetsen, leerlingvolgsystemen, etc.) die de taalontwikkeling van leerlingen in de richting van die doelen ondersteunen. Voor standaarden en instrumenten kunnen leerkrachten niet zonder meer terugvallen op bestaande schoolboeken. Hiervoor moet nieuw materiaal worden ontwikkeld.
- Taalbeleid speelt een centrale rol bij het implementeren van het Nieuwe Leren/Begeleid Zelfstandig Leren. In het taalbeleid dient zowel aandacht te zijn voor leerkrachtvaardigheden als voor standaarden en instrumenten.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
