u bent hier: nt2-beginnersdoelen » Start » Uitgangspunten » Basistaalvaardigheid » Kar op orde
(Deze lesbeschrijving is afkomstig uit: Eindrapport ‘Neventrajectexperiment’ Januari - december 2002. Voorgelegd aan de VGC, gerealiseerd met middelen van het SIF. Wim De Groof, Centrum voor Taal en Migratie, K.U.Leuven)
|
einddoel van de activiteit |
begrijpen van korte mondelinge instructies i.v.m. het inladen van de poetskar |
|
onderwerp/context |
ordening van poetsgerief op kar handelingen m.b.t. plaats/ruimte schoonmaakmaterialen en –producten uitdrukkingen van ruimte, plaatsbepaling |
|
verwerkingsniveau |
beschrijvend |
|
geschatte duur |
60’ |
doel: begrijpen van korte mondelinge instructies i.v.m. het inladen van de poetskar
De taallesgever geeft twee cursisten de instructie om de poetskar in te laden. Alle producten moeten op de juiste plaats op de kar gezet worden. De taallesgever laat de cursisten eerst kijken naar een volle poetskar, die ze vervolgens leeghaalt.
Als de cursisten problemen ondervinden om de instructie uit te voeren ondersteunt de taallesgever hen met bijkomende instructies en een goede vraag/antwoord-didactiek:
‘Waar moet je de gele emmer zetten, wat denk je?’
‘Moet de gele emmer hier of hier, boven of onder?’
‘Ja, de emmer moet boven, dat is goed’
De taallesgever zorgt dat ze handelingen (plaatsen, zetten, ...), begrippen en materialen (fles, emmer, groen, mop, ...) en plaatsbepalingen (boven, onder, links, recht, ...) die voorkomen in de context van de poetskar voldoende aan bod laat komen.
De cursisten krijgen genoeg kans om zelf te proberen zonder dat alle instructies op voorhand gegeven worden.
De andere cursisten volgen en kunnen hun collega’s ondersteunen. Na een tijd krijgt een ander paar cursisten de instructie om het werk verder af te maken, zodat elk duo aan bod komt.
doel: begrijpen van klachten i.v.m. foutief ingeladen poetskar
De cursisten krijgen een aantal transparanten/foto’s te zien waarin een poetskar duidelijk op een verkeerde manier is ingericht. De cursisten beoordelen samen met de taallesgever de poetskarren en verbeteren de fouten. De poetskar is in de buurt als didactisch materiaal.
De taallesgever probeert de cursisten zo veel mogelijk te betrekken bij de beoordeling. De cursisten moeten echter zelf nog geen taal kunnen produceren, enkel hun begrijpen uitdrukken. Ze mogen zelfs antwoorden in het Frans.
De taallesgever kan haar vraagstelling (bv. met gebaren, demonstratie, ...) zo aanpassen dat vragen heel eenvoudig zijn en cursisten niet-talig moeten reageren bv. ‘Is de poetskar goed ingericht?’ (ja-knikken, duim omhoog) of ‘Is de poetskar verkeerd ingericht?’ (nee-knikken, duim omlaag). Cursisten kunnen door ja of nee te knikken hun beoordeling aangeven.
Vervolgens kan de taallesgever vragen om de fout aan te duiden op de foto. Ook een echte poetskar kan nuttig zijn om het begrijpen van cursisten te ondersteunen en te bevragen.
De taallesgever overweegt in haar lesvoorbereiding welke handelingen, schoonmaakmaterialen en plaatsbepalingen in deze context aan bod kunnen komen en gebruikt ze bewust om een rijk taalaanbod te verzekeren.
De taallesgever drukt cursisten op het hart (in het Frans) dat het niet de bedoeling is dat ze alle woorden na vandaag hebben opgestoken en dat er veel herhaald zal worden. Sommige cursisten zullen nieuwe woorden willen noteren, vaak omdat ze een houvast willen of vanuit vroegere onderwijservaringen. De taallesgever kan hen erop wijzen dat dit niet hoeft, maar het afraden hoeft ook niet.