Direct naar menu

Organisatie van de werkhoeken

Hoe de werkhoeken inrichten

Bij de organisatie van de werkhoeken houd je rekening met de rolkeuze van je cursisten, een werkbare groepsgrootte en ruimte-indeling, en de herkenbaarheid van de werkhoeken.

voorbeeld werken met authentiek materiaal

Download de Flash Player om dit filmpje te zien.

Lesverloop

Hieronder wordt in 4 stappen beschreven hoe je het lesverloop in goede banen kan leiden. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van video-opnames.
  1. Introductie van de werkhoekensessies
  2. Ondersteuning tijdens de werkhoekensessies
  3. Evaluatie
  4. Registratie
  1. Introductie van de werkhoekensessie

    Verwijs naar de oriënterende activiteit. Roep eventueel het verhaal van de verschillende personages kort op of laat de foto's opnieuw zien. Herinner de cursisten aan het blad waarop ze hun rolkeuze(s) hebben aangeduid. Wijs nu naar de verschillende werkhoeken en de rollen die erin aan bod komen. Leg uit dat er één (of anderhalf) uur gewerkt zal worden binnen kleine groepjes (of in duo's) aan die verschillende rollen.

    voorbeeld instructies bij hooggeschoolden

    Download de Flash Player om dit filmpje te zien.

    Vertel de cursisten welk soort taken er in de hoeken te vinden zijn. Wijs de cursisten erop dat ze bij elke taak de instructies aandachtig moeten lezen en dat je snel langskomt in elke werkhoek om te kijken of er problemen zijn. Leg uit dat ze, als ze dat wensen, een woordenboek mogen raadplegen bij de uitvoering van de taak.

    Verdeel de cursisten in de werkhoeken. Wijs de cursisten erop dat ze nu bij één rol ingedeeld worden op basis van hun voorkeur, maar dat ze een volgende keer ook een andere rol mogen kiezen. Leg ook uit dat ze, als er tijd over is, taken uit een andere werkhoek mogen maken. Vertel ook dat ze dergelijke taken mogen opvragen om thuis aan te werken.

    voorbeeld organiseren van werkhoeken

    Download de Flash Player om dit filmpje te zien.

    Voor een groep met laaggeschoolde cursisten is het aangewezen om de instructies van één taak in detail samen te bekijken. Hoe zit de taak in elkaar? Waar staat wat je moet doen? Waar vind je de nodige informatie?

    voorbeeld instructies bij laaggeschoolden

    Download de Flash Player om dit filmpje te zien.

    Je kunt ervoor kiezen om bepaalde taken in duo's, individueel of in de subgroep te laten afwerken. In elk geval start je de werkhoek best met een duo-taak. Bij oneven groepen laat je de keuze aan de cursist: aansluiten bij een duo of individueel werken.

    Bij elke taak kun je opgeven of het om een individuele taak, een duo-taak of een groepstaak gaat of die keuze aan de cursisten laten. Als de taak moeilijk is, zullen de cursisten immers toch te rade gaan bij elkaar. De start van de maatwerkhoeken verloopt het vlotst als je de cursisten met een duo-taak laat beginnen.

  2. Ondersteuning tijdens de werkhoekensessie

    Maak een snelle ronde om te kijken of iedereen kan starten met de taken. Als iedereen gestart is, vervolg je de ronde. Ondersteun waar nodig en signaleer problemen en vragen. Met die informatie kun je nieuwe opdrachten samenstellen voor een volgende maatwerkronde. Gaandeweg krijg je een beter zicht op problemen, leerstijlen en specifieke moeilijkheden van cursisten. Daar kun je dan ook in het gewone programma aandacht aan besteden.

    • Help de cursisten om de rol te bewaken. Bespreek de rolkeuze wanneer die niet blijkt te kloppen met de verwachtingen. Illustreert de rol opnieuw, wanneer die niet duidelijk is voor de cursist.
    • Registreer nieuwe leervragen van cursisten.
    • Verwijs ‘snelle’ cursisten naar een andere werkhoek (bijvoorbeeld de tweede optie van de cursist) waar ze extra leestaken kunnen kiezen en individueel oplossen.
    • Bewaak de tijd en geef tijdig aan dat men in de werkhoeken moet afronden.

    Tijdens de maatwerkhoeken heb je niet meer de rol van de docent die voor de klas staat en het lesverloop controleert. Je bent de begeleider die ondersteunend tussenkomt en veel in handen laat van de cursisten zelf. Ondersteun de cursisten alleen wanneer ze dreigen vast te lopen. Bijvoorbeeld bij:

    • De taakuitvoering: weten de cursisten hoe ze de taak gaan aanpakken? Welke werkwijze gaan ze volgen? Hoe gaan ze best te werk?
    • Het begrijpen van de instructie bij een taak. Weten de cursisten wat ze moeten doen? Wat moeten ze eerst doen? Wat daarna?
    • Het begrijpen van woorden en begrippen: wat denken jullie dat dit woord betekent? Kennen jullie een woord dat hier op lijkt? Vaak hebben dit soort momenten van ‘betekenisonderhandeling’ een heel sterk leerpotentieel.
    • Het bewaken van de rol: werkt de cursist binnen zijn rolkeuze? Zijn er geen misverstanden met betrekking tot de inhoud van een bepaalde rol? Is dit wat de cursist wil doen?
    • De reflectie over leerproces: wat heb je geleerd? Ging het goed? Wat vind je nog moeilijk? Wil je nog meer van dit soort oefeningen?
    • De reflectie op de transfer naar het dagelijkse leven: hoe kun je dit gebruiken? Heb je dit ook al in het echt moeten doen?

    voorbeeld ondersteuning van cursisten

    Download de Flash Player om dit filmpje te zien.

    Omdat je niet voortdurend in elk groepje kan ondersteunen, zijn de cursisten meer op elkaar aangewezen. Ook in een beginnersgroep leidt dat tot weliswaar beperkte, maar toch belangrijke interactie tussen de cursisten onderling. Door de motiverende kracht van de taken binnen een rolkeuze die de cursisten in een groepje delen, is de drang om samen tot een oplossing te komen wellicht groter en minder vrijblijvend.

    voorbeeld interactie tussen cursisten

    Download de Flash Player om dit filmpje te zien.

  3. Evaluatie

    De taken die individueel of per twee worden opgelost, kun je tijdens de ronde langs de maatwerkhoeken of later nakijken en verbeteren.

    Bespreek de groepstaken eventueel kort klassikaal. Op die manier krijgen de cursisten een idee van wat er in andere werkhoeken (rollen) aan bod komt. Dit geeft de cursisten met een onduidelijke rolkeuze een beter beeld van wat er mogelijk is en wat ze zouden kunnen leren. Houd de bespreking wel beperkt en treedt niet te veel in detail. Bijvoorbeeld:

    Welk probleem moesten jullie oplossen? Welke oplossing hebben jullie gevonden? Vond iedereen dit een goede oplossing?

  4. Registratie

    Laat de cursisten de neerslag van hun taken in een map verzamelen. Leg uit dat ze dit materiaal thuis of op latere momenten in de cursus kunnen nalezen of gebruiken.

    Vraag de cursisten de taken waaraan ze hebben gewerkt aan te duiden op het registratieblad voor de cursist. Leg de werkwijze uit: de cursist kijkt naar de icoontjes op de taken die hij gemaakt heeft en zet een kruisje of de datum in de passende kolom op het registratieblad. Het registratieblad komt vooraan in de map van de cursist. Op die manier vormen het registratieblad en de verzamelde taken een logboek van het werk in de maatwerkhoeken.

    Op het registratieblad voor de lesgever kun je de namen registreren van de personen die binnen een rol aan een bepaald doel hebben gewerkt. Als je grote lacunes vaststelt, bijvoorbeeld doelen die nooit in bepaalde werkhoeken aan bod komen, kun je daar rekening mee houden bij de keuze van taken voor de volgende sessie.

    Je kunt het overzicht ook gebruiken voor tussentijdse evaluatiegesprekken met de cursist. Het werken in de maatwerkhoeken zorgt er immers voor dat cursisten meer reflecteren over wat ze leren en op welke manier ze dat (willen) doen. Ze krijgen met andere woorden meer vat op hun leervragen en leerproces.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties