De Pasvorm beschikt over eigen praktijkcentra, eigen bedrijfjes waarin de deelnemer in een 'beschermde omgeving' competenties die nodig zijn voor het functioneren op de arbeidsmarkt kan ontwikkelen. Zo is er een lunchroom, een winkel, een groenbedrijf, een praktijkcentrum voor facilitaire dienstverlening en zorg, een praktijkcentrum techniek en een productielijn.
De begeleiding gebeurt door praktijkinstructeurs die uit de verschillende sectoren van de arbeidsmarkt afkomstig zijn.
Belangrijkste onderdeel binnen het traject is een stageplek binnen een bedrijf of instelling. De deelnemer loopt 2 tot soms 6 dagdelen stage.
De trajectmanager is de schakel tussen de stage en school. Hij/zij bezoekt het bedrijf of de instelling gemiddeld 1 keer per twee weken en is altijd bereikbaar voor de begeleider binnen het bedrijf. Door die intensieve contacten kan hij vanuit de stage het leerproces binnen de opleiding sturen, hij vertaalt de leervragen naar de docenten en praktijkinstructeurs.
De scholingscomponent bestaat uit NT2, vaktaal, rekenen en kennis van het werkveld.
Aanpak van NT2:
Cursisten die instromen op een niveau lager dan A1 komen eerst in een programma 'Basistaal'. Dit duurt maximaal een half jaar en bestaat uit contacturen NT2, zelfstandig werken in een open leercentrum (OLC), buitenschoolse opdrachten en taalverwerving in de eigen praktijkcentra.
» Lees meer over het programma Basistaal
In het laatste deel van het basistaalprogramma begint de trajectmanager met het voorbereiden van de keuze voor een branche of sector op de arbeidsmarkt. Dit bepaalt tevens in welke branchetaalgroep een deelnemer na afloop van de basistaal (A1) wordt geplaatst en in welke richting een stageplek wordt gezocht.
Als de deelnemer start met het branchegerichte deel van het traject ziet het taalprogramma er weer anders uit. De OLC-tijd wordt 1,5 uur en buitenschools leren komt te vervallen. In het programma Branchetaal wordt gewerkt aan branchegerichte taal op de werkvloer.
» Lees meer over het programma Branchetaal
Vervolgens wordt er in groepen ingedeeld naar niveau gewerkt aan verbetering van algemene taalvaardigheid. Door het werken in de praktijkcentra en nu ook het lopen van stage vindt de taalverwerving vooral ook in de praktijk plaats. Het streefniveau is A2 of hoger.
Hier gaat het om het onderdeel maatschappijorientatie (zoals verplicht in de wet inburgering nieuwkomers). Momenteel spreekt men liever over burgerschapscompetenties.