Direct naar menu

Uitgangspunt 2: waarom werken vanuit rollen niet gelijk staat met rolbevestiging

De keuze om NT2-trajecten vanaf de start in te vullen vanuit rollen betekent niet dat je mensen slechts die taalvaardigheid moet aanleren die ze nodig hebben in hun huidige rol, bijvoorbeeld van opvoeder.

Het werken met rollen is veeleer een manier om duidelijker in kaart te brengen welke functioneringsdomeinen een cursist wel of niet aanspreken, in de plaats van uit te gaan van een grootste algemene deler van behoeftes die wel voor iedere anderstalige nuttig lijken maar uiteindelijk niemand echt op het lijf zijn geschreven.

Het is niet de bedoeling dat:

  1. anderstaligen enkel zouden kiezen voor een inkleuring vanuit die rol die op het ogenblik van de intake het meest voor de hand ligt;
    een moeder hoeft niet automatisch in een cursus gericht op opvoeding terecht te komen.

    Het is aan de intaker om samen met de cursist te bekijken welke ‘ingang’ de cursist het meeste aanspreekt; en dat kan zowel een functioneringsdomein zijn dat samenhangt met de rol waarin de cursist op het ogenblik van de intake vooral actief is, als een domein waarvoor zij/hij graag haar/zijn taalvaardigheid zou ontwikkelen. Bovendien kan een positieve leerervaring in een domein dat ‘rolbevestigend’ lijkt ook een aanzet zijn tot verder leren in een ander domein.

  2. een cursist doorheen heel zijn traject aan diezelfde rol 'gekluisterd' blijft;
    een cursist moet op geregelde tijdstippen zijn keuze kunnen aanvullen of bijsturen.

    Daarom zijn in Vlaanderen bijvoorbeeld de trajecten tot A1 of A2 in een aantal afzonderlijke modules opgedeeld, zodat de cursisten regelmatig hun traject kunnen bijsturen.

    Idealiter zouden cursisten in de mogelijkheid moeten zijn om verschillende rollen te combineren in hun traject.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties