Direct naar menu

Voorbeeld 2: Stamgroepen van cursisten met vergelijkbaar taalvaardigheidsniveau

Stamgroep

De stamgroepen worden gevormd door cursisten met een vergelijkbaar taalvaardigheidsniveau: echte beginners, semi-beginners, gevorderen. De cursisten krijgen 12 uur per week les, verdeeld over 4 dagen. Omdat er onvoldoende cursisten zijn om de stamgroepen per rol óók nog homogeen samen te stellen wat betreft rollen en moedertalen, zitten in elke stamgroep mensen met verschillende rollen en moedertalen.

Elke cursist legt een Europees taalportfolio aan. (Voor meer uitleg over taalportfolio zie ook:  Werken met een portfolio en vormgeven.)

Aanbod

Het aanbod ziet er als volgt uit:
  1. Stamgroep

    Elke lesdag begint met twee uren in de stamgroep. Er wordt aan de hand van een standaard methode/leergang gewerkt aan de ontwikkeling van de taalvaardigheid in het Nederlands.

  2. Modules
    Na de bijeenkomst in de stamgroep gaan de cursisten naar hun eigen modules. Er worden verschillende modules aangeboden, verspreid over de week. Daarnaast is er het Open leercentrum, waar cursisten tussen de lessen door zelfstandig kunnen werken aan opdrachten die voortkomen uit de stamgroep of uit de modules.

    Het moduleaanbod bestaat uit:

    • Modules gericht op specifieke rollen: opvoeding, werk, etc.
    • Modules gericht op specifieke vaardigheden: lezen, formulieren invullen, converstatielessen, luisteren naar radio en televisie.
    • Modules gericht op kennis van de wereld: over opvoeding, over werkgelegenheid, over studeren in Nederland, over geschiedenis van Nederland. Sommige modules worden ook in de moedertalen van cursisten of in een contacttaal aangeboden
    • Modules gericht op specifieke aspecten van taalvaardigheid: uitspraak, spellen, zinsbouw.

    Omdat er 8 uren besteed worden in de stamgroepen, kan elke cursist nog 4 modules kiezen.

  3. Portfolio

    Het portfolio neemt binnen dit organisatiemodel een prominente rol in. Het portfolio is de rode draad, die moet voorkomen dat cursisten en begeleiders het spoor bijster raken. Aan de hand van het portfolio wordt duidelijk (dankzij de checklists) waar een deelnemer aan moet werken en wat als verworven beschouwd kan worden. In het portfolio worden de vorderingen vastgelegd, afspraken genoteerd etc.

    Toetsing vindt plaats via het portfolio. Daarin zitten de bewijzen van wat de cursist heeft geleerd, en van wat hij daarmee doet.

De kracht van deze organisatievorm

Centraal staat een cursus Nederlands die aansluit bij het niveau en de behoeftes van de leerders. Daarnaast krijgen de cursisten de gelegenheid zich te bekwamen in kennis en vaardigheden die direct relevant zijn voor hun eigen rol in de samenleving.

Cursisten krijgen te maken met meerdere docenten. Docenten kunnen zich specialiseren.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVragenOpmerkingen en reacties
.