De babbeldoos - uitgebreide toelichting
Het schoolopbouwwerk in Maasmechelen (B) ontwikkelde samen met het plaatselijke jeugd- en buurtwerk, de bibliotheek en vier basisscholen De Babbeldoos: 60 spelactiviteiten om allochtone kinderen met taalachterstand voor het Nederlands te stimuleren die taal beter te begrijpen en te gebruiken.
School en omgevingAanleiding voor het project
Doelstellingen
Doelgroep
Opzet
Uitvoering
Middelen
Resultaten
Fanmail
School en omgeving
Als ex-mijngemeente is Maasmechelen één van de kansarmere gemeenten van Vlaanderen. De gemeente telt 35.000 à 36.000 inwoners, waarvan iets meer dan één op de vijf een andere dan de Belgische nationaliteit heeft. Vroeger bood de steenkoolmijn voldoende werkgelegenheid. Toen de mijn eind jaren '80 sloot, viel Maasmechelen in een economisch en maatschappelijk gat. Voor de mijnwerkers bleef er bitter weinig over op de arbeidsmarkt. In tegenstelling tot andere mijngebieden telde Maasmechelen namelijk geen grote nevenindustrie.
De werkloosheid in Maasmechelen nam de laatste jaren wel af, maar eind 1999 was de werkloosheidsgraad er nog 14%. Het gemiddeld inkomen is het laagst van alle Limburgse gemeenten en één van de laagste in Vlaanderen. Bovendien bestaat bijna 12% van het woningenbestand in Maasmechelen uit sociale huurwoningen of -appartementen. Wie erin slaagt zijn positie te verbeteren, verlaat vaak de wijk en vestigt zich elders. Daardoor komt ruimte vrij voor een nieuwe groep minder gegoeden en ontstaat een moeilijk te doorbreken cyclus. Dit komt ook tot uiting in het onderwijs. Veel leerlingen komen uit lage sociale klassen, vaak met beperkte bagage. Er zijn relatief veel zittenblijvers en spijbelaars en veel allochtone kinderen hebben taalachterstand.
Maar het is niet alleen kommer en kwel. In Maasmechelen wordt veel wijkonderzoek gedaan om zicht te krijgen op maatschappelijke uitsluitingsmechanismen en er ontstaat bestuurlijke en sociale vernieuwing. Er is een uitgebreid welzijnsaanbod om bewonersgroepen weerbaarder en mondiger te maken en hun deelname aan het maatschappelijk leven te bevorderen. Lokale overheidsdiensten leggen contacten met (groepen van) bewoners via de inzet van wijkambtenaren, stadswachten en groendiensten. De motivatie om er wat aan te doen is groot. Maasmechelen werkt zich langzaam op uit een dal.
Wat was de aanleiding voor het project de Babbeldoos?
Jeugd- en buurtwerk in Maasmechelen stelde vast dat veel van de, veelal allochtone, kinderen die zij opvangen nauwelijks de uitleg bij een spel begrijpen. Vaak kunnen ze ook niet goed omgaan met spel- en knutselmateriaal. Schoolopbouwwerk Maasmechelen wilde daar wat aan doen en besloot een spelpakket te ontwikkelen dat de spontane taalontwikkeling bij kinderen bevordert. Dit idee steunt op twee principes:- Een kind verwerft taal vooral via interactie, maar in de Vlaamse scholen komen momenten van interactief leren weinig voor. Ook weerhoudt de formele klassituatie veel kinderen ervan vragen te stellen, spontaan hun eigen verhaal te vertellen of te experimenteren met taal.
- Voor kinderen die het Nederlands niet goed beheersen, is een volledige schooldag al een hele dobber. Extra taallessen bieden daarom geen oplossing voor taalachterstand. Speelsheid is het motto.
Omdat tweedetaalverwerving een zekere expertise vereist, werden twee organisaties gevraagd om samen met de initiatiefnemers een stuurgroep te vormen. Dat zijn het project Onderwijsvoorrangsgebiedenbeleid Limburg (OVGB) en het Steunpunt Nederlands als Tweede Taal (NT2) van de Katholieke Universiteit Leuven.
Aan de realisatie van de Babbeldoos gingen twee experimenteerjaren vooraf met kinderen van zes tot acht jaar oud uit kansarme wijken van Maasmechelen. Het eerste jaar werden tien spellen uit een aantal thema's (zoals 'mijn buurt', 'sprookjes' 'voeding' en 'kunst') uitgetest door een groep allochtone kinderen met taalachterstand voor Nederlands en een groep autochtone kinderen met leermoeilijkheden. Het tweede jaar testte een bredere groep van zes- tot twaalfjarigen vijf thema's uit. De spelactiviteiten werden opgenomen op video, zodat de begeleiders taalkundige en didactische feedback konden geven.
Doelstelling
De hoofddoelstelling van het project de Babbeldoos is via spel talige interactie uit te lokken bij kinderen, zonder dat zij bewust met taal bezig zijn. De begeleiders willen met het spellenpakket vooral de passieve woordenschat van de kinderen uitbreiden. Ook willen ze de ervaringen van het project terugkoppelen naar de scholen en de didactische vaardigheden en attitudes van de leerkracht in de klas. Leerkrachten kunnen de taalvaardigheid die kinderen in hun vrije tijd opbouwen, integreren in de klas en koppelen aan de algemene voorwaarden voor taalverwerving. Daarnaast wil men via het project de interactie tussen school en ouders verbeteren.Doelgroep
Het project richt zich in de eerste plaats tot allochtone kinderen van zes tot acht jaar met taalachterstand voor Nederlands. Een secundaire doelgroep zijn hun ouders en leerkrachten.Opzet
Momenteel omvat de Babbeldoos 60 spelactiviteiten die taalzwakke kinderen tot meer spontane talige interactie moeten brengen. Voorbeelden van die activiteiten zijn: het spelen van een bordspel, het maken van een kijkdoos, een fotozoektocht, een telefoonspel, een bezoek aan en bejaardentehuis, enz. De spelactiviteiten vinden plaats buiten de school(uren). Ze zijn motiverend, gevarieerd en vallen uiteen in een tiental thema's, zoals 'mijn buurt', 'sprookjes' 'voeding' en 'kunst'. Leerkrachten van plaatselijke basisscholen en de ouders van de kinderen worden actief bij het project betrokken. De leerkrachten krijgen informatie over de activiteiten waar de kinderen aan deelnemen en evalueren ze achteraf mee.De spelactiviteiten vinden plaats in spellokalen. Met 60 activiteiten verdeeld over twee keer een uur per week en drie weken per maand zijn kinderen, ouders en leerkrachten twee volle schooljaren met het project bezig. Een medewerker van het Schoolopbouwwerk treedt op als coördinator van het project.
Uitvoering
De activiteiten van de Babbeldoos vinden plaats in spellokalen en vallen uiteen in een vijftal momenten:- Een spectaculaire startactiviteit in een niet-alledaagse omgeving (woonboot, afvalverwerkingsoven) motiveert de kinderen om mee te doen en te blijven komen.
- Een voorleesmoment confronteert de kinderen met gesproken én geschreven taal en leert ze genieten van boeken en verhalen.
- Gezelschapsspelletjes zorgen ervoor dat kinderen beter samen spelen, zich aan spelregels leren houden en leren overleggen.
- Een knutselmoment stimuleert kinderen om te verwoorden waar ze mee bezig zijn, wat leidt tot spontaan taalgebruik onderling.
- Oudermomenten, waarin zowel ouders als leerkrachten bij de activiteiten aanwezig zijn, geven de ouders een beeld wat er gebeurt en de kinderen het signaal dat hun ouders dit belangrijk vinden. Bovendien communiceren leerkrachten en ouders daarin met elkaar in een niet-schoolse context.
De kinderen moeten deze momenten ervaren als spelactiviteiten en niet zozeer als taalactiviteiten. Het is belangrijk dat er een leuke sfeer ontstaat. Zaken als speciale uitnodigingen, decoratie van het lokaal, een hartelijke ontvangst van de ouders en presentatie van de eindproducten dragen daar toe bij.
Op school integreren de leerkrachten de spelactiviteiten in hun klas. Ze laten bijvoorbeeld leerlingen erover vertellen in kringmomenten, koppelen een milieuproject aan het bezoek aan de afvalverwerking of maken met de hele klas een zelfde stokpop als tijdens het speeluur.
De leerkrachten informeren tijdens teamoverleg ook hun collega's
over de spelactiviteiten en vertellen wat ze zelf hebben toegevoegd
in de klas.
Middelen
MateriaalHet totale spelpakket bevat het 'Activiteitenboek Babbeldoos. Spelen met talige accenten', uitgegeven bij Garant, een lottospel en twee spelborden.
Het boek kost 880 fr. (fl. 48,-), het lottospel en spelborden kosten 1.420 fr. (fl. 77,-).
Bestelwijze
Uitgeverij Garant
Somersstraat 13-15
2018 Antwerpen
België
Telefoon: +32 (3) 231 29 00
Fax: +32 (3) 233 26 59
e-mail: uitgeverij@garant.be
website: http://www.garant.be
Personeels- en tijdsbesteding
Elk thema valt uiteen in zes bijeenkomsten. De kinderen komen
twee keer per week samen, telkens een uur. Voor de begeleiders
komen daar voorbereiding en evaluatie bij. Elk thema beslaat een
maand en met de 60 activiteiten duurt het project dan twee volle
schooljaren. De follow-up in de klas kan zonder extra tijdbesteding
worden geïntegreerd in het gewone lesprogramma. Overleg tussen
leerkrachten en coördinator gebeurt tijdens de schooltijd.
Om dit project te realiseren zijn de volgende voorbereidingen nodig:
- voorzien in samenwerking met en coördinatie door het schoolopbouw-, buurt- of jeugdwerk;
- briefings organiseren voor leerkrachten (en directies);
- kinderen selecteren voor deelname aan de spelactiviteiten;
- ouders informeren;
- regelmatig briefings en feedbackmomenten plannen op school.
Financiën
Aan dit project zijn geen extra personeelskosten verbonden,
omdat het gedragen wordt door meerdere diensten. Extra middelen
kwamen er wel van het Sociaal
Impuls Fonds (SIF). OVGB Limburg betaalde de publicatie
van het materiaal.
Wie nu in het project stapt, moet vooral investeren in het
spelmateriaal. Bijkomende kosten zijn er in de motivatiefase, het
eerste moment van elke activiteit, want bezoekjes aan een bioscoop
of schaatsbaan zijn nu eenmaal niet gratis.
Resultaten
Voor het kindDe deelnemende kinderen zijn erg gemotiveerd en ervaren de activiteiten niet als taallessen. Ze komen vrijwel altijd en praten ook vaak over de Babbeldoos in de klas. Ze willen het goede gevoel dat de spelactiviteiten hen geven met klasgenootjes en leerkrachten delen. Doordat de kinderen dingen doen waar ze thuis niet de kans toe hebben, verbreden ze hun horizon. Dat geeft hen het gevoel er nu meer bij te horen. Dit competentiegevoel bepaalt sterk hun houding tegenover nieuwe dingen, ook in de klas. Ouders en leerkrachten zijn het erover eens dat de kinderen zelfverzekerder worden, makkelijker communiceren en beter samenwerken.
Het project breidt zich uit. Momenteel nemen dertig kinderen uit acht verschillende basisscholen aan de spelactiviteiten deel. De scholen willen graag nog meer taalzwakke leerlingen doorsturen. Ook jeugd- en buurtwerk uit Maasmechelen en omgeving staan te trappelen om de Babbeldoos in huis te halen.
Voor de leerkracht
De leerkrachten en begeleiders krijgen een beter inzicht in de
problematiek van anderstalige kinderen en verbeteren daardoor hun
interactie met hen. Omdat de leerkrachten weten wat de kinderen
tijdens de spelmiddag hebben gedaan, is het gemakkelijker een
opening te vinden om met hen te praten. De leerkrachten worden
spontaan nieuwsgierig naar wat de kinderen doen en dat is een
belangrijke voorwaarde voor spontane interactie. Doordat
leerkrachten hun schoolse houding doorbreken, krijgen ze meer
voeling met de didactische vaardigheden die het onderwijsvoorrangsbeleid van hen
vraagt.
Fanmail
- Koen Van Gorp (coördinator basisonderwijs Steunpunt NT2 - KULeuven):
"De laatste tijd is er een tendens merkbaar om de buitenschoolse opvang van kinderen en hun vrijetijdsbesteding steeds schoolser in te kleuren. De Babbeldoos gaat daar tegenin. Het project doet op speelse wijze aan taalstimulering en het maakt van de interesse, de motivatie en het welbevinden van kinderen een hoeksteen. Kinderen vinden daardoor misschien ook dat stukje leergierigheid terug dat ze zo snel op school verliezen.
Een ander pluspunt van de Babbeldoos is zijn brugfunctie. Doordat leerkrachten en directie vanaf het begin worden betrokken bij de activiteiten, is de kans op kruisbestuiving groot. De leerkrachten doen leuke ideeën op voor hun eigen klaspraktijk; de leerlingen nemen hun ervaringen mee naar school en naar huis; de schoolopbouwwerker haalt nauwere banden aan met het schoolteam en dat vindt op zijn beurt een link naar de ouders.
Ten slotte heeft dit materiaal de test van de praktijk doorstaan en is het klaar om zowel in Vlaanderen als in Nederland zijn weg te vinden. Het kan zeker inspelen op een grote behoefte in het onderwijs- en schoolopbouwbeleid. De Babbeldoos kan leerkrachten, kinderwerkers en zelfs ouders inspireren om de (taal)ontwikkeling van kinderen speels en efficiënt te bevorderen."
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
