De prijs voor het jaar 2001 gaat naar een project voor het basisonderwijs. Drieëntwintig scholen hebben zich aangemeld.
De jury is bijzonder verheugd dat in het basisonderwijs zulke kwalitatief hoogstaande taalprojecten worden ontwikkeld. Een groot aantal projecten richt zich op leesbevordering. Ook de integratie van het spelelement in het taalonderwijs valt op bij veel projecten.
Hoewel niet alle projecten even innovatief zijn, waren het enthousiasme en de inzet van schoolteams om het onderwijs van en in het Nederlands een nieuwe stimulans te geven overduidelijk. De genomineerden:
De babbeldoos
Taal en beleving - spel ter bevordering van taalgebruik
Peer tutoring in de lagere school
Basproject
De boekenbende aan huis
Conclusie
De jury
Prijsuitreiking
De babbeldoos
Hoe stimuleer je allochtone kinderen binnen en buiten de school om het Nederlands te begrijpen en te gebruiken? Schoolopbouwwerk Maasmechelen (B) ontwikkelde 60 spelactiviteiten, samen met het plaatselijke jeugd- en buurtwerk, de bibliotheek en vier basisscholen.De Babbeldoos omvat 60 spelactiviteiten die taalzwakke kinderen tot meer spontane talige interactie moeten brengen. Voorbeelden van die activiteiten zijn: het spelen van een bordspel, het maken van een kijkdoos, een fotozoektocht, een telefoonspel, een bezoek aan een bejaardentehuis, enz. De motiverende en gevarieerde spelactiviteiten vinden plaats buiten de school(uren). Ze zijn gegroepeerd in een tiental thema's, zoals 'mijn buurt', 'sprookjes', 'voeding' en 'kunst'. Met 60 activiteiten verdeeld over twee keer één uur per week en drie weken per maand zijn kinderen, ouders en leerkrachten twee volle schooljaren met het project bezig. Een medewerker van het Schoolopbouwwerk treedt op als coördinator van het project.
De activiteiten van De Babbeldoos zijn onder te verdelen in een vijftal momenten. Er is een spectaculaire startactiviteit in een niet-alledaagse omgeving (woonboot, afvalverwerkingsoven) die de kinderen motiveert om mee te doen en te blijven komen. Een voorleesmoment confronteert de kinderen met gesproken én geschreven taal en leert ze genieten van boeken en verhalen. Gezelschapsspelletjes zorgen ervoor dat kinderen beter samen spelen, zich aan spelregels leren houden en leren overleggen. Een knutselmoment stimuleert kinderen om te verwoorden waar ze mee bezig zijn, wat leidt tot spontaan taalgebruik onderling.
De kinderen moeten deze momenten ervaren als spelactiviteiten en niet zozeer als taalactiviteiten. Het is belangrijk dat er een leuke sfeer ontstaat. Zaken als speciale uitnodigingen, decoratie van het lokaal, een hartelijke ontvangst van de ouders en presentatie van de eindproducten dragen daartoe bij.
Leerkrachten van plaatselijke basisscholen worden actief bij het project betrokken. Op school integreren ze de spelactiviteiten in hun klas. Ze laten leerlingen erover vertellen in kringmomenten, koppelen een milieuproject aan het bezoek aan de afvalverwerking of maken met de hele klas eenzelfde stokpop als tijdens het speeluur. De leerkrachten informeren tijdens teamoverleg ook hun collega's over de spelactiviteiten en vertellen wat ze zelf hebben toegevoegd in de klas.
Ook de ouders worden bij het project betrokken. Oudermomenten, waarop zowel ouders als leerkrachten bij de activiteiten aanwezig zijn, geven de ouders een beeld van wat er gebeurt. De kinderen krijgen het signaal dat hun ouders dit belangrijk vinden. Bovendien communiceren leerkrachten en ouders met elkaar in een niet-schoolse context.
De jury is het erover eens dat 'De Babbeldoos' een bijzonder sterk project is dat het taalgebruik van kinderen via spel en interactie effectief verbetert. De kinderen groeien in hun competentiegevoel, ze worden zelfverzekerder en krijgen de kans dingen te doen waartoe ze normaal gezien nooit de kans zouden krijgen. Maar bovenal zijn de kinderen heel enthousiast en zijn ze zonder het zelf te beseffen heel actief met taal bezig. De jury apprecieert het feit dat men streeft naar blijvende effecten op het functioneren van kinderen binnen de klas en de vergroting van de taalvaardigheid en het zelfvertrouwen en is van mening dat het project deze doelstellingen ook bereikt.
Taal en beleving
Hoe leer je schuchtere, taalzwakke of niet-Nederlandstalige kinderen op een speelse manier omgaan met gesproken taal? De Knotwilg, een 'zwarte school' in de Amsterdamse Bijlmer (NL) ontwikkelde een taal-dramamethode.Groepsleerkrachten worden in staat gesteld dramatische werkvormen in hun (taal)onderwijs te gebruiken. Een van de leerkrachten volgde een opleiding tot dramadocent en gaf drie jaar lessen in het bijzijn van de vaste leerkrachten, die op die manier ook werden geschoold. Na deze drie jaar en nog een aantal cursorische bijeenkomsten 'drama' voelde elke leerkracht zich voldoende geschoold om ook drama te geven.
De dramadocent ontwikkelde wekelijks een lessenreeks voor de groepen 3 tot en met 8 (klas 1 tot en met 6). De drama-activiteiten kwamen voor een deel voort uit de lesstof of spelopdrachten van de gebruikte taalmethode. In andere gevallen stond de ontwikkeling van sociale vaardigheden voorop en inspireerden (lees)boeken tot spelopdrachten. Ook deden groepsleerkrachten verzoeken om een bepaalde les van de week in dramavorm te gieten. Voor zover scenario's niet voortvloeiden uit de taallessen, bedacht de leerkracht drama die zelf. Zo groeide in drie jaar tijd een 'doe-boek' voor taal-drama-activiteiten in de klas, dat voor en in de praktijk werd gemaakt in nauwe samenspraak met leerkrachten. De taal-dramalessen staan bondig beschreven in het boek Taal en Beleving - spel ter bevordering van taalgebruik, met lesbeschrijvingen voor de leerkracht en leskaarten voor de leerlingen.
Kinderen en leerkrachten zijn vertrouwd met de speelse, maar gestructureerde werkwijze, waardoor iedereen snel aan de slag kan. Na een korte uitleg en zo nodig voorbereiding in kleine groepjes of wat bedenktijd om over een rol na te denken al dan niet met een rustig 'denkmuziekje' op de achtergrond volgt de presentatie aan de klas.
De jury is van mening dat het project 'Taal en beleving - spel ter bevordering van taalgebruik' een goed voorbeeld is van hoe de spreek- en luistervaardigheid van kinderen kan worden verbeterd. Via de dramamethode worden kinderen taalvaardiger en communicatief zelfverzekerder. Het project verbetert de sociale competentie van kinderen uit zwakkere milieus en geeft hun zo meer vertrouwen in hun taalgebruik. Het is een speelse en uitnodigende manier om met gesproken taal bezig te zijn. Het project is goed geïmplementeerd binnen de school, drama maakt inmiddels integraal deel uit van het taalonderwijs op De Knotwilg. Het project is ook gemakkelijk overdraagbaar op andere scholen.
Peer tutoring
Hoe bevorder je leesplezier en verhoog je het niveau van begrijpende leesvaardigheid? Op de Gesubsidieerde Vrije Basisschool in Zulte (B) helpen leerlingen uit het vijfde leerjaar (groep 7) op een gestructureerde manier de kinderen uit het tweede leerjaar (groep 3) bij het lezen.In het project worden leerlingen uit de tweede klas bij het begrijpend lezen in een één-op-één situatie begeleid door leerlingen uit de vijfde klas. Voordat de tutoren daadwerkelijk beginnen met samen lezen, geeft de leerkracht hun een noodzakelijke begintraining van zes lessen. Daarin maken ze kennis met het programma en worden ze voorbereid op hun rol als tutor. In deze klassikale training komen vooral sociale, communicatieve, pedagogisch-didactische en administratieve vaardigheden aan bod. De tutoren leren tevens een aantal strategieën voor begrijpend lezen, zoals: voorkennis activeren, voorspellen, hoofdzaken onderscheiden, woordenschat uitbreiden, controleren van begrip, leesattitudes, emotionele ontwikkeling en sociale vaardigheden. Bij iedere strategie hoort een opdrachtkaart, waarmee de leerlingen stapsgewijs één strategie volgen. De koppels blijven in principe gedurende het hele schooljaar bij elkaar. De keuze van de koppels wordt gebaseerd op een aantal criteria. Zo wordt een goed lezende tutor gekoppeld aan een goed lezende leerling en een zwak lezende tutor aan een zwakke lezer. Daarnaast wordt bekeken of kinderen op basis van persoonlijkheid en karakter bij elkaar passen. Tegelijk wordt gestreefd naar een zekere overwicht van de tutor op de leerling. Gedurende het hele schooljaar lezen de koppels samen in een tutorles van ongeveer 25 minuten. Het streefdoel is 2 x 25 minuten per week. Tijdens de ene tutorleestijd lezen alle koppels dezelfde tekst of verhaal, waaraan opdrachten verbonden zijn. In de andere tutorleestijd lezen de koppels uit zelf gekozen boekjes uit de school- of klasbibliotheek.
Elke tutorles wordt door de betrokken leerkracht nabesproken met de leerlingen uit het vijfde leerjaar. Daarbij gaat de aandacht uit naar de evaluatie van de begrijpend-lezenstrategie en naar de controle van de sociale, pedagogische en didactische tutorvaardigheden.
De jury is van mening dat het project 'Peer tutoring in de lagere school' een extra dimensie toevoegt aan begrijpend lezen. De inbreng van het interactieve element, waarbij kinderen in goede onderlinge interactie met de juiste toepassing van leesstrategieën werken, maakt dit project zo innovatief. Het enthousiasme dat deze manier van werken bij de kinderen oproept, bevordert duidelijk het leesplezier en draagt dus in belangrijke mate bij tot een beter taalonderwijs. De jury is dan ook opgetogen over de doeltreffendheid van het project en het bereikte resultaat.
Basproject
Hoe stimuleer je de taalontwikkeling van peuters en kleuters en het (voor)lezen? De Werkgroep Onderwijsvoorrang Staphorst (NL) ontwikkelde een reeks thematische prentenboeken voor ouders en leerkrachten, met een handleiding, concrete adviezen, praatplaten en tips voor speelse taalactiviteiten voor jonge kinderen.Met het Basproject wil de werkgroep de Nederlandse woordenschat en taalvaardigheid van jonge kinderen stimuleren en het (voor)lezen thuis en op school bevorderen. Omdat het wenselijk is daar zo vroeg mogelijk mee te beginnen, is daarbij de ondersteuning van ouders van groot belang. Het eerste streven van de werkgroep is dan ook ouders en verzorgers te motiveren en te enthousiasmeren. De tweede doelstelling is het aanreiken van aantrekkelijke prentenboeken om op speelse wijze de uitbreiding van de woordenschat te stimuleren. De boeken sluiten aan bij de leefwereld en opeenvolgende ontwikkelingsfasen van jonge kinderen. De thema's lenen zich voor gevarieerde taalactiviteiten.
In de meeste prentenboeken speelt de fantasiewereld van het jonge kind een belangrijke rol. In de 'Basreeks' is gekozen voor een aantrekkelijke weergave van de dagelijkse belevingswereld van Bas, een gewoon jongetje. De Basboeken zijn bedoeld voor opeenvolgende leeftijdsgroepen. Het spelen met woorden en begrippen vergroot het effect. Suggesties daarvoor staan in een handleiding voor ouders, begeleiders en onderwijzend personeel.
De scholen en peuterspeelzalen organiseren ontmoetingsmomenten voor de ouders. Daar krijgen ze uitleg over de manier waarop taalontwikkeling bevorderd kan worden en eenvoudige handreikingen voor taalactiviteiten die zij thuis met hun kinderen kunnen doen. Om ouders van jonge kinderen te interesseren voor het Basproject spelen in Staphorst ook kerkelijke en maatschappelijke instanties een bemiddelende rol.
De jury is van mening dat het Basproject, door het samenbrengen van 'wat op school gebeurt' en 'wat thuis gebeurt', op innovatieve wijze met taalonderwijs omgaat. Door deze aanpak wordt de taalontwikkeling thuis, in peuterspeelzalen en op school doeltreffend longitudinaal gestimuleerd. Het project wordt breed gedragen binnen de Staphorster gemeenschap: de scholen, de gemeente, de gezondheidszorg (voorlichting aan jonge ouders) en de kerkenraden zetten zich er eensgezind voor in. Tevens apprecieert de jury de aandacht voor de voorschoolse periode waardoor reeds op jonge leeftijd aan de taalvaardigheid van de kinderen wordt gewerkt.
De boekenbende aan huis
Hoe stimuleer je ouders om thuis voor te lezen? In het Brusselse Schaarbeek (B) gaan aspirant-leerkrachten met kinderboeken naar gezinnen om er voor te lezen aan vijf- tot zevenjarigen. Leerkrachten ondersteunen het project in hun klas en ouders doen mee.De Boekenbende Aan Huis is een gezamenlijk project van de Nederlandstalige Bibliotheek Schaarbeek en vzw Impuls-Brussel (schoolopbouwwerk), zes Schaarbeekse basisscholen, vier hogescholen, waaronder twee lerarenopleidingen (pabo's), en een school voor secundair (voortgezet) onderwijs. Het initiatief is inmiddels ook uitgebreid naar andere Brusselse gemeenten in samenwerking met de lokale bibliotheken en andere lokale partners. Een schoolopbouwwerker coördineert het project.
Twee keer per schooljaar, in het najaar en in het voorjaar, maken studenten in de lerarenopleidingen (pabo's) een keuze uit prentenboeken. De Nederlandstalige Bibliotheek bezorgt hun die boeken. Vervolgens gaan de studenten vijf weken lang, één uur per week, in het Nederlands vertellen of voorlezen in een gezin waar dat zelden of nooit gebeurt. Zij doen dit vrijwillig en als onderdeel van hun opleiding.
De leerkrachten van de basisscholen krijgen van de schoolopbouwwerker een lijst van de gezinnen waar wordt voorgelezen, wie er voorleest en welke boeken. Op die manier kunnen zij daarop inspelen in de klas, bijvoorbeeld tijdens het dagelijks kringgesprek met de leerlingen. Momenteel streeft men ernaar het contact tussen de leerkrachten en de studenten aan te scherpen, bijvoorbeeld door samen te werken rond een thema.
De ouders worden gestimuleerd om zelf naar de bibliotheek te stappen en hun kinderen boeken voor te lezen: in het Nederlands maar ook in hun eigen taal. Tijdens informele gesprekken met de student krijgen zij ook impulsen om in te gaan op het Nederlandstalige vrijetijdsaanbod voor kinderen en volwassenen zoals jeugdclubs en sportverenigingen.
De jury is van mening dat het project 'De Boekenbende aan huis' een goed voorbeeld is van het concept 'brede school'. Het samenwerkingsmodel (school, opbouwwerk, bibliotheek, gezin) is heel sterk en innovatief. Tevens apprecieert de jury de visie op het Nederlands in Brussel en het belang van de 'knuffelwaarde' van een taal. De jury meent dat het project voor de deelnemende kinderen een grote opbrengst heeft in talig opzicht, en wat betreft aandacht en emotionele binding met de taal. Het ondersteunt in belangrijke mate de verwerving van het Nederlands. De jury meent ook dat het project een voortrekkersrol kan spelen in het samenbrengen van de lerarenopleiding en de praktijk uit het basisonderwijs. Voor de studenten geeft het voorlezen bovendien een groot aantal leerervaringen in algemeen, intercultureel en didactisch opzicht.
Conclusie
De jury is bijzonder onder de indruk van de vijf genomineerde projecten en heeft dan ook geen gemakkelijke taak gehad bij het kiezen van een winnaar. De Taalunie Onderwijsprijs is nu eenmaal een Prijs en dus moest er wel een project als winnaar uitgekozen worden. De jury ziet bevestigd dat er veel goeds gebeurt rond het onderwijs van het Nederlands en hoopt dat de vijf genomineerde projecten een inspiratiebron kunnen zijn voor andere scholen.De
jury heeft uiteindelijk unaniem beslist de Taalunie Onderwijsprijs toe
te kennen aan het project De Babbeldoos van het Schoolopbouwwerk Maasmechelen.
Hij
apprecieert de brede opzet van het project, dat schoolse en buitenschoolse
activiteiten samenbrengt. Bijzonder goed vindt de jury dat op diverse
manieren aan de taalvaardigheid van kinderen wordt gewerkt, echter zonder
dat de kinderen het gevoel hebben expliciet met taalles bezig te zijn.
De jury waardeert het feit dat kinderen uit zwakkere sociale milieus op
een ongedwongen en informele wijze in contact worden gebracht met situaties
en mensen waarmee ze anders nooit in aanraking zouden komen, waardoor
de kloven in de leefwereld van deze kinderen overbrugd worden. De jury
was bovendien onder de indruk van het feit dat het project de verbetering
van de taalvaardigheid van de kinderen onderbrengt in spelactiviteiten
maar dat het tevens systematisch en theoretisch sterk onderbouwd is.
Jury
De jury van de Taalunie Onderwijsprijs 2001 bestond uit Vlaamse en Nederlandse deskundigen uit het (basis)onderwijs en werd voorgezeten door Fritz Spliethoff (voorzitter van het Platform Onderwijs Nederlands).In november 2000 kwam de jury bijeen om uit de inzendingen de vijf genomineerde projecten te kiezen. De jury hield bij de beoordeling van de projecten rekening met volgende criteria:
- innovatief karakter van het project
- doeltreffendheid van het project
- implementatie van het project binnen de school of groep scholen
- het bereikte resultaat
- overdraagbaarheid: de principes of uitwerkingen van het project moeten over te nemen zijn door andere scholen
- integratie van de projectactiviteiten in het reguliere onderwijs Nederlands.
Prijsuitreiking
De Taalunie Onderwijsprijs 2001 werd feestelijk uitgereikt tijdens de Nationale Onderwijstentoonstelling op 24 januari 2001. Tijdens die bijeenkomst werd bovendien een videofilm getoond waarmee alle genomineerde scholen en projecten zich konden presenteren.Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties