taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » onderwijsprijs »

Peer tutoring

Taalunie Onderwijsprijs 2001

Peer tutoring - uitgebreide toelichting


De Gesubsidieerde Vrije Basisschool in Zulte (B) wil begrijpende leesvaardigheid en leesplezier bevorderen met het project Peer Tutoring. Daarbij helpen leerlingen uit het vijfde leerjaar (groep 7) op een gestructureerde manier de kinderen uit het tweede leerjaar (groep 3) bij het lezen.

School en omgeving
Aanleiding voor het project
Doelstellingen
Doelgroep
Opzet
Uitvoering
Middelen
Resultaten
Fanmail


School en omgeving

Zulte is een redelijk grote plattelandsgemeente met een gedeelte industrie. Er is voldoende werkgelegenheid en er zijn praktisch geen migranten. De Gesubsidieerde Vrije (katholieke) Basisschool heeft 370 leerlingen, waaronder een aantal met specifieke leerproblemen.

De gesubsidieerde Vrije Basisschool in Zulte kreeg dit jaar opnieuw extra uren zorgverbreding toegekend voor twee schooljaren. Met dit in 1993 gestarte project wil de Vlaamse overheid (http://www.ond.vlaanderen.be/berichten/gelijkekansen.htm) een impuls geven aan het gewone basisonderwijs om de zorg voor kansarme kinderen te verbeteren. De school kreeg 30 extra uren die ze gedeeltelijk gebruikt voor differentiatie in de klas. Daarnaast besloot ze die extra tijd nadrukkelijk te besteden aan het leesonderwijs in hun school. En taalvaardigheid, en met name leesbevordering, gestructureerd aan te pakken om zowel zwakke als goede lezers op hun eigen niveau aan bod te laten komen.

De Gesubsidieerde Vrije Basisschool school wil zoveel mogelijk kinderen die specifieke zorg nodig hebben, onderwijs op maat bieden. Daartoe werkt ze ook samen met het buitengewoon (bijzonder) onderwijs. Die leent onder meer elke week twee leerkrachten uit om de kinderen en de leerkrachten van kleuter- en lager onderwijs te ondersteunen. Ook organiseren ze samen werkmiddagen, waarin leerkrachten uit Zulte en andere samenwerkende scholen met elkaar praten over de klaspraktijk, ideeën uitwisselen en materialen tonen.

Wat was de aanleiding voor het project Peer Tutoring?

De Vrije Basisschool constateerde dat het niet gemakkelijk is in Vlaanderen om in het huidige onderwijssysteem de klassieke onderwijsstructuur te doorbreken. Het leerstofjaarklassensysteem - met daaraan gekoppelde leerplannen, eindtermen en evaluatie - staat een efficiënt zorgbreed beleid in de weg. De school was daarom op zoek naar andere mogelijkheden om op een haalbare manier binnen het bestaande onderwijssysteem kansen te benutten.

Enkele leerkrachten stelden zich vervolgens enthousiast kandidaat voor het project 'Peer tutoring in de lagere school' bij de Vakgroep Onderwijskunde van de Universiteit Gent. Ondanks positieve resultaten in het buitenland, werd in Vlaanderen tot nog toe weinig gedaan met de mogelijkheden die peer tutoring biedt. Op school doen zich uiteraard wel vaker informele situaties voor waarin kinderen elkaar helpen, maar in de Vlaamse onderwijscultuur is het relatief nieuw om op een gestructureerde manier een tutorsysteem in te voeren, waarbij oudere kinderen een speciale training krijgen.

De leerkrachten en directie van de Vrije Basisschool stapten zeer gemotiveerd het project in. Ze hoeven hierbij het onderwijs niet af te stemmen op 'doorsnee' kinderen en willen met peer tutoring proberen een groep van verschillende kinderen onderwijs op maat te geven.

Doelstellingen

De belangrijkste doelstelling van het project peer tutoring is het bevorderen van de begrijpende leesvaardigheid van de leerlingen van het tweede en vijfde leerjaar. Tegelijkertijd wil de school een actieve en enthousiaste leeshouding bij deze kinderen uitlokken en een positieve leesattitude ontwikkelen. Het bevorderen van leesplezier acht ze ook voor de wat oudere leerlingen in het vijfde leerjaar van groot belang omdat kinderen op die leeftijd vaak de interesse voor boeken verliezen.

Een andere doelstelling is het vergroten van de interactie en de effectieve leertijd. Daarnaast wil het project sociale relaties tussen leerlingen vergroten doordat ze meer gericht zijn op samenwerking en zorg voor elkaar. Ook wil de school met het project het zelfbeeld van de leerlingen positief beïnvloeden en als school kennis en ervaring verwerven om aan kwaliteitsverbetering te werken.

Doelgroepen

In het project staat de samenwerking tussen de verschillende doelgroepen centraal:

Er is gekozen voor een klasoverschrijdende vorm van peer tutoring waarin oudere leerlingen (tutors), jongere leerlingen (tutees) begeleiden bij het begrijpend lezen. In deze vorm van samenwerking is duidelijk sprake van een helperrelatie tussen begeleidende en begeleide leerling.

Opzet

In het project worden leerlingen uit de tweede klas bij het begrijpend lezen in een één-op-één situatie begeleid door leerlingen uit de vijfde klas. Inhoudelijk sluit het project aan op eindtermen en recente leerplannen. Het project is in een aantal fasen onderverdeeld en loopt over een drietal schooljaren.

Voordat de tutoren daadwerkelijk beginnen met samen lezen, geeft de leerkracht hen een noodzakelijke begintraining van zes lessen. Daarin maken ze kennis met het programma en worden ze voorbereid op hun rol als tutor. In deze klassikale training komen vooral sociale, communicatieve, pedagogisch-didactische en administratieve vaardigheden aan bod.
Daarna volgt een inhoudelijke training van zes lessen voor de tutoren en de tutees. In deze klassikale training leren de tutoren een aantal strategieën voor begrijpend lezen zoals: voorkennis activeren, voorspellen, hoofdzaken onderscheiden, woordenschat uitbreiden, controleren van begrip, leesattitudes, emotionele ontwikkeling en sociale vaardigheden. Bij iedere strategie hoort een opdrachtkaart, waarmee de leerlingen stapsgewijs één strategie volgen. Vooral zwakke lezers hebben veel baat bij deze manier van werken.

De koppels blijven in principe gedurende het hele schooljaar bij elkaar. De tutoren mogen geen voorkeur uitspreken voor een bepaalde leerling en de keuze van de koppels wordt gebaseerd op een aantal criteria. Zo is het is beter een goed lezende tutor te koppelen aan een goed lezende leerling en een zwak lezende tutor aan een zwakke lezer. Daarnaast wordt bekeken of kinderen op basis van persoonlijkheid en karakter bij elkaar passen, maar wordt tegelijk gestreefd naar een zekere overwicht van de tutor op de leerling. Broertjes en zusjes of neefjes en nichtjes worden niet aan elkaar gekoppeld. Jongens en meisjes of kinderen met een verschillende culturele achtergrond kunnen naar believen aan elkaar gekoppeld worden.

De projectleider van de Vakgroep Onderwijskunde ondersteunt de leerkrachten van de school bij het werken met het programma, het hanteren van de strategieën voor begrijpend lezen en het integreren van peer tutoring in de lespraktijk.

Uitvoering

Aan het begin en aan het einde van het schooljaar worden toetsen begrijpend lezen afgenomen in alle betrokken leerjaren. De leestoetsen die in dit project worden gebruikt zijn van het CITO-leerlingvolgsysteem (en als zodanig te koop).

Gedurende het hele schooljaar lezen de koppels samen in een tutorles van ongeveer 25 minuten. Het streefdoel is 2 x 25 minuten per week. Tijdens één zo'n tutorleestijd lezen alle koppels een zelfde tekst of verhaal waaraan opdrachten verbonden zijn. In de andere tutorleestijd lezen de koppels uit zelf gekozen boekjes uit de school- of klasbibliotheek. De tutor zit liefst links van de tutee. Op een administratiekaart houden de leerlingen bij welke boekjes ze gelezen hebben en met welke opdrachtkaarten ze gewerkt hebben. De opdrachten maken ze in een speciaal schrift.

Tijdens het tutorlezen is het belangrijk dat de leerkrachten van beide betrokken klassen steeds rondlopen om vragen te beantwoorden en te kijken of de houdingsaspecten van de training in praktijk worden gebracht. Daarnaast bewaken ze de tijd en de gedragsregels in de klas.

Elke tutorles wordt door de betrokken leerkracht nabesproken met de leerlingen uit het vijfde leerjaar. Daarbij gaat de aandacht naar de evaluatie van de begrijpend leesstrategie en naar de controle van de sociale, pedagogische en didactische tutorvaardigheden.

Middelen

Materiaal
Algemene handleiding met een beschrijving van alle aspecten van het project:

Bestelwijze
Omdat het onderzoek nog niet is afgerond, kan de handleiding voorlopig nog niet gepubliceerd worden. Na evaluatie zal dat waarschijnlijk wel mogelijk zijn.
De andere vragenlijsten i.v.m. leesattitude, zelfbeeld, klasklimaat en dergelijke, zijn bestaande lijsten of vertalingen ervan.

Voor meer informatie hierover
Projectleider Hilde van Keer
Vakgroep Onderwijskunde Universiteit Gent
Telefoon: (00)32 (0)9.264.63.97
E-mail: hilde.vankeer@rug.ac.be

Personeels-en tijdsinvestering
In zijn algemeenheid vraagt dit project van alle betrokkenen extra investering van (vrije) tijd en energie, geloof en vertrouwen in het project en de projectmedewerker, veel goede wil en de bereidheid zo goed mogelijk mee te werken om het project te laten slagen. De directie moet het project stimuleren en volgen en zorgen voor draagkracht en werkcomfort van de leerkrachten. Voor het schoolteam geldt dat het open moet staan voor vernieuwing

Daarnaast zijn er voor de betrokkenen concreet de volgende taken:

In het eerste jaar: In het tweede jaar: In het derde jaar: In het vierde jaar: Organisatorische voorbereidingen

Financiën
De uitwerking van het project brengt heel weinig kosten met zich mee voor de school

Resultaten

Uit internationaal onderzoek blijkt dat tutorprogramma's die onder de juiste condities worden geïmplementeerd, de leerprestaties van leerlingen kunnen verbeteren. Echt concrete resultaten van dit project zijn natuurlijk pas bekend na afloop. Een aantal eerste analyses van de resultaten wijzen echter op een significante toename (in vergelijking met een controlegroep) van de vaardigheden op het gebied van begrijpend lezen voor zowel de leerlingen van het tweede als van het vijfde leerjaar. Ook de leesattitude en het leesplezier blijken significant toegenomen te zijn.

Wat de betrokkenen docenten bovendien persoonlijk als zeer positief ervaren is dat:

Fanmail

- Projectbegeleider Hilde Van Keer (Vakgroep Onderwijskunde Universiteit Gent):
"Ik leerde de Vrije Basisschool Zulte kennen in het schooljaar 1998-1999. Tijdens dit schooljaar stelde twee leerkrachten van de tweede en vijfde klas zich kandidaat om deel te nemen aan het onderzoeksproject Peer tutoring in de lagere school, van de Vakgroep Onderwijskunde Universiteit Gent. Aan de hand van de vragenlijst die de leerkrachten moesten insturen leerde ik de school kennen als een school die streeft naar vernieuwing in hun manier van werken. Ook de nadruk op communicatieve vaardigheden in de klas, onder andere aan de hand van regelmatig terugkerende kringgesprekken, was opvallend. Tenslotte viel de leerlinggerichtheid en het gedifferentieerd werken op en de speciale aandacht voor zwakke leerlingen.

In 1999-2000 begon het project in Zulte op basis van een handleiding van de Vakgroep Onderwijskunde. Uitgangspunt daarbij is dat lezen in onze huidige samenleving erg belangrijk is maar leren lezen niet voor iedereen even gemakkelijk is. Veel kinderen hebben problemen met begrijpen wat ze lezen en vooral zwakke lezers hebben baat bij expliciete instructie in begrijpend lezen. Onderzoek wijst echter uit dat de lagere school dat nauwelijks biedt. In de meeste leeslessen gaat het om het begrijpen van een bepaalde tekst en niet hoe je teksten beter kunt aanpakken en begrijpen. De leerkrachten erkenden deze problematiek en gingen zeer gemotiveerd aan de slag.

In het schooljaar 1999-2000 werd grondig en enthousiast gewerkt aan instructie en oefening van begrijpend leesstrategieën. De eerste resultaten wijzen op een toename bij zowel de leerlingen van het tweede leerjaar als die van het vijfde leerjaar, van begrijpend leesvaardigheden, leesattitude en leesplezier. Tijdens het schooljaar 2000-2001 wordt het werken met begrijpend leesstrategieën uitgebreid door interactie tussen leerlingen hierover te stimuleren tijdens klasoverschrijdende peer tutoringactiviteiten. Deze vorm van interactief en coöperatief werken, waarbij duidelijk sprake is van een helperrelatie tussen de leerlingen en de oudere leerlingen een speciale voorbereiding krijgen, is in het Vlaamse onderwijs relatief nieuw. Dit betekent dat leerkrachten gemotiveerd moeten zijn om tijd vrij te maken voor overleg en organisatorische aspecten om het project in goede banen te leiden."
© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties