Taal en beleving - uitgebreide toelichting
Hoe leer je schuchtere, taalzwakke of anderstalige kinderen op een speelse manier omgaan met gesproken taal? De Knotwilg, een 'zwarte school' in de Amsterdamse Bijlmer (NL) ontwikkelde een taal-dramamethode die zijn beslag kreeg in het werkboek Taal en Beleving - spel ter bevordering van taalgebruik.
Bekijk een reportage over dit project. (Als je het filmpje niet kan bekijken, download dan eerst Realplayer.)
School en omgeving
Aanleiding voor het project
Doelstellingen
Doelgroep
Opzet
Uitvoering
Middelen
Resultaten
Fanmail
School en omgeving
Basisschool De Knotwilg is een zwarte school in de
Amsterdamse wijk de Bijlmer. De school is één van de
tien levensbeschouwelijke basisscholen van de Stichting
Bijzonderwijs, het overkoepelend schoolbestuur. Zestig procent van
de leerlingen is van Surinaamse afkomst, dus Nederlandstalig. Ook
zijn er grote groepen Antilliaanse, Ghanese en Chinese kinderen. De
rest van de 450 leerlingen behoort tot meer dan twintig andere
nationaliteiten. Het team bestaat uit 24 vrouwelijke en tien
mannelijke leerkrachten, negen van hen zijn allochtoon.
Gemiddeld is er dus één leerkracht op dertien
kinderen. Dat komt omdat de allochtone kinderen voor het berekenen
van het aantal leerkrachten op een school voor 1,9 leerling tellen
in plaats van voor één. Omdat acht teamleden
permanent ambulante ondersteuning bieden, bijvoorbeeld om
anderstalige kinderen extra taalles te geven, bestaan de groepen
gemiddeld uit 25 leerlingen.
De Knotwilg heeft een goede naam: de school trekt veel kinderen van buiten de wijk en heeft geen probleem om personeel te vinden. Meer dan de helft van de leerkrachten werkt er al achttien jaar. De onderwijskundige visie verwoordt de school als 'de vier H's': Harmonie in Hoofd, Hart en Handen. De school wil dat leerlingen zich evenwichtig ontwikkelen op zowel cognitief, sociaal-emotioneel als creatief vlak. Daarvoor maakt het team elke vier jaar een meerjarenplan. De Knotwilg vat haar taak breed op. Zo is er twee keer per week een 'verlengde schooldag' om leerlingen meer dan alleen onderwijs te bieden. Zo'n 250 kinderen nemen hierin na schooltijd vrijwillig deel aan activiteiten als muziek, toneel, sport, computeren, schaken en schilderen. In de avonduren kunnen hun ouders op school leren computeren, internetten en e-mailen.
Wat was de aanleiding voor het project?
Nieuwe leerlingen van De Knotwilg worden bij binnenkomst getoetst op taalkennis. Daaruit blijkt dat veertig procent taalzwak of anderstalig is. Hun woordenschat en mondelinge taalvaardigheid zijn gering. Dit heeft te maken met de achtergronden van de kinderen: een niet-Nederlandstalige thuissituatie, ouders met weinig opleiding of het ontbreken van taalstimulansen. Veel kinderen zijn in het begin erg schuchter en de omgang met medeleerlingen verloopt moeizaam.De leerlingen worden ingedeeld in stadia van taalontwikkeling, waarmee de leerkracht rekening houdt bij alle onderwijsactiviteiten. Daarnaast krijgen anderstalige leerlingen apart aandacht in NT2-lessen (Nederlands als tweede taal).
Drama maakte al langer deel uit van de verlengde schooldag, waar kinderen na schooltijd vrijwillig aan activiteiten deelnemen. Dat leverde verrassende resultaten op voor spreekvaardigheid en sociale vaardigheden. Het team van De Knotwilg wilde daarom alle kinderen vanaf groep 3 (klas 1) van dramalessen laten profiteren onder de normale schooltijd. In 1995 ging de hele school daarmee aan de slag met de uitvoering van een meerjarenplan Taal-Drama.
Doelstellingen
De belangrijkste doelstelling van het project Taal en Beleving is om binnen het creativiteitsvormende schoolvak 'drama' op een speelse, uitnodigende manier met gesproken taal bezig te zijn.
Met het project wil de school:- kinderen meer zelfvertrouwen geven om zich mondeling te uiten;
- hun sociale vaardigheden bevorderen;
- binnen het taalonderwijs structureel aandacht schenken aan mondelinge taalvaardigheid en uitdrukkingsvermogen en
- hiervoor een overdraagbare methode en lesmateriaal ontwikkelen.
Doelgroepen
Het lesmateriaal en de werkwijze van het project Taal en Beleving zijn bedoeld voor:- kinderen van groep 3 tot en met 8 (klas 1 tot en met 6);
- groepsleerkrachten;
- vakleerkrachten drama;
- basisscholen die dramatische werkvormen willen inpassen in het taalonderwijs.
Opzet
In het project Taal en Beleving worden groepsleerkrachten in staat gesteld meer dramatische werkvormen in hun (taal)onderwijs te gebruiken. Een van de leerkrachten volgde een opleiding tot dramadocent en gaf drie jaar lessen in het bijzijn van de vaste leerkrachten, die op die manier ook werden geschoold. Na deze drie jaar en nog een aantal cursorische bijeenkomsten 'drama' voelde elke leerkracht zich voldoende geschoold om ook drama te geven.De dramadocent ontwikkelde wekelijks een lessenreeks voor de groepen 3 tot en met 8 (klas 1 tot en met 6) De drama-activiteiten kwamen voor een deel voort uit de lesstof of spelopdrachten van de taalmethode 'Taal actief'. In andere gevallen stond de ontwikkeling van sociale vaardigheden voorop en inspireren (lees)boeken tot spelopdrachten. Ook deden groepsleerkrachten verzoeken om een bepaalde les van de week in dramavorm te gieten. Voor zover scenario's niet voortvloeiden uit de taallessen, bedacht de leerkracht drama die zelf bij te dramatiseren verhaaltjes.
Wanneer een les in de klas minder goed verliep dan verwacht, werd de lesbeschrijving achteraf aangepast. Zo groeide in drie jaar tijd een 'doe-boek' voor taal-drama-activiteiten in de klas, dat voor en in de praktijk werd gemaakt in nauwe samenspraak met leerkrachten.
Uitvoering
Tijdens het project gaf de dramadocent de dramalessen met assistentie van de vaste leerkracht. Gaandeweg nam de laatste steeds meer instructie en begeleiding over.Inmiddels begeleiden de leerkrachten de dramalessen zelf. Kinderen en leerkrachten zijn vertrouwd met de speelse, maar gestructureerde werkwijze, waardoor iedereen snel aan de slag kan. Na een korte uitleg en zo nodig voorbereiding in kleine groepjes of wat bedenktijd om over een rol na te denken - al dan niet met een rustig 'denkmuziekje' op de achtergrond - volgt de presentatie aan de klas.
De taal-dramalessen staan bondig beschreven in het boek Taal en Beleving - spel ter bevordering van taalgebruik, met lesbeschrijvingen voor de leerkracht en leskaarten voor de leerlingen.
De lesbeschrijvingen voor de leerkracht gaan in op:- de werkvorm(en): dramatiseren (van bijvoorbeeld emoties of spreekwoorden), improviseren, kijken en verwoorden, (panto)mime, spreken, dialogen verzinnen, enz.;
- de koppeling met de taalmethode: voor welke groep(en), bij welke lesstof of opdracht uit de taalmethode hoort deze activiteit;
- het thema, bijvoorbeeld 'aanbellen en opendoen', 'samenwerken', 'fabeldieren' of een emotie als bijvoorbeeld 'boosheid';
- de randvoorwaarden: benodigde materialen, voorwerpen, kleding;
- de didactische aanpak: onder de kopjes 'zo beginnen we', 'zo gaan we aan de slag', 'zo presenteren we ons', 'regieaanwijzingen' en 'opmerkingen' staan de instructies die de leerkracht geeft en aandachtspunten voor de begeleiding.
- de opdracht;
- de verhaallijn ('zo moet je verhaal gaan');
- de rollen (eventueel met toelichting);
- spelsuggesties ('zo moet je spelen').
Middelen
MateriaalBij de voorbereiding van de lessen gebruiken leerkrachten het boek Taal en Beleving - spel ter bevordering van taalgebruik als 'bronnenboek'.
Voor de uitvoering in de klas moeten er voldoende gekopieerde leskaarten zijn voor de leerlingen. Voor sommige opdrachten zijn eenvoudige spelattributen, kledingstukken of specifieke voorwerpen wenselijk en soms nodig.
Bestelwijze
De Knotwilg bracht het boek 'Taal en Beleving- spel ter
bevordering van taalgebruik' in 2000 uit in eigen beheer. Dit
boek is (voorlopig, de school is in gesprek met de uitgever) te
bestellen voor fl.25,- via e-mail: Knotwilg@knotwilg.edu.amsterdam.nl
Financiën
De Knotwilg moest voor het project de drukkosten betalen van
het boek Taal en Beleving - spel ter bevordering van
taalgebruik. Voor uitvoering van de lessen in de klas gelden
alleen kopieerkosten voor de opdrachtkaarten voor de
leerlingen.
Personeels- en tijdsinvestering
Een voltijds leerkracht, bijgeschoold tot vakdocent, gaf
gedurende het project drie dagen per week 45 tot 60 minuten
dramales in alle (20) groepen 3 tot en met 8 (klas 1 tot en met
6).
Resultaten
Het project maakt inmiddels integraal onderdeel uit van het taalonderwijs op De Knotwilg. Daarnaast heeft het een aantal andere resultaten opgeleverd:- de jarenlange aandacht voor mondelinge taalvaardigheid én uitdrukkingsvermogen komen ten goede aan andere schoolactiviteiten, zoals bij presentaties in weekfeesten, in musicals en bij open avonden. De vrijwillige dramagroepen na schooltijd draaien nog steeds en de school heeft een eigen toneelclub;
- meer vaardigheid en durf bij groepsleerkrachten om dramalessen te geven;
- meer zelfvertrouwen bij leerlingen (Leerlingen die eerst niet durfden te praten, komen 'los', of blijken over dramatisch talent te beschikken, tot verbazing van medeleerlingen, die hun voorheen schuchtere klasgenoten heel anders gaan bekijken, wat het contact verbetert);
- iedere leerkracht heeft Taal-Drama op het rooster staan.
Directe leereffecten zijn moeilijk te meten, maar De Knotwilg scoort boven het landelijk gemiddelde op de landelijke Cito-toets aan het einde van de basisschool. Dat is uitzonderlijk goed voor een 'zwarte' school uit schoolgroep 6 (de op één na zwaarste categorie scholen wat betreft sociale achtergrond van de leerlingenpopulatie). De gemiddelde score van de leerlingen van De Knotwilg is vergelijkbaar met die van scholen uit schoolgroep 2. Mede hierdoor geniet De Knotwilg landelijk bekendheid als succesvolle zwarte school.
Het materiële resultaat van het project is het bronnenboek annex lesmethode Taal en Beleving. Daarin staan 25 taal-dramalessen beschreven voor de onderbouw van het basisonderwijs (klas 1 tot en met 3) en 25 lessen voor de bovenbouw (klas 4 tot en met 6), met bijhorende leskaarten. De methode is goed overdraagbaar. Alle driehonderd leerkrachten van de tien basisscholen van de Stichting Bijzonderwijs (waar De Knotwilg deel van uitmaakt) ontvingen een exemplaar van Taal en Beleving. Bovendien werden in de afgelopen jaren heel wat exemplaren verkocht naar aanleiding van de presentatie van het boek op onderwijsmarkten en onderwijstentoonstellingen.
Fanmail
- T. Sikkes (Bestuursvoorzitter Bureau Stichting Bijzonderwijs Amsterdam):"Tot mijn grote voldoening weet De Knotwilg binnen zijn schoolmissie - in Harmonie werken aan Hoofd, Hart en Handen - een uitstekend resultaat te behalen in vergelijking met scholen in dezelfde context. De laatste jaren is het resultaat steeds beter geworden. De stijgende lijn van gemiddeld 532.0 op de CITO-eindtoets over de jaren 1997 -1999 is prima! In 2000 was de score zelfs 534.8, dat is boven het landelijk gemiddelde.
Het taalbeleid van De Knotwilg kenmerkt zich door innovatie. In de onderbouw voor kleuters schoolden de leerkrachten zich door de ideeën van de Europese TaalAanpak. Ze geven levend, thematisch taalonderwijs met speciale aandacht voor NT2 en het taalstadium waarin elke leerling zich bevindt. Door middel van dramawerkvormen besteden ze extra aandacht aan mondelinge taalvaardigheid en woordenschatuitbreiding. In de midden- en bovenbouw zet deze lijn zich door. Het team heeft op eigen kracht een uitstekend bronnenboek Taal en Beleving als overdraagbaar product uitgebracht. Hier zijn we trots op."
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties