taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » onderwijsprijs »

Bredero vertelfestival

Taalunie Onderwijsprijs 2002

Get the Flash Player to see this player.

Met een eigen Vertelfestival wekt het Bredero College in Amsterdam-Noord het onderdeel spreekvaardigheid van de les Nederlands weer tot leven. Leerlingen leren niet alleen hoe ze zelf hun verhalen kunnen vertellen, maar ook hoe ze goed kunnen luisteren naar anderen. Dat levert hen feedback op voor hun eigen taalgebruik. Daarbij ontwikkelen zij meer kritische zin en begrip voor verscheidenheid in de wereld. Docenten stellen bovendien een aangenamere werksfeer vast in de klas.

School en omgeving
Aanleiding voor het project
Doelstellingen
Doelgroep
Opzet
Uitvoering
Middelen
Planning
Resultaten
Fanmail
Tip
Contactpersoon

School en omgeving

Het Bredero College is een openbare scholengemeenschap voor VMBO/HAVO/Atheneum en Gymnasium in Amsterdam-Noord. Dit deel van Amsterdam wordt door de havens en het IJ gescheiden van de rest van de stad. Daardoor heeft het een eigen sfeer. Het gaat er rustiger en gemoedelijker aan toe dan in de metropool aan de overkant.

Het oorspronkelijke Bredero College bestaat al meer dan 30 jaar en is gehuisvest in een gebouw uit 1985 aan de Buiksloterweg. Sinds de fusie in 1995 met het VMBO aan de Meeuwenlaan zijn er twee vestigingen.

Het Bredero College telt 1019 leerlingen, grotendeels afkomstig uit Amsterdam-Noord, maar ook uit kleinere gemeenten ten noorden van Amsterdam, zoals Landsmeer, Broek in Waterland en Monnickendam. Van de leerlingen is ongeveer 30 procent allochtoon, met vooral een Marokkaanse, Turkse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond.

Aanleiding

Toen de school elf jaar geleden begon met het vertelfestival, was het (inter)culturele aspect niet de eerste reden om vertellessen in het programma Nederlands op te nemen. Er heerste onder de docenten heel wat onvrede met het spreekonderwijs, dat zich vaak beperkte tot 'de spreekbeurt'. Daarom zochten ze naar een andere invulling.

De docenten vonden dat leerlingen beter moesten kunnen luisteren naar elkaar. Ze moesten aan de hand van voorbeelden en aanwijzingen hun eigen spreken kunnen verbeteren. Om dat te bereiken wilden de docenten de leerlingen eerst bevrijden van hun spreekangst voor de klas of in een groep. Verhalen vertellen bleek daarvoor de makkelijkste instap. Alle leerlingen in de brugklassen namen deel aan de lessen, zodat vertellen al gauw als gewoon werd beschouwd en de spreekangst snel afnam. Zij gingen ook beter naar elkaar luisteren, omdat ze elkaar moesten adviseren aan de hand van hun eigen ervaringen.

Doelstellingen

Leerlingen moeten zonder spreekangst voor de klas kunnen staan en een verhaal vertellen zonder iets uit het hoofd te hebben geleerd. Zij moeten goed kunnen luisteren naar de verhalen van medeleerlingen en hen door gerichte feedback kunnen begeleiden bij het spreekproces. Op deze manier moeten ze in staat zijn hun eigen problemen met taal sneller te ontdekken en doelgericht aan hun (mondelinge) taalvaardigheid te werken.

In het verlengde hiervan kunnen leerlingen betekenis geven aan de wereld om zich heen en dit toetsen aan het wereldbeeld van anderen. Zij kunnen kritisch luisteren naar wat anderen te vertellen hebben, waardoor ze zelfbewuster worden en (meer) begrip voor anderen in de wereld ontwikkelen.

De subdoelstellingen van het vertelonderwijs zijn dus dat leerlingen:

Doelgroep

De leerlingen moeten het vertelonderwijs als een normaal onderdeel van de lessen Nederlands ervaren. Daarom geven de docenten hun 'vertellessen' als gewone lessen moedertaalonderwijs in het brugjaar. De leerlingen komen net uit het basisonderwijs en zijn vertrouwd met de gehanteerde werkvormen. De lessen zijn dus afgestemd op leerlingen van twaalf jaar en ouder. Aan het Bredero College krijgen alle leerlingen van de brugklassen vertelonderwijs.

Opzet

De leerlingen krijgen acht à tien vertellessen als onderdeel van het vak Nederlands. Zij krijgen praktijkervaring tijdens de lessen, waarbij zij tevens doelgericht en intensief naar elkaar leren luisteren, ook als zij instructie krijgen of hun eigen mening geven. De docenten besteden veel aandacht aan de taal en het correcte gebruik daarvan. Zij stimuleren ook de transfer van wat de leerlingen leren naar het schrijfonderwijs en naar de overige vakken. Sociale vaardigheden spelen gedurende het gehele project een belangrijke rol. Aan het eind van het project treden de leerlingen op voor een groter publiek van familieleden en belangstellenden.

Uitvoering

Het onderricht in spreekvaardigheid bestond en bestaat hoofdzakelijk uit het houden van en luisteren naar spreekbeurten en het geven van (meestal alleen inhoudelijke) commentaar daarop. Aan het Bredero College te Amsterdam zocht een aantal docenten Nederlands naar een spreek- en luisteronderwijs dat:

Dit vraagt om verschillende werkvormen, zowel klassikaal als in kleinere groepjes en/of in tweetallen. 'Vertellen' is elke vorm van mondeling taalgebruik met als doel een verhaal(tje) over te dragen aan de ander (dus ook: moppen, roddels, rappen e.a.). Vertellen is de belangrijkste communicatieve strategie van dit project. Leerlingen maken kennis met vormaspecten als: de luisteraar activeren, vermaken, overtuigen, zich durven uiten, actief deelnemen, stijl hebben, afstemmen op het publiek.

Het project 'vertellen' bestaat uit acht tot tien lessen 'Hoe te vertellen'. Ze worden gegeven tussen de herfst- en de kerstvakantie en afgerond met een Vertelfestival op de laatste maandagavond voor de kerstvakantie. Ouders, grootouders, familieleden, vrienden en vriendinnen, leraren van de basisschool worden daarvoor uitgenodigd. Elke klas verzorgt zijn optreden in het eigen lokaal. Behalve de vijfentwintig à dertig leerlingen zijn er veertig tot zeventig toeschouwers per klas. Op negen brugklassen betekent dit zo'n vijfhonderd bezoekers.

De docenten ontwikkelden een les- en draaiboek met een nauwkeurige beschrijving van het vertelproject. Taal wordt in de eerste plaats mondeling overgedragen en geleerd. Vooral leerlingen voor wie de schooltaal verschilt van de thuistaal, zijn gebaat bij de mondelinge kennismaking met die 'nieuwe' taal. Dit zijn de krijtlijnen van het les- en draaiboek:

Woordenschat uitbreiden
Leerlingen krijgen aanwijzingen om hun taalgebruik te verbeteren. Zij vergroten hun woordenschat door woorden te kiezen die beter passen bij het onderwerp. Ook leren zij nieuwe woorden uit de verhalen van andere leerlingen. Zij maken verbanden binnen de tekst duidelijk via relatiewoorden en leren hun taalgebruik afstemmen op het doelpubliek.

Spreken in het openbaar
Leerlingen leren een verhaal te vertellen, in tweetallen en in groepjes, maar ook staand vóór de klas. Zij moeten de aandacht vasthouden en letten op de belangrijke aspecten van het spreken, zoals uitspraak en verstaanbaarheid, melodie en klemtoon. Zelfs leerlingen die moeite hebben met spreken - dus ook de enkeling die stottert - doen mee. Op de festivalavond treden de leerlingen op voor een publiek van vertig tot zeventig volwassenen en zo'n vijfentwintig klasgenoten.

Een verhaal maken - en schrijven
Leerlingen leren een verhaal samenstellen aan de hand van aanwijzingen die overdraagbaar zijn op de steloefeningen: de (logische) opbouw van een tekst, het belang van een goede titel, de inhoud van de eerste en de laatste zin, de rode draad in het verhaal en het perspectief enz.

Anderstaligen sneller helpen
Leerlingen die thuis een andere taal of een dialect spreken, zijn dankzij de vertellessen beter en eerder in staat aan te geven waarmee zij problemen hebben. Zij kunnen als gevolg daarvan ook sneller worden geholpen.

Literatuur en lezen promoten
Vertellen brengt de leerlingen in contact met de mondelinge literatuur. Het wordt dan ook gebruikt als een inleiding op de jeugdliteratuur en de literatuur. Doordat de docent cultuur in de breedste zin van het woord en de mondelinge literatuur in het bijzonder dichter bij de leerlingen brengt, zullen leerlingen meer belangstelling krijgen om verhalen te lezen. Poëzie voordragen ervaren de leerlingen na de vertellessen niet meer als beangstigend. Wat zij in de vertellessen hebben geleerd, kunnen zij opnieuw gebruiken bij het voordragen.

Verschillende werkvormen hanteren
Behalve met de klassikale instructie maken de leerlingen kennis met het werken in tweetallen en in groepjes. Ook het interview komt aan de orde. Zelfstandig kunnen werken wordt op een vanzelfsprekende manier geoefend.

Vakoverstijgend werken
De docenten geschiedenis en aardrijkskunde, Engels, Frans, muziek en tekenen worden op de een of andere manier betrokken bij het vertelonderwijs. Door bijvoorbeeld leerlingen een muziekverhaal of illustraties te laten maken, of door ze aan te moedigen om bij geschiedenis en aardrijkskunde iets te vertellen over hun eigen achtergrond. De studievaardigheden die bij het vertellen aan de orde komen, sluiten aan bij de studielessen en zijn van belang voor alle vakken: uit het hoofd leren, aantekeningen maken, plannen, problemen oplossen, eigen kunnen en prestaties beoordelen.

Verschillen vormen een verrijking
Leerlingen ervaren dat verschillen tussen mensen normaal zijn, maar ook dat die verschillen iets kunnen toevoegen aan hun eigen leven. Doordat iedereen over zichzelf vertelt, ontdekken de leerlingen ook dat zij gelijken zijn en accepteren zij hun verschillen als vanzelfsprekend. Dit kan de sfeer in de klas duidelijk ten goede komen. Het vertelproject is dus sterk intercultureel. Niet het ontdekken van de Nederlandse, Indonesische, Surinaamse, Antilliaanse, Chinese, Turkse of Marokkaanse cultuur staat voorop, maar leren omgaan met verschillen tussen mensen. Een van de onderwerpen waarover de leerlingen moeten vertellen is dan ook de eigen leef- en woonomgeving.

Vertellen en luisteren hebben alles te maken met het begrijpen van de wereld om ons heen. In de westerse maatschappij beheersen echter nog maar weinig mensen de kunst over die wereld te vertellen. Het antwoord op de vraag Hoe te leven? wordt in onze samenleving gegeven door godsdienst, filosofie, politiek, kunst, psychologie en wetenschap. Maar uit de verhalen van leerlingen blijkt hoezeer zij nog steeds dat vertellen nodig hebben om betekenis te geven aan wat om hen heen gebeurt.

Middelen

Materiaal
Een les- en draaiboek met een nauwkeurige beschrijving van het vertelproject.

Tijd
Het Bredero College begon elf jaar geleden met het ontwikkelen en invoeren van de vertellessen. De lessen zijn inmiddels geïntegreerd in het gewone onderwijs, hoewel de docenten nog bijna jaarlijks verfijningen en verbeteringen aanbrengen. Niet alleen in de vertellessen, maar ook in de transfer naar de andere vakken of in de organisatie van het afsluitende festival. Leerkrachten die vertellen willen invoeren, integreren het naar rato van acht lesuren in het gewone lessenrooster. Het Vertelfestival, d.w.z. de afrondende avond, valt buiten het lessenrooster.

Menskracht
De vertellessen maken inmiddels deel uit van de lessen Nederlands. Er zijn dus geen extra onderwijskrachten voor nodig.

Financiën
Kopieerkosten voor het les- en draaiboek. Daarnaast kleine kosten voor de organisatie van een feestelijk vertelfestival voor de leerlingen uit de brugklassen, hun ouders en hun voormalige leerkrachten van de basisschool.

Planning

De vertellessen vormen een vast onderdeel van het vak Nederlands in de brugklas. Ze vinden vroeg in het schooljaar plaats.

Resultaten

Vanaf het begin beleefden de docenten veel plezier aan de culturele kant van het project. Leerlingen die ongedwongen vertellen over hun eigen cultuur en die luisteren naar wat anderen te zeggen hebben, het werkte wel. Omdat de leerlingen meer begrip en respect voor elkaar gingen opbrengen, is ook de sfeer in de klas erop vooruitgegaan.

De vertellessen zijn inmiddels een normaal onderdeel van de lessen Nederlands in de brugklas. Wat de leerlingen erbij opsteken, komt niet alleen ten goede aan de schrijflessen, maar ook aan andere vakken en studielessen. Daar leidt het tot een verbetering van kennis, leervaardigheid en strategisch inzicht. Bijvoorbeeld werken met woorden die passen bij het verhaal, of met woorden die eigen waarnemingen weergeven; de goede opbouw van een verhaal; de tijd en het perspectief. Idem voor leren memoriseren of een oordeel kunnen uitspreken over eigen prestaties en die van anderen. Het project is ook een voorbereiding op de (jeugd)literatuurlessen.

Fanmail

- NRC Handelsblad (22/12/95), over het Bredero College in 'Schoolvoorbeeld':
"Leerlingen leren een verhaal te componeren met een begin en een eind. Ze breiden hun taalschat uit, ze moeten nadenken over woordkeus en zinsbouw. Ze leren hoe je spanning opbouwt en hoe je daarbij je lichaam kunt gebruiken. Ze worden zich bewust van het gebruik van hun stem en merken hoe belangrijk het is om contact te zoeken met hun gehoor."
- Drs. Frans Zwitserlood, Universiteit van Amsterdam:
"Het project 'Vertelfestival' bouwt vertellen op als spil van een rijke vorm van interactief taalonderwijs, geleidelijk ook ingebed in vormen van betekenisvol, sociaal en strategisch leren'. Het project weerspreekt het sleetse idee dat onderwijs in mondelinge taalvaardigheid overbodig is en relativeert het vooroordeel van veel docenten dat spreekvaardigheidsonderwijs tijdrovend is en lastig onderwijsbaar en toetsbaar. Daarenboven toont het project het grote plezier dat leerlingen én leerkrachten ervaren bij het werken binnen zo'n rijke opzet. Het 'Vertelfestival' bewijst het belang, de haalbaarheid en de waarde van sterk doordacht en gemotiveerd vertelonderwijs."

Tip

Er is eigenlijk geen enkele barrière om vertelonderwijs in te voeren als onderdeel van het vak Nederlands, zolang de leerkracht zelf weet waarom het gaat en waarop in de praktijk moet worden gelet. Dus de regels en vaardigheden van het spreken in het openbaar.

Contactpersoon

Voor meer informatie over vertellessen en het Bredero vertelfestival kunt u contact opnemen met:
Remko W. van Loon
Telefoon: +31.20 403 14 60
E-post: rwvloon@planet.nl
© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties