Get the Flash Player to see this player.
Met een eigen Vertelfestival wekt het Bredero College in Amsterdam-Noord het onderdeel spreekvaardigheid van de les Nederlands weer tot leven. Leerlingen leren niet alleen hoe ze zelf hun verhalen kunnen vertellen, maar ook hoe ze goed kunnen luisteren naar anderen. Dat levert hen feedback op voor hun eigen taalgebruik. Daarbij ontwikkelen zij meer kritische zin en begrip voor verscheidenheid in de wereld. Docenten stellen bovendien een aangenamere werksfeer vast in de klas.
School en omgevingAanleiding voor het project
Doelstellingen
Doelgroep
Opzet
Uitvoering
Middelen
Planning
Resultaten
Fanmail
Tip
Contactpersoon
School en omgeving
Het Bredero College is een openbare scholengemeenschap voor VMBO/HAVO/Atheneum en Gymnasium in Amsterdam-Noord. Dit deel van Amsterdam wordt door de havens en het IJ gescheiden van de rest van de stad. Daardoor heeft het een eigen sfeer. Het gaat er rustiger en gemoedelijker aan toe dan in de metropool aan de overkant.
Het oorspronkelijke Bredero College bestaat al meer dan 30 jaar en is gehuisvest in een gebouw uit 1985 aan de Buiksloterweg. Sinds de fusie in 1995 met het VMBO aan de Meeuwenlaan zijn er twee vestigingen.
Het Bredero College telt 1019 leerlingen, grotendeels afkomstig uit Amsterdam-Noord, maar ook uit kleinere gemeenten ten noorden van Amsterdam, zoals Landsmeer, Broek in Waterland en Monnickendam. Van de leerlingen is ongeveer 30 procent allochtoon, met vooral een Marokkaanse, Turkse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond.
Aanleiding
Toen de school elf jaar geleden begon met het vertelfestival, was het (inter)culturele aspect niet de eerste reden om vertellessen in het programma Nederlands op te nemen. Er heerste onder de docenten heel wat onvrede met het spreekonderwijs, dat zich vaak beperkte tot 'de spreekbeurt'. Daarom zochten ze naar een andere invulling.
De docenten vonden dat leerlingen beter moesten kunnen luisteren naar elkaar. Ze moesten aan de hand van voorbeelden en aanwijzingen hun eigen spreken kunnen verbeteren. Om dat te bereiken wilden de docenten de leerlingen eerst bevrijden van hun spreekangst voor de klas of in een groep. Verhalen vertellen bleek daarvoor de makkelijkste instap. Alle leerlingen in de brugklassen namen deel aan de lessen, zodat vertellen al gauw als gewoon werd beschouwd en de spreekangst snel afnam. Zij gingen ook beter naar elkaar luisteren, omdat ze elkaar moesten adviseren aan de hand van hun eigen ervaringen.
Doelstellingen
Leerlingen moeten zonder spreekangst voor de klas kunnen staan en een verhaal vertellen zonder iets uit het hoofd te hebben geleerd. Zij moeten goed kunnen luisteren naar de verhalen van medeleerlingen en hen door gerichte feedback kunnen begeleiden bij het spreekproces. Op deze manier moeten ze in staat zijn hun eigen problemen met taal sneller te ontdekken en doelgericht aan hun (mondelinge) taalvaardigheid te werken.
In het verlengde hiervan kunnen leerlingen betekenis geven aan de wereld om zich heen en dit toetsen aan het wereldbeeld van anderen. Zij kunnen kritisch luisteren naar wat anderen te vertellen hebben, waardoor ze zelfbewuster worden en (meer) begrip voor anderen in de wereld ontwikkelen.
De subdoelstellingen van het vertelonderwijs zijn dus dat leerlingen:- hun spreekangst beheersen;
- hun mondelinge taalvaardigheid vergroten;
- hun luistervaardigheid verbeteren;
- hun stelvaardigheid verbeteren;
- de mondelinge literatuur en verbanden met de (jeugd)literatuur ontdekken;
- hun geheugen trainen;
- hun belangstelling vergroten voor andere culturen;
- oefenen in zelfstandig werken en werken in groepen;
- de sociale aspecten van kijken, luisteren en optreden beleven;
- plezier beleven aan de les;
- gesproken tekst kunnen evalueren.
Doelgroep
De leerlingen moeten het vertelonderwijs als een normaal onderdeel van de lessen Nederlands ervaren. Daarom geven de docenten hun 'vertellessen' als gewone lessen moedertaalonderwijs in het brugjaar. De leerlingen komen net uit het basisonderwijs en zijn vertrouwd met de gehanteerde werkvormen. De lessen zijn dus afgestemd op leerlingen van twaalf jaar en ouder. Aan het Bredero College krijgen alle leerlingen van de brugklassen vertelonderwijs.
Opzet
De leerlingen krijgen acht à tien vertellessen als onderdeel van het vak Nederlands. Zij krijgen praktijkervaring tijdens de lessen, waarbij zij tevens doelgericht en intensief naar elkaar leren luisteren, ook als zij instructie krijgen of hun eigen mening geven. De docenten besteden veel aandacht aan de taal en het correcte gebruik daarvan. Zij stimuleren ook de transfer van wat de leerlingen leren naar het schrijfonderwijs en naar de overige vakken. Sociale vaardigheden spelen gedurende het gehele project een belangrijke rol. Aan het eind van het project treden de leerlingen op voor een groter publiek van familieleden en belangstellenden.
Uitvoering
Het onderricht in spreekvaardigheid bestond en bestaat hoofdzakelijk uit het houden van en luisteren naar spreekbeurten en het geven van (meestal alleen inhoudelijke) commentaar daarop. Aan het Bredero College te Amsterdam zocht een aantal docenten Nederlands naar een spreek- en luisteronderwijs dat:- de doelen voor beter luisteren en spreken voor een groep realiseert;
- leerlingen aanspreekt, ook bij veranderende leerlingenpopulaties
- overdraagbaar is naar andere onderdelen van het vak Nederlands;
- overdraagbaar is naar andere vakken.
Dit vraagt om verschillende werkvormen, zowel klassikaal als in kleinere groepjes en/of in tweetallen. 'Vertellen' is elke vorm van mondeling taalgebruik met als doel een verhaal(tje) over te dragen aan de ander (dus ook: moppen, roddels, rappen e.a.). Vertellen is de belangrijkste communicatieve strategie van dit project. Leerlingen maken kennis met vormaspecten als: de luisteraar activeren, vermaken, overtuigen, zich durven uiten, actief deelnemen, stijl hebben, afstemmen op het publiek.
Het project 'vertellen' bestaat uit acht tot tien lessen 'Hoe te vertellen'. Ze worden gegeven tussen de herfst- en de kerstvakantie en afgerond met een Vertelfestival op de laatste maandagavond voor de kerstvakantie. Ouders, grootouders, familieleden, vrienden en vriendinnen, leraren van de basisschool worden daarvoor uitgenodigd. Elke klas verzorgt zijn optreden in het eigen lokaal. Behalve de vijfentwintig à dertig leerlingen zijn er veertig tot zeventig toeschouwers per klas. Op negen brugklassen betekent dit zo'n vijfhonderd bezoekers.
De docenten ontwikkelden een les- en draaiboek met een nauwkeurige beschrijving van het vertelproject. Taal wordt in de eerste plaats mondeling overgedragen en geleerd. Vooral leerlingen voor wie de schooltaal verschilt van de thuistaal, zijn gebaat bij de mondelinge kennismaking met die 'nieuwe' taal. Dit zijn de krijtlijnen van het les- en draaiboek:
Woordenschat uitbreiden
Leerlingen krijgen aanwijzingen om hun taalgebruik
te verbeteren. Zij vergroten hun woordenschat door woorden te
kiezen die beter passen bij het onderwerp. Ook leren zij nieuwe
woorden uit de verhalen van andere leerlingen. Zij maken verbanden
binnen de tekst duidelijk via relatiewoorden en leren hun
taalgebruik afstemmen op het doelpubliek.
Spreken in het openbaar
Leerlingen leren een verhaal te vertellen, in
tweetallen en in groepjes, maar ook staand vóór de
klas. Zij moeten de aandacht vasthouden en letten op de belangrijke
aspecten van het spreken, zoals uitspraak en verstaanbaarheid,
melodie en klemtoon. Zelfs leerlingen die moeite hebben met spreken
- dus ook de enkeling die stottert - doen mee. Op de festivalavond
treden de leerlingen op voor een publiek van vertig tot zeventig
volwassenen en zo'n vijfentwintig klasgenoten.
Een verhaal maken - en schrijven
Leerlingen leren een verhaal samenstellen aan de
hand van aanwijzingen die overdraagbaar zijn op de steloefeningen:
de (logische) opbouw van een tekst, het belang van een goede titel,
de inhoud van de eerste en de laatste zin, de rode draad in het
verhaal en het perspectief enz.
Anderstaligen sneller helpen
Leerlingen die thuis een andere taal of een dialect
spreken, zijn dankzij de vertellessen beter en eerder in staat aan
te geven waarmee zij problemen hebben. Zij kunnen als gevolg
daarvan ook sneller worden geholpen.
Literatuur en lezen promoten
Vertellen brengt de leerlingen in contact met de
mondelinge literatuur. Het wordt dan ook gebruikt als een inleiding
op de jeugdliteratuur en de literatuur. Doordat de docent cultuur
in de breedste zin van het woord en de mondelinge literatuur in het
bijzonder dichter bij de leerlingen brengt, zullen leerlingen meer
belangstelling krijgen om verhalen te lezen. Poëzie voordragen
ervaren de leerlingen na de vertellessen niet meer als
beangstigend. Wat zij in de vertellessen hebben geleerd, kunnen zij
opnieuw gebruiken bij het voordragen.
Verschillende werkvormen hanteren
Behalve met de klassikale instructie maken de
leerlingen kennis met het werken in tweetallen en in groepjes. Ook
het interview komt aan de orde. Zelfstandig kunnen werken wordt op
een vanzelfsprekende manier geoefend.
Vakoverstijgend werken
De docenten geschiedenis en aardrijkskunde, Engels,
Frans, muziek en tekenen worden op de een of andere manier
betrokken bij het vertelonderwijs. Door bijvoorbeeld leerlingen een
muziekverhaal of illustraties te laten maken, of door ze aan te
moedigen om bij geschiedenis en aardrijkskunde iets te vertellen
over hun eigen achtergrond. De studievaardigheden die bij het
vertellen aan de orde komen, sluiten aan bij de studielessen en
zijn van belang voor alle vakken: uit het hoofd leren,
aantekeningen maken, plannen, problemen oplossen, eigen kunnen en
prestaties beoordelen.
Verschillen vormen een verrijking
Leerlingen ervaren dat verschillen tussen mensen
normaal zijn, maar ook dat die verschillen iets kunnen toevoegen
aan hun eigen leven. Doordat iedereen over zichzelf vertelt,
ontdekken de leerlingen ook dat zij gelijken zijn en accepteren zij
hun verschillen als vanzelfsprekend. Dit kan de sfeer in de klas
duidelijk ten goede komen. Het vertelproject is dus sterk
intercultureel. Niet het ontdekken van de Nederlandse,
Indonesische, Surinaamse, Antilliaanse, Chinese, Turkse of
Marokkaanse cultuur staat voorop, maar leren omgaan met verschillen
tussen mensen. Een van de onderwerpen waarover de leerlingen moeten
vertellen is dan ook de eigen leef- en woonomgeving.
Vertellen en luisteren hebben alles te maken met het begrijpen van de wereld om ons heen. In de westerse maatschappij beheersen echter nog maar weinig mensen de kunst over die wereld te vertellen. Het antwoord op de vraag Hoe te leven? wordt in onze samenleving gegeven door godsdienst, filosofie, politiek, kunst, psychologie en wetenschap. Maar uit de verhalen van leerlingen blijkt hoezeer zij nog steeds dat vertellen nodig hebben om betekenis te geven aan wat om hen heen gebeurt.
Middelen
Materiaal
Een les- en draaiboek met een nauwkeurige
beschrijving van het vertelproject.
Tijd
Het Bredero College begon elf jaar geleden met het
ontwikkelen en invoeren van de vertellessen. De lessen zijn
inmiddels geïntegreerd in het gewone onderwijs, hoewel de
docenten nog bijna jaarlijks verfijningen en verbeteringen
aanbrengen. Niet alleen in de vertellessen, maar ook in de transfer
naar de andere vakken of in de organisatie van het afsluitende
festival. Leerkrachten die vertellen willen invoeren, integreren
het naar rato van acht lesuren in het gewone lessenrooster. Het
Vertelfestival, d.w.z. de afrondende avond, valt buiten het
lessenrooster.
Menskracht
De vertellessen maken inmiddels deel uit van de
lessen Nederlands. Er zijn dus geen extra onderwijskrachten voor
nodig.
Financiën
Kopieerkosten voor het les- en draaiboek. Daarnaast
kleine kosten voor de organisatie van een feestelijk vertelfestival
voor de leerlingen uit de brugklassen, hun ouders en hun voormalige
leerkrachten van de basisschool.
Planning
De vertellessen vormen een vast onderdeel van het vak Nederlands in de brugklas. Ze vinden vroeg in het schooljaar plaats.
Resultaten
Vanaf het begin beleefden de docenten veel plezier aan de culturele kant van het project. Leerlingen die ongedwongen vertellen over hun eigen cultuur en die luisteren naar wat anderen te zeggen hebben, het werkte wel. Omdat de leerlingen meer begrip en respect voor elkaar gingen opbrengen, is ook de sfeer in de klas erop vooruitgegaan.
De vertellessen zijn inmiddels een normaal onderdeel van de lessen Nederlands in de brugklas. Wat de leerlingen erbij opsteken, komt niet alleen ten goede aan de schrijflessen, maar ook aan andere vakken en studielessen. Daar leidt het tot een verbetering van kennis, leervaardigheid en strategisch inzicht. Bijvoorbeeld werken met woorden die passen bij het verhaal, of met woorden die eigen waarnemingen weergeven; de goede opbouw van een verhaal; de tijd en het perspectief. Idem voor leren memoriseren of een oordeel kunnen uitspreken over eigen prestaties en die van anderen. Het project is ook een voorbereiding op de (jeugd)literatuurlessen.
Fanmail
- NRC Handelsblad (22/12/95), over het Bredero College in 'Schoolvoorbeeld':"Leerlingen leren een verhaal te componeren met een begin en een eind. Ze breiden hun taalschat uit, ze moeten nadenken over woordkeus en zinsbouw. Ze leren hoe je spanning opbouwt en hoe je daarbij je lichaam kunt gebruiken. Ze worden zich bewust van het gebruik van hun stem en merken hoe belangrijk het is om contact te zoeken met hun gehoor."- Drs. Frans Zwitserlood, Universiteit van Amsterdam:
"Het project 'Vertelfestival' bouwt vertellen op als spil van een rijke vorm van interactief taalonderwijs, geleidelijk ook ingebed in vormen van betekenisvol, sociaal en strategisch leren'. Het project weerspreekt het sleetse idee dat onderwijs in mondelinge taalvaardigheid overbodig is en relativeert het vooroordeel van veel docenten dat spreekvaardigheidsonderwijs tijdrovend is en lastig onderwijsbaar en toetsbaar. Daarenboven toont het project het grote plezier dat leerlingen én leerkrachten ervaren bij het werken binnen zo'n rijke opzet. Het 'Vertelfestival' bewijst het belang, de haalbaarheid en de waarde van sterk doordacht en gemotiveerd vertelonderwijs."
Tip
Er is eigenlijk geen enkele barrière om vertelonderwijs in te voeren als onderdeel van het vak Nederlands, zolang de leerkracht zelf weet waarom het gaat en waarop in de praktijk moet worden gelet. Dus de regels en vaardigheden van het spreken in het openbaar.
Contactpersoon
Voor meer informatie over vertellessen en het Bredero vertelfestival kunt u contact opnemen met:Remko W. van Loon
Telefoon: +31.20 403 14 60
E-post: rwvloon@planet.nl
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties