Get the Flash Player to see this player.
Gedichtenroutes door de stad
Berkenboom Humaniora, Sint-Niklaas
Creatief omgaan met poëzie. Daarvoor trekt het Instituut Berkenboom in Sint-Niklaas op Gedichtendag alle registers open. De zesdejaars werken een compleet en gevarieerd poëzieproject uit, zoeken hiervoor locaties uit in de stad en nodigen de rest van de school uit om langs twee poëzieroutes kennis te maken met hun creaties.
Niet alleen oefenen de leerlingen hun taalvaardigheid, ze krijgen een groter hart voor poëzie en leren tegelijk organiseren en hun verantwoordelijkheid nemen.
School en omgevingAanleiding voor het project
Doelstelling
Doelgroep
Opzet
Uitvoering
Middelen
Resultaten
Transferproblemen
Contactpersoon
Woordverklaring
School en omgeving
Het Instituut Berkenboom is een vrije katholieke school in het Oost-Vlaamse Sint-Niklaas, een stad van bijna 70 000 inwoners midden in het van oorsprong agrarische Waasland. De stad is genoemd naar zijn patroonheilige; de heilige Nicolaas van Myra, beter gekend als Sint-Nicolaas, de gulle kindervriend.
De school heeft een traditie die teruggaat tot het jaar 1659, toen enkele ‘geestelijke dochters’ huisjes huurden om de plaatselijke jeugd te onderwijzen. Meermaals werd de school het slachtoffer van machtswisselingen in de geschiedenis, maar steeds weer bleef ze overeind of werd ze – na een korte sluiting – heropend. Vandaag kunnen leerlingen er les volgen in het algemeen secundair onderwijs (Latijn, Economie, Wiskunde, Wetenschappen, Moderne Talen) en het technisch secundair onderwijs (Boekhouden-Informatica).
Beschrijving van het project
Aanleiding
Vanaf de start van Gedichtendag in 1998 wordt er op school op die dag een initiatief rond poëzie genomen. Al zes jaar lang organiseren de zesdejaars activiteiten voor de directie, de leerkrachten en alle andere leerlingen. De voorbije jaren waren er poëtische speurtochten door het schoolgebouw, een Arabisch hoekje met vertaalde poëzie en muntthee, gedichten in stripvorm, aquaria met drijvende poëzie, een fotocollage van leerlingen met hun favoriete dichtregel, een groeigedicht op de speelplaats…
De reikwijdte en de impact van die initiatieven werden alsmaar groter en wat eerst een klasgebeuren was, is een schoolgebeuren geworden. Nu trekt men voor het eerst buiten de school de stad in.
Doelstelling
Het project streeft vijf doelstellingen na:
- leerlingen op een alternatieve en aangename manier kennis laten maken met poëzie;
- de persoonlijke beleving van poëzie bij leerlingen stimuleren;
- poëzie toegankelijker maken voor leerlingen die daar niet zomaar voor open staan;
- leerlingen de verantwoordelijkheid geven voor de realisatie van een project;
- leerlingen leren organiseren en samenwerken.
Doelgroep
Tweede en derde graad algemeen secundair onderwijs (aso).
Opzet
Zesdejaars stippelen twee stadsroutes uit. Op beide routes selecteren zij negen locaties. Elke locatie wordt toegewezen aan een klein groepje leerlingen. Zij brengen er op een originele en aansprekende manier poëzie die past bij de gekozen locatie. De leerlingen gebruiken daarvoor uiteenlopende media.
Op de Gedichtendag volgen de leraren en leerlingen van andere leerjaren de routes. Op de locaties wonen ze de presentaties bij. Ook toevallige passanten worden daartoe uitgenodigd. Doordat de verantwoordelijkheid voor de uitwerking van het project bij de zesdejaars ligt, leren deze leerlingen instaan voor alle logistieke en organisatorische aspecten van het evenement.
Uitvoering
- Fase 1: Twee leerkrachten Nederlands starten in januari (begin tweede semester)
met de voorbereiding. De leerlingen van het zesde jaar worden aangesproken
om het evenement praktisch en inhoudelijk uit te werken. Zij kiezen of maken
teksten/gedichten, die ze op Gedichtendag op verschillende, in overleg met
de leraressen te kiezen plaatsen, zullen presenteren.
De gedichten halen de leerlingen uit allerlei bundels die de leerkrachten ter beschikking stellen of die zij opzoeken in de bibliotheek. Op die manier komen de leerlingen in contact met allerlei gedichten en stijlen. Deze zoektocht gebeurt gedeeltelijk in en gedeeltelijk buiten de klas. In de klas zijn ze daar een zestal lesuren mee bezig. Zodra ze gedichten/teksten hebben verzameld, werken de leerlingen een manier uit om de vorm en inhoud van het gedicht op een eigen manier weer te geven. Analyse wordt verbonden met leeservaring.
- Fase 2: De zesdejaars stippelen twee routes uit in de stadskern. Op elk
van deze routes punten zij negen locaties af. Elke locatie wordt toegewezen
aan een klein groepje leerlingen, die er op een originele en aansprekende
manier poëzie naar voor brengen die past bij de gekozen locatie.
Ze gebruiken hiervoor uiteenlopende media: video, klankband, maquettes, live muziek, dans, voordracht, toneel, geborduurde teksten, marktkraam, affiches, flyers … Op die manier wordt heel wat taalvaardigheid op een normaal-functionele manier ingeoefend. Verantwoordelijkheidszin en leren samenwerken krijgen die dag eveneens veel aandacht.
- Fase 3: Op Gedichtendag volgen leerkrachten en leerlingen van andere leerjaren
de routes en wonen op elke locatie de presentaties bij. Ook toevallige passanten
worden daartoe uitgenodigd.
Enkele voorbeelden: klavecimbelmuziek en proza van Toon Tellegen in de Walburgstraat, dans en poëzievoordrachten in de Stadsschouwburg, een poëtische zoekopdracht in het park (aansluitend op een huwelijksceremonie), en voorts mantra’s, klankschalen, wereldpoëzie enz. De leerlingen van de eerste graad krijgen op dat moment poëzie op school. De zesdejaars zijn verantwoordelijk voor de inhoud, maar ook voor de organisatie van de dag.
Middelen
Materiaal
De leerlingen maken zelf videobeelden, zingen rapteksten, ontwerpen een poëtisch
Rad der Fortuin, maken maquettes enz.
Tijd
Het project wordt uitgevoerd tijdens de lesuren, ook op Gedichtendag. In de
klas wordt gedurende zes lesuren aan het project gewerkt. Thuis werkten de leerlingen
er ongeveer twaalf uur aan verder.
Menskracht
Aan het project doen alles samen dertig klassen (derde tot zesde jaar) mee,
wat neerkomt op 600 leerlingen en 32 leerkrachten. Twee leerkrachten coördineren
het project dat de zesdejaars organiseren.
Financiën
Er zijn geen noemenswaardige extra kosten.
Planning
Het project start begin januari en kent zijn hoogtepunt op Gedichtendag, traditioneel
de vierde donderdag van januari. De voorbereiding gebeurt in de les (zes lesuren)
en thuis.
Resultaten
Zowel de organiserende zesdejaars als de leerlingen en leerkrachten die de routes lopen, maken een schriftelijke evaluatie. Daaruit komt de algemene conclusie dat leerlingen een veel positievere kijk ontwikkelen op poëzie, meer oog hebben voor alle aspecten van het genre en er beter van kunnen genieten. Het project van de stadsroutes is een succes en wordt volgend jaar hernomen.
Andere vaststellingen:
- De verantwoordelijkheid die de zesdejaars krijgen om het gebeuren te organiseren,
geeft ze een positievere houding tegenover de school en al wie erin mee draait.
- De school toont zich ook buiten de muren van het gebouw en neemt de stad
in. Er ontstaat op die manier een boeiende wisselwerking tussen plaatsen en
mensen in de stad aan de ene kant en gedichten en jongeren aan de andere kant.
Zo werden de leerlingen in het Vrouwencentrum van Sint-Niklaas hartelijk ontvangen en ontstond er een gesprek tussen mensen die elkaar waarschijnlijk anders niet zouden ontmoeten. Leerlingen kregen ook veel respect voor de mensen in een gebouw amper enkele honderden meters van de school. Iedereen wil dit contact verder uitwerken en stimuleren.
- De meeste leraren zijn in de loop van de jaren positiever tegen het poëzieproject
gaan aankijken.
- Het oudercomité reageert enthousiast.
- De dag zelf blijft ook hangen bij de leerlingen van de klassen die zijn gaan kijken. De vijfdejaars weten al dat het straks hun beurt is om Gedichtendag vorm te geven. De zesdes zijn trots op wat ze die dag bereikt hebben, het is goed voor hun zelfbeeld.
Transfermogelijkheden
Het hele project is zonder al te veel moeite overzetbaar naar andere scholen.
Het vraagt organisatorisch wel wat, maar de technieken om de hele school in
de stad gedichten tot leven te laten brengen, kunnen overal worden gebruikt.
Het project vraagt maar een beperkt aantal lesuren en een beperkte tijd van
de leerlingen buiten de les. Voor slechts twee begeleidende leraars is het wel
een stevig geheel om rond te krijgen.
Contactpersoon
Lucile Hemelaer
+32 477 61 61 37
Lucile.hemelaer@skynet.be
Woordverklaring
Kijk in de onderwijstermenlijst voor een verklarende woordenlijst van Nederlandse en Vlaamse onderwijstermen
Tekst en eindredactie: Jan T'SasWegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties