Get the Flash Player to see this player.
Veroordeeld tot gedichten
Provinciaal Technisch Instituut, Eeklo
‘Poëzie is iets voor meisjes’. Dat vooroordeel leeft sterk bij jongens uit het technisch en beroepsonderwijs. Met traditionele lesmethodes slaagt de leraar Nederlands er niet in daar verandering in te brengen. Daarom kiest het PTI Eeklo voor een meer projectmatige aanpak.
Vier jaar lang, van het derde tot het zesde jaar, zijn leerlingen taakgericht en creatief met poëzie bezig. Hun persoonlijke belevenissen en hun leefwereld staan daarbij centraal. Naast literatuuronderwijs krijgen ook taalvaardigheid en sociale vaardigheden een belangrijke plaats. Het resultaat is zoveel als een omwenteling.
School en omgevingAanleiding voor het project
Doelstelling
Doelgroep
Opzet
Uitvoering
Middelen
Resultaten
Transferproblemen
Contactpersoon
Woordverklaring
School en omgeving
Het Provinciaal Technisch Instituut in Eeklo is een school voor technisch en beroepssecundair onderwijs (tso/bso), gelegen in een landelijke omgeving in Oost-Vlaanderen. De stad Eeklo (wat ‘eikenbos’ betekent) is meer dan 800 jaar oud en telt ruim 19.000 inwoners. Ze is de hoofdstad van het Meetjesland, een landelijk gebied tussen Gent en Brugge.
De school, die ongeveer 1 000 leerlingen telt, rekruteert vooral autochtone leerlingen uit de brede omgeving. Tso-leerlingen hebben de keuze hebben uit verschillende studierichtingen: Industriële Wetenschappen, Elektro-Mechanica, Elektriciteit-Elektronica, Mechanische Technieken, Elektro-, Hout- en Bouwtechnieken.
Leerlingen die beroepssecundair onderwijs (bso) volgen, hebben de keuze uit nijverheidsrichtingen zoals metaal, hout en bouw. Verdere specialisatie is mogelijk via zevende specialisatiejaren (regeltechnieken, fotolassen, renovatie bouw). Ook de Middenschool en het Centrum voor Volwassenenonderwijs zijn in het PTI gevestigd.
Beschrijving van het project
Aanleiding
Leerlingen uit het technisch secundair onderwijs (tso) zijn minder literatuur-minded dan leerlingen uit het algemeen secundair onderwijs (aso). Dat geldt a fortiori voor hun houding tegenover poëzie. En het wordt nog moeilijker als je poëzie verkocht wil krijgen aan een overwegend mannelijk publiek in nijverheidstechnische studierichtingen, zoals mechanica en elektriciteit. ‘Poëzie is sentimenteel’ en ‘Poëzie is iets voor meisjes’ zijn vaak gehoorde vooroordelen.
Het falen van de traditionele les Nederlands om deze leerlingen warm te maken voor poëzie was de directe aanleiding om het over een andere boeg te gooien.
Doelstelling
Doel van het project is leerlingen uit het technisch secundair onderwijs (tso) te doen ontdekken dat een goed gedicht ook een technisch goed bedacht ding is en op die manier ook hun interesse te wekken voor de inhoud van gedichten.
In het verlengde daarvan wil het project bereiken dat deze leerlingen hun vooroordelen tegenover poëzie overboord gooien en daarbij inzien dat poëzie een avontuur is waarvoor je verbeelding en al je zintuigen nodig hebt. De leerlingen leren hun associatief vermogen maximaal te gebruiken.
Doelgroep
Leerlingen uit het technisch secundair onderwijs (tso), tweede en derde graad.
Opzet
Tijdens een traject dat vier leerjaren in beslag neemt, worden de leerlingen
op verschillende manieren vertrouwd gemaakt met poëzie. De klemtoon ligt
op doen: niet enkel poëzie lezen, maar er creatief mee werken en zelf poëzie
schrijven. In het zesde jaar (= het vierde jaar van het traject) verdedigen
de leerlingen hun favoriete dichter voor een poëzietribunaal.
De leerlingen leren:
- dat er een waaier van recepten voor het lezen en schrijven van interessante poëzie voorhanden is;
- dat ze hun kijk op poëzie op verschillende manieren kunnen vormgeven;
- dat poëzie deel uitmaakt van hun persoonlijke leefwereld;
Doordat de leerlingen ervaren dat hun analyse, hun mening, hun interpretatie waardevol is en ernstig wordt genomen, ontwikkelen ze bovendien een sterker zelfbeeld.
Uitvoering
Het project neemt vier leerjaren in beslag en start in het derde jaar. De leerlingen zijn dan 14 à 15 jaar oud. Er is een duidelijke leerlijn aanwezig:
1. De doos van Pandora
- Fase 1: Derdejaarsleerlingen kiezen individueel een gedicht uit een pakket
van bundels en bloemlezingen voor jongeren en volwassenen. De leraar maakt
vooraf een selectie om de kwaliteit van de gedichten te garanderen. Gedichten
lukraak van het world wide web plukken mag niet. Poëzie die daar te vinden
is, laat qua kwaliteit vaak te wensen over.
- Fase 2: Elke leerling verwerkt zijn interpretatie van dat gedicht niet
woordelijk, maar associatief-beeldend. Dat doet hij concreet door in een doos
vier voorwerpen te stoppen die naar de inhoud van het gedicht verwijzen. De
leerlingen stoppen in de doos ook één voorwerp dat niets met
het gedicht te maken heeft, maar dat bij hen negatieve gevoelens oproept.
- Fase 3: Een leerling beschrijft de doos van een medeleerling. Hij brengt
de illustraties en de voorwerpen die in de doos zitten in verband met het
bijhorend gedicht. Let wel, op dat moment kent hij het gedicht van zijn medeleerling
niet, hij kan enkel gissen naar de inhoud ervan.
- Fase 4: De twee leerlingen discussiëren over de betekenis van het
gedicht. De andere leerlingen luisteren en proberen te achterhalen wat de
‘juiste oplossing’ is. Het gaat er niet om of de interpretatie
correct is, wel of ze volledig is, geënt op wat er werkelijk in het gedicht
staat en of de interpretatie beantwoordt aan wat men zich bij de lectuur van
het gedicht kan voorstellen. De leerlingen maken op een spontane manier associaties.
- Fase 5: De maker van de doos leest zijn gedicht voor, bespreekt de verwerking ervan en vertelt iets over het voorwerp dat bij hem negatieve gevoelens oproept. Later zal dat voorwerp als basis dienen om zelf een gedicht te schrijven. Ook hier komen de andere leerlingen aan bod, door met de maker van de doos te discussiëren over zijn interpretatie van het gedicht.
De fasen 3, 4 en 5 worden hernomen tot alle leerlingen aan bod zijn gekomen.
2. Gedicht op smaak
- Fase 1: Groepjes van vierdejaars kiezen een gedicht uit een pakket bundels
en bloemlezingen.
- Fase 2: De leerlingen kiezen een recept uit een kookboek, waarvan de smaak
en kleur overeenstemmen met de ‘tonaliteit’ van het gekozen gedicht;
ze maken het gerecht klaar. Daarbij moeten ze samenwerken met het keukenpersoneel
van de school.
- Fase 3: Medeleerlingen bekijken en proeven het gerecht en proberen te bedenken
waarover het gedicht gaat. Ook hier gaat het er niet om of de interpretatie
correct is, wel of ze volledig is, geënt op wat er werkelijk in het gedicht
staat en of de interpretatie beantwoordt aan wat men zich bij de lectuur van
het gedicht kan voorstellen. De leerlingen maken op een spontane manier associaties.
- Fase 4: Zoals in een kookprogramma presenteren de makers hun gedicht. Ze beschrijven de manier waarop ze het gerecht hebben klaargemaakt, leggen de link met het gedicht en interpreteren het van daaruit. Ze maken een menukaart en gebruiken daarbij de poëtische taal die in de betere restaurants gehanteerd wordt. Ook hier komen de andere leerlingen aan bod: met de ‘koks’ wisselen ze van gedachten over hun interpretatie van het gedicht én over elkaars kookkunsten.
De fasen 3 en 4 worden hernomen tot alle leerlingen aan bod zijn gekomen.
3. Bijklank/ Een wereldreis doorheen gedichten
3.1 Bijklank- Fase 1: De vijfdejaars gaan in groepjes van drie op zoek naar gedichten
met veel klankkleur en proberen die bij een bepaald muziekgenre onder te brengen.
- Fase 2: De leerlingen schrijven een songtekst met gelijkaardige klankkleur.
- Fase 1: Elke leerling kiest een gedicht in vertaling, dus geen Vlaams of
Nederlands gedicht, maar een gedicht uit een ander land. Hij verzamelt vijf
typische beelden uit dat land van gebouwen, natuur of mensen. Bovendien verzamelt
hij informatie over het aantal inwoners, de economische situatie, de culturele
blikvangers of hoogtepunten van het land.
Daarnaast spoort hij informatie op over de auteur van het gedicht en bespreekt hij de vorm en de inhoud van het gedicht. Dat alles verwerkt hij in een dossier en in een PowerPointpresentatie.
- Fase 2: Elke leerling toont de andere leerlingen enkele typische beelden van het land. De klas probeert te raden over welk land het gaat. Daarna houdt de leerling een presentatie over het land en koppelt daaraan zijn bespreking van het gedicht. Op die manier ontstaat een gesprek over culturele verschillen en over de sporen daarvan in literatuur.
4. Gedichtentribunaal
- Fase 1: In het begin van het schooljaar kiezen alle zesdejaars een dichter
en zijn werk uit de literaire canon. Er worden een aantal namen gesuggereerd
van dichters met werk uit verschillende stromingen, van de naoorlogse poëzie
tot de jongste generatie.
- Fase 2: De leerlingen zoeken informatie op over de dichter. Ze verzamelen
ook recensies van zijn werk (zowel positieve als negatieve). Aan de hand daarvan
bereiden ze een verdediging van hun dichter voor.
- Fase 3: Tijdens een poëzietribunaal houdt elke leerling een pleidooi voor de kwaliteiten van zijn dichter. Vooraf zoeken ze negatieve recensies over de dichters van hun medeleerlingen op, om die dichters te ‘beschuldigen’.
Middelen
Materiaal
Een ruime keuze van poëziebundels en bloemlezingen, dozen, illustratiemateriaal,
voorwerpen, kookboeken, boeken met songteksten, cd’s, het world wide web
en documentatie over het verloop van een zitting in de rechtbank. Veel materiaal
ontwikkelen de leerlingen zelf.
Tijd
Het project neemt tien lesuren per schooljaar in beslag. Daarnaast gebeuren
sommige voorbereidingen door de leerlingen thuis.
Menskracht
Honderd leerlingen van vier leerjaren worden in het project begeleid door drie
leerkrachten. Dat is het maximum. Dit project verdraagt geen grootschaligheid,
want er is intimiteit nodig om over poëzie te spreken met elkaar.
Financiën
Er zijn geen grote structurele kosten.
Planning
Het project loopt gedurende enkele weken in elk leerjaar.
Resultaten
De leerlingen:
- krijgen interesse voor een voor hen niet voor de hand liggend literair genre;
- leren associatief en creatief lezen, denken, verwerken en schrijven;
- leren hun verbeelding gebruiken;
- luisteren gericht naar elkaars mening en leren discussiëren;
- leren argumenteren.
Het verloop van het project, de eindproducten en verscheidene taalvaardigheden worden beoordeeld door de leerkracht en door de medeleerlingen (peer evaluation). Dat de leerlingen voor poëzie gewonnen zijn, blijkt uit het groeiend plezier waarmee ze tijdens het traject gedichten lezen. Omdat het project zoveel succes heeft, zal het zeker worden voortgezet.
Transfermogelijkheden
Het project kan zonder veel problemen worden overgezet naar andere scholen, zolang men maar oog heeft voor intimiteit en kleinschaligheid.
Contactpersoon
Paul Demets
Tel. 003 293 707 373 (centraal nummer Provinciaal Technisch Instituut Eeklo)
p.demets@ptie.oost-vlaanderen.be
Woordverklaring
Kijk in de onderwijstermenlijst
voor een verklarende woordenlijst van Nederlandse en Vlaamse onderwijstermen
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties