Het Schoolvak Nederlands Onderzocht

6. Taalbeschouwing en argumentatie


Bladeren: « vorige pagina | volgende pagina » | Inhoudsopgave

6.4 Onderzoek naar onderwijsleermateriaal (1969-1997)

Oostdam (1991) ging in zijn dissertatie-onderzoek na wat het onderwijsaanbod voor argumentatie was in de bovenbouwklassen van het voortgezet onderwijs (lbo, mavo, HAVO, vwo), en in welke mate argumentatievaardigheden door leerlingen werden beheerst aan het eind van het voortgezet onderwijs. Het project droeg de naam "Aanbod- en prestatiepeiling van argumentatievaardigheden in het voortgezet onderwijs". De peiling van het aanbod bestond uit drie deelonderzoeken:

1) een analyse van veel gebruikte methoden in het Nederlands;

2) een vragenlijstonderzoek onder docenten Nederlands;

3) een analyse van eindexamens Nederlands wat betreft het onderdeel tekstverklaren.

De prestatiepeiling bestond uit de afname van een testbatterij voor het meten van een aantal receptieve en productieve argumentatievaardigheden. In deze paragraaf beschrijven we het eerste gedeelte van de aanbodpeiling: de analyse van veel gebruikte methoden Nederlands op wat deze aanboden aan leerstof voor argumentatie. De andere twee delen van de aanbodpeiling komen aan de orde in paragraaf 6.5.1, de prestatiepeiling wordt beschreven in paragraaf 6.6.2.

Oostdam selecteerde zes methoden: Taalcirkel, Taalactiviteiten, Functioneel Nederlands, Over en Weer, Taalgoed en Taaldaden. De eerste vijf methoden zijn integrale methoden voor de onder- en bovenbouw, waarin alle taalvaardigheden aan bod komen. In Taaldaden wordt uitsluitend leerstof gegeven voor tekstanalyse, het schrijven van zakelijke teksten en samenvatten. De methoden werden beschreven aan de hand van een door Oostdam ontwikkeld model dat zowel betrekking had op de algemene didactische karakterisering van de methode (bijvoorbeeld uitgangspunten, leerstofordening, differentiatie) als op de mate waarin en de wijze waarop de methode aandacht besteedde aan argumentatie.

Oostdam trekt uit zijn beschrijving en analyse van de methoden de volgende conclusies:

? Onderdelen uit de argumentatieleer hebben een duidelijke plaats in methoden voor het havo en vwo. In de methoden voor het lbo wordt er niet of nauwelijks aandacht aan besteed; in de delen voor het mavo en voor de onderbouw havo/vwo is de aangeboden leerstof argumentatie van een zeer elementair niveau, met uitzondering van de methode Over en Weer.

? In de delen voor de bovenbouw van het havo en vwo is een vrij grote plaats ingeruimd voor het onderdeel argumentatie. Functioneel Nederlands en Over en Weer bevatten afzonderlijke leerblokken argumenteren; Taalgoed onderscheidt vanaf leerjaar vijf een apart onderdeel argumentatie. Taaldaden laat de leerstof voor argumentatie ge?ntegreerd aan bod komen bij de onderdelen tekstanalyse, samenvatten en schrijven. Behalve bij Taaldaden staat de leerstof voor argumentatie binnen de methoden betrekkelijk op zichzelf. Terugverwijzing naar behandelde leerstof in het kader van andere vakonderdelen vindt weinig plaats.

? Bij argumentatie is de gevolgde leerweg vooral die van theorie-voorbeeld-oefening, of behandeling van theorie naar aanleiding van stukjes tekst en voorbeelden. In Taaldaden vindt daarnaast proceduretraining plaats.

? De leerstofordening bij argumentatie is globaal als volgt: eerst het herkennen van onderdelen uit redeneringen, dan het analyseren van redeneringen, en ten slotte (eventueel) het beoordelen van redeneringen. De meeste leerstof heeft betrekking op het analyseren van argumentatie; het beoordelen ervan komt zeer summier aan bod en voornamelijk in de vwo-delen van de methoden.

? De methoden differenti?ren in hun aanbod tussen havo en vwo. In de delen voor het vwo komen vrijwel alle onderdelen van de argumentatieleer aan bod; de delen voor het havo concentreren zich op het herkennen van standpunten/argumenten, argumentatieschema's en drogredenen. Functioneel Nederlands vormt hierop een uitzondering.

Uit het (schaarse) onderzoek naar onderwijsleermateriaal voor taalbeschouwing (uitgezonderd grammatica) en argumentatie valt te concluderen dat hieraan in het begin van de jaren negentig niet veel aandacht geschonken werd in de onderbouwdelen van methoden voor het voortgezet onderwijs. Aan argumentatie werd duidelijk aandacht geschonken in de bovenbouwdelen van methoden voor havo en vooral vwo. Leerstof voor argumentatie werd in deze methoden overwegend losstaand van andere vakonderdelen aangeboden.



Bladeren: « vorige pagina | volgende pagina » | Inhoudsopgave