1. Samenvattend informatief overzicht
1.1 Onderzoek naar onderwijsleeractiviteiten, effectonderzoek
Uit een experiment met leerlingen uit 5-vwo blijkt dat de behandeling van taalkundige leerstof van de drie cursussen ('Taal en taalgebruik. Een kennismaking met de taalkunde'; 'Taalvariatie in het Nederlands' en 'Taalverwerving') een duidelijk positief effect heeft op de toetsresultaten van de leerlingen. Uit een voormeting blijkt dat leerlingen al over een redelijk brede kennis over taal beschikken. Bovendien werd duidelijk uit een enquĂȘte onder leerlingen en docenten dat de leerlingen over het algemeen de toetsen met interesse en aandacht gemaakt hebben en dat de docenten positief waren over de inhoud van de toetsen (Hendrix, 1997).
1.2 Instrumentatie- en evaluatie-onderzoek, onderzoek naar prestaties
Uit een onderzoek naar de vaardigheid van leerlingen (5-vwo) in het benoemen en beoordelen van argumentatiesoorten blijkt dat de leerlingen zonder gericht onderwijs al over voldoende argumentatieve vaardigheden beschikken om argumentatiesoorten in examenteksten te kunnen benoemen. Veel winst lijkt onderwijs in deze vaardigheid niet op te leveren. De onderzoekers zien als mogelijke verklaring dat globale herkenning voldoende is om op een passage een etiket te kunnen plakken. Het zou ook kunnen dat al te veel van het antwoord is weggeven doordat in de vragen de passages heel precies waren aangegeven en door de meerkeuzevorm van de antwoorden. Bij het beoordelen van argumentatie ligt het geheel anders. Zonder onderwijs lijken 5-vwo-ers nauwelijks tot het beoordelen van het gebruik van argumentatiesoorten in staat. En met het (gegeven) onderwijs verbetert dat wel iets, maar onvoldoende. De onderzoekers zien drie oorzaken. Ten eerste was de beoordelingstaak intrinsiek moeilijk. Leerlingen hebben erg veel kennis van de wereld nodig. Ten tweede bleek dat jonge en onervaren leerlingen niet goed uit de voeten blijken te kunnen met de kritische vragen waarmee de argumentatiesoort beoordeeld wordt. Ten derde schoot de lessenserie te kort. Er zal meer en ook andere aandacht aan de beoordelingsvaardigheid moeten worden gegeven dan in deze cursus het geval was. De indruk van de onderzoekers is dat ook de schoolboeken voor de Tweede fase op dit punt duidelijk te weinig bieden (Van den Berg & Braet, 2000).
2. Conclusies en aanbevelingen
Het is moeilijk om algemene, brede conclusies te trekken op grond van twee onderzoeken (beide uitgevoerd in Nederland) die zo uiteenlopend van aard zijn (taalkunde/taalbeschouwing en argumentatie). Evenmin is het zinnig om uitspraken en aanbevelingen te doen over de verdeling van de onderzoeken over de subdomeinen. We zullen ons beperken tot het doen van enkele meer algemene concluderende uitspraken voor taalkunde/taalbeschouwing en argumentatie.
Taalkunde/taalbeschouwing
Meer onderzoek naar taalkunde/taalbeschouwing is aan te bevelen wegens de expliciete plaats in de kerndoelen voor de basisvorming en het geven van 'inhoud aan het vak'. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld teksten schrijven of presentaties geven over taalkundige onderwerpen. Ook kan een onderwerp uit de taalkunde/taalbeschouwing goed dienen voor de inhoud van het profielwerkstuk.
Argumentatie
Hoewel er binnen de andere domeinen (in dit geval schrijfvaardigheid en mondelinge taalvaardigheid, zie de betreffende domeinen) wel wat onderzoek naar argumentatie uitgevoerd is, kan zeker gesteld worden dat meer onderzoek naar argumentatie wenselijk is omdat het een (nieuw) apart domein is in de exameneisen havo/vwo en ook voorkomt in de eindtermen van de basisvorming (ondergebracht binnen de andere domeinen).
Wat betreft aanbevelingen voor de onderwijspraktijk sluiten we aan bij de beide onderzoeken in dit domein. Volgens Hendrix (1997) kunnen docenten in relatief weinig contacturen (15) met de leerlingen een basiscursus taalkunde behandelen en toetsen. Leerlingen kunnen daarna een zelf gekozen onderdeel verdiepen in zelfstandige werkuren door de taalkundige inhoud te combineren met een onderdeel van de taalvaardigheidstraining zoals een mondelinge presentatie, een gedocumenteerd opstel, of zelfs een werkstuk. Op die manier wordt een onderdeel taalkunde zonder al te grote extra belasting voor docenten in het schoolvak Nederlands opgenomen en wint het onderwijs in taalvaardigheid aan kracht door een doelgerichte, thematische invulling.
De resultaten uit het onderzoek van Van den Berg & Braet (2000) naar het benoemen en beoordelen van argumentatiesoorten, geven aanleiding om bij de eerste examens vooral bij beoordelingsvragen voorzichtig te zijn. Bedacht moet worden dat de moeilijkheidsgraad van de tekst, en de zaak waarop deze betrekking heeft, veel invloed lijkt te hebben op de moeilijkheidsgraad van speciaal dit soort vraag. Er zou gezocht moeten worden naar vraagstellingen die ook in dit geval meer 'weggeven'. Een meer gesloten vraag is trouwens ook gewenst in verband met nakijkproblemen bij dit type vraag.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
