Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Doelgroep
NT2-leerlingen/cursisten
Thema
evaluatie van onderwijsopbrengsten
Land
België
Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
Een onderzoek in Amsterdam-Oost
Faber, F. & E. Verschure
1991
p. 252-258
Moer, nr. 7/8
Volledige publicatie:
Alle artikelen uit Moer kunnen gedownload worden in het online archief.
Uit Het Schoolvak Nederlands Onderzocht, hoofdstuk 8.6.2
Onderzoek naar de relatie tussen het taalvaardigheidsniveau van brugklasleerlingen en het basisschooladvies voor doorstroming naar het voortgezet onderwijs werd gedaan door Faber/Verschure (1991), beide coördinatoren van het OVB in Amsterdam-Oost. Onder hun hoede ressorteerden ten tijde van het onderzoek 30 basisscholen en 12 scholen voor voortgezet onderwijs met een gemiddeld hoog percentage allochtone leerlingen. Als achtergrond voor hun studie noemen de onderzoekers de knelpunten die de scholen in deze regio ervaren met het verwijzen van allochtone leerlingen. Het percentage allochtone leerlingen op de scholen neemt toe en er wordt een grote uitval van allochtone leerlingen in het voortgezet onderwijs waargenomen: veel leerlingen op het MAVO/havo/vwo halen het eerste jaar niet, de LBO/mavo-scholen hebben te maken met een grote instroom van deze leerlingen in het tweede jaar, terwijl de aanmeldingen voor de brugklas teruglopen. Met het doel een bijdrage te leveren aan het oplossen van de verwijsproblemen stelden de onderzoekers zich de vraag: wat is er aan de hand met de verwijzingen van de basisscholen? En: wat is het niveau van de brugklasleerlingen op deze OVB-scholen?
Faber/Verschure namen de CITO-Entreetoets af aan alle brugklasleerlingen van de 12 OVB-scholen en vergeleken de resultaten met de verwijzingen die de leerlingen hadden gekregen. De toets bestaat uit drie onderdelen: taalgebruik (opgaven op het gebied van woord- en zinsbouw, semantiek), begrijpend lezen (vragen bij een tekst), en vraagstukjes uit een rekenonderdeel van de toets.
Uit het onderzoek blijkt dat allochtone leerlingen vooral een achterstand hebben op begrijpend lezen en taalgebruik. Ondanks het feit dat dit uit ander onderzoek bekend is, vinden de onderzoekers de mate van achterstand schokkend: de resultaten op de begrijpend lezentoets zijn vergelijkbaar met de scores van lbo-leerlingen uit een grote provincieplaats, terwijl 56% van de Amsterdamse leerlingen op een school voor mavo/vwo/havo zat. Ook de scores voor taalgebruik worden teleurstellend gevonden: deze zijn vergelijkbaar met de landelijke scores van leerlingen van groep acht van de basisschool. De achterstand ten opzichte van de landelijke cijfers wordt vooral veroorzaakt door lage prestaties van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse leerlingen. Dit is bekend uit ander onderzoek: Chinezen, Italianen, Spanjaarden en de groep "anders" doen het beter.
Er bleek een verband te bestaan tussen de toetsscores en de schooladviezen. Kinderen met een HAVO-advies scoorden beter dan kinderen met een mavo-advies, en deze laatsten weer beter dan kinderen met een lbo-advies. Omdat de prestaties in de grote steden wat lager liggen dan in de rest van Nederland, kregen de kinderen sneller een wat hoger advies. Leerkrachten blijken hun advies-norm aan te passen aan de populatie. Ook bleek de wet van Posthumus bevestigd te worden: in elke basisschoolklas wordt naar alle schooltypen verwezen, ongeacht het niveau van de klas. Allochtone leerlingen worden (zoals ook bleek uit het onderzoek van Tesser, 1991) hoger verwezen dan op grond van hun prestaties verwacht mag worden. Zij krijgen het voordeel van de twijfel, zo concluderen de onderzoekers, maar hun zwakke prestaties op het gebied van begrijpend lezen en taalgebruik doen hen later de das om.
De toets werd ook afgenomen bij leerlingen van de basisscholen uit dit OVB-gebied. Ook deze leerlingen scoorden landelijk ver onder het gemiddelde niveau wat betreft taalgebruik en informatieverwerking. Op het onderdeel spelling scoorde vrijwel geen enkele school slecht. Ter verklaring stellen de auteurs dat spelling tot de harde kern van het curriculum behoort; er zijn goede methoden voor en er wordt veel tijd aan besteed. Dit geldt niet voor de andere getoetste onderdelen, zo stellen zij. Voor de oplossing van de uitvalproblemen bepleiten de onderzoekers een verlenging van de Leertijd voor allochtone leerlingen.
De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 1969 tot en met begin 1997 zijn geschreven door drs. Mariëtte Hoogeveen en dr. Helge Bonset en zijn eerder in boekvorm verschenen ('Het Schoolvak Nederlands Onderzocht', Garant, 1998).
« vorige pagina - volgende pagina »Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
