taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » onderwijs » onderzoek »

Het taalonderwijs Nederlands onderzocht

Onderzoeken uit de periode 1969-2008 naar het onderwijs Nederlands

Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:

Domein
woordenschat
» productief
» receptief
taalbeschouwing/argumentatie
» formeel
mondelinge taalvaardigheid
» luisteren
» spreken
leesonderwijs
» technisch lezen

Doelgroep
NT2-leerlingen/cursisten
NT1-leerlingen

Thema
beginsituatie
» buitenschoolse kenmerken
» leerlingkenmerken

Land
Nederland

Onderwijstype
basisonderwijs

Leeftijd
4-5 jaar (groep 1 / 2e kleuterklas)
5-6 jaar (groep 2 / 3e kleuterklas)

Respondenten
ouders
leerkrachten
leerlingen/cursisten

Aantal respondenten
301-500

Methode van dataverzameling
toetsen/tests
schriftelijke enquête
interviews

Ontwikkeling van tweetaligheid bij allochtone kleuters.
Narain, G. & L.T. Verhoeven
Tilburg: Tilburg University Press (Studies in Meertaligheid 5), 1994


Vraagstelling
In dit onderzoek is nagegaan hoe kleuters presteren op toetsen eigen taal en Nederlands als tweede taal, en in hoeverre deze prestaties samenhangen. De onderzoeksvragen zijn:

Daarnaast is onderzocht welke achtergrondvariabelen samenhangen met het niveau van tweetaligheid. Het gaat daarbij om kindvariabelen (taalkeuze en -contact, culturele oriëntatie en verblijfsduur), gezinsvariabelen (thuistaal, sociale achtergrond, culturele oriëntatie en taal ouders) en institutionele variabelen (preschool, extra onderwijs in eigen taal of NT2). Ten slotte is nagegaan wat de relatie is tussen het niveau van tweetaligheid en de mate van metalinguïstisch bewustzijn.

Conclusies
Autochtone kleuters presteren op alle toetsonderdelen voor T1- en T2-vaardigheid en op alle meetmomenten significant hoger dan allochtone kleuters. Turkse kleuters zijn dominant Turkstalig in de leeftijd van 4 tot 7 jaar. De verschillen tussen de vaardigheid Turks en Nederlands worden na verloop van tijd kleiner. Er is een duidelijke afhankelijkheidsrelatie (transfer van T1 naar T2). Ook bij Marokkaanse kleuters is de vaardigheid in de eerste taal hoger, maar neemt de vaardigheid Nederlands relatief meer toe. Er is een zwak verband tussen de twee talen, dat toeneemt met de tijd. Bij Antilliaanse kleuters is er nauwelijks een verschil tussen de twee talen. Er is transfer in de beide richtingen. Bij de Turkse kleuters blijken verblijfsduur en taalcontact de belangrijkste voorspellers van T1-vaardigheid, en gezinstaal en taalcontact van T2-vaardigheid. Bij de Antilliaanse kleuters wordt de T1-vaardigheid voorspeld vanuit gezinstaal, culturele oriëntatie ouders en verblijfsduur moeder. Bij de Marokkaanse kleuters wordt de T1-vaardigheid voorspeld door gezinstaal, culturele oriëntatie ouders en onderwijs in eigen taal. Voorspellers van hun T2-vaardigheid zijn gezinstaal, culturele oriëntatie ouders en het gebruik van NT2-methodes op school. Er zijn weinig verschillen tussen autochtone en allochtone kleuters op de metalinguïstische toetsen. Marokkaanse kleuters scoren hoger dan Nederlandse kleuters. Kleuters die over een gebalanceerd niveau van tweetaligheid beschikken scoren hoger, kleuters die zwak zijn in beide talen scoren het laagst.

De beschrijvingen van de onderzoeken in het basisonderwijs uit de periode 1988 tot en met 2003 zijn geschreven door Ineke Jongen, Brigit Triesscheijn en Machteld Verhelst onder eindredactie van Helge Bonset, Amos van Gelderen en Mariëtte Hoogeveen.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties